Audiëntie – Jij die jong bent … wat zoek jij in je hart?

(30-8-2017) Audiëntie – Jij die jong bent … wat zoek jij in je hart?

Jezus probeert “het verlangen naar leven en geluk dat elke jongere in zich draagt, naar boven te laten komen”. Hiermee verwijst paus Franciscus naar de roeping van de eerste leerlingen in het Evangelie van Johannes. “Ook ik zou de jongeren hier op het plein en hen die via de media luisteren, willen vragen: jij, die jong bent, wat zoek je? Wat zoekt je hart?”
Paus Franciscus richt zich tijdens deze audiëntie bijzonder tot jongeren met het thema van de hoop, verlevendigd door de herinnering aan de roeping. Jezus is “een specialist van het mensenhart”, “iemand die het hart in vuur zet”
Voor de apostelen was de eerste ontmoeting met Christus, volgens paus Franciscus, “zo treffend, zo geslaagd”, dat “zij zich voor altijd deze dag herinnerden die hun jonge jaren verlichtte en oriënteerde”. Zoals voor de leerlingen, is “de eerste aanwijzing” voor iedere echte roeping – “huwelijk, Godgewijd leven, priesterschap” – dus “de vreugde van de ontmoeting met Jezus”. De paus bevraagt hieromtrent de jongeren op het plein: “heb ik in mijn hart de bries van de vreugde?”.
Want, zo besluit de paus, “Jezus wil mensen die ervaren hebben dat met Hem te zijn een immens geluk geeft, dat alle dagen van het leven kan vernieuwd worden”; mensen die missionair worden en “in hun ogen de schittering van het ware geluk bewaren”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Vandaag zou ik willen terugkomen op een belangrijk thema: de band tussen hoop en herinnering, de herinnering aan de roeping in het bijzonder. En ik neem als beeld de roeping van Jezus’ eerste leerlingen. Die ervaring is zodanig in hun herinnering geprent gebleven dat één van hen zelfs het uur ervan heeft onthouden: “het was ongeveer het tiende uur” (Joh. 1,39). De evangelist Johannes vertelt het gebeuren als een precieze jeugdherinnering, die op hoge ouderdom nog intact in zijn geheugen is gebleven: want Johannes heeft dit geschreven toen hij al bejaard was.

De ontmoeting had plaats bij de rivier de Jordaan, waar Johannes de Doper doopte; en deze jonge inwoners van Galilea hadden de Doper als spirituele leider gekozen. Op een dag kwam Jezus en liet Hij zich in de rivier dopen. De daarop volgende dag, kwam Hij nog eens voorbij en op dat ogenblik zegt de Doper tot twee van zijn leerlingen: “zie het Lam Gods!” (v. 36).

Voor deze twee, is dat de vonk. Zij laten hun eerste meester achter en volgen Jezus. Onderweg keert Hij zich naar hen om en stelt de beslissende vraag: “wat verlangt gij?” (v. 38). Jezus verschijnt in de Evangelies als een specialist van het mensenhart. Op dat ogenblik, had Hij twee jongeren ontmoet die op zoek waren, die op een gezonde manier onrustig waren. Trouwens, wat voor een jeugd is het die voldaan is, die zich geen zinvragen stelt? Jongeren die niets zoeken, zijn geen jongeren, zij zijn met pensioen, oud voor hun tijd. Triestig, jongeren op pensioen … En in heel het Evangelie, in alle ontmoetingen die Jezus op Zijn weg heeft, verschijnt Hij als “iemand die het hart in vuur zet”. Vandaar Zijn vraag die het verlangen naar leven en geluk dat elke jongere in zich draagt, naar boven doet komen: wat zoekt ge? Ook ik zou de jongeren hier op het plein en hen die via de media luisteren, willen vragen: jij, die jong bent, wat zoek je? Wat zoekt je hart?

Zo begint de roeping van Johannes en Andreas: het is het begin van een vriendschap met Jezus, zo sterk, dat een gemeenschap van leven en hartstocht met Hem zich opdringt. De twee leerlingen blijven om te beginnen bij Jezus en worden al spoedig missionarissen want wanneer de ontmoeting ten einde loopt, keren zij niet rustig naar huis maar betrekken hun respectieve broer, Simon en Jakobus, al vlug in deze “navolging”. Zij gaan hen zoeken en zeggen: “wij hebben de Messias gevonden”, wij hebben een groot profeet gevonden: zij verkondigen het nieuws. Zij zijn de missionarissen van deze ontmoeting. Het was zo een treffende, geslaagde ontmoeting, dat de leerlingen zich voor altijd deze dag herinneren die hun jonge jaren verlichtte en oriënteerde.

Hoe zijn roeping in deze wereld ontdekken? Men kan ze op vele manieren ontdekken, maar deze bladzijde uit het Evangelie zegt ons dat vreugde om de ontmoeting met Jezus, de eerste aanwijzing is. Huwelijk, Godgewijd leven, priesterschap: alle ware roepingen beginnen met een ontmoeting met Jezus die ons vreugde geeft en nieuwe hoop. En Hij leidt ons, ook doorheen beproevingen en moeilijkheden, naar een steeds vollediger ontmoeting – de ontmoeting groeit, de ontmoeting met Hem – en naar volheid van vreugde.

De Heer wil geen mannen en vrouwen die Hem tegen hun zin achterna gaan, zonder de bries van de vreugde in hun hart. U hier op het plein, ik vraag u – dat ieder voor zich antwoordt – hebt u de bries van de vreugde in uw hart? Dat ieder zich afvraagt: heb ik in mij, in mijn hart, de bries van de vreugde?

Jezus wil mensen die de ervaring hebben opgedaan dat met Hem zijn, een immens geluk geeft dat zich alle dagen van het leven kan vernieuwen. Een leerling van het Rijk Gods die niet blij is, evangeliseert de wereld niet, zo iemand is triest. Men wordt geen verkondiger van Jezus door de wapens van de retoriek aan te scherpen: ge wilt spreken, spreken en nog eens spreken, maar als het niet meer is dan dat … Hoe wordt men dan een verkondiger van Jezus? Door de schittering van het ware geluk in de ogen te bewaren. We zien zoveel christenen, ook onder ons, die de vreugde van het geloof met hun ogen doorgeven: met de ogen!

Daarom bewaart een christen – zoals de Maagd Maria – de vlam van zijn liefde: verliefd op Jezus. Zeker, er zijn beproevingen in het leven, er zijn momenten waarop men moet doorgaan ondanks kou en tegenwind, ondanks bitterheid. Maar christenen kennen de weg naar dit heilig vuur, dat zich eens en voor altijd in hen ontstoken heeft.

Maar ik blijf het benadrukken: geven wij ontgoochelde en ongelukkige mensen geen gelijk; luisteren wij niet naar de cynische raad geen hoop te koesteren in het leven; vertrouwen wij ons niet toe aan wie vanaf jongs af aan ieder enthousiasme uitdooft door te zeggen dat niets het offer waard is van een heel leven; luisteren wij niet naar hen wiens hart zo oud is dat het de euforie van de jeugd verstikt. Laat ons naar die bejaarden gaan van wie de ogen stralen van hoop! Laat ons gezonde dromen koesteren: God wil dat wij kunnen dromen zoals Hij en met Hem, zolang wij onderweg zijn en aandachtig voor de realiteit. Van een andere wereld dromen. En als een droom uitdooft, beginnen wij dan opnieuw te dromen, ons het begin herinnerend, die gloeiende houtskool die misschien na een leven dat niet zo goed was, verborgen ligt onder de as van de eerste ontmoeting met Jezus.

Zie hier dus een fundamentele dynamiek van het christenleven: terugdenken aan Jezus. Paulus zei tot zijn volgeling: “Houd Jezus Christus in gedachten” (2 Tim. 2,8); dat is de raad van de grote heilige Paulus: “Houd Jezus Christus in gedachten”. Terugdenken aan Jezus, aan het vuur van de liefde waarmee wij ons leven ooit zagen als een goed project en laten wij onze hoop door deze vlam nieuw leven inblazen.

Terug naar overzicht
By | 2017-09-16T20:48:51+00:00 1 september 2017|Geen categorie, woord van de paus|0 Comments