Gezag en profetie

9-1-2018 Het is altijd het goede moment om opnieuw gezag en profetie op te wekken
Om herders te bemoedigen

“Aan herders zeggen, die veraf leven van God en het volk , zou ik zeggen: “verlies de hoop niet. Er is altijd nog een kans … het is altijd het goede moment om dichterbij te komen en opnieuw gezag en profetie op te wekken.” In zijn homilie geeft paus Franciscus commentaar bij het Evangelie volgens de heilige Marcus, dat gewijd is aan Jezus die onderricht “zoals iemand die gezag bezit”, gezag dat Hij van de Vader ontving, anders dan het onderricht van de schriftgeleerden, de wetgeleerden die “het hart niet raken”: zij onderrichten “van op hun leerstoel en interesseren zich niet voor de mensen”. “Jezus’ onderricht wekt integendeel verwondering, bewogenheid in het hart”, “want het is een nabijheid met “gezag”.

Een herder die God niet zoekt, heeft het spel verloren
Jezus “had gezag omdat Hij toenadering zocht tot de mensen”: “omdat Hij hen nabij was, begreep Hij hen; Hij onthaalde, genas en onderrichtte en was hen nabij”. Zo ook, “wat een herder gezag geeft, of wat het gezag wekt dat de Vader geeft, is nabijheid: nabijheid bij God door het gebed – een herder die niet bidt, een herder die God niet zoekt, heeft het spel verloren – en nabijheid bij de mensen. Wanneer een herder veraf staat van de mensen, raakt zijn boodschap hen niet. Nabijheid, die dubbele nabijheid. Dat is de zalving van een herder die bewogen wordt door Gods gaven in het gebed en die bewogen kan zijn ten overstaan van zonden, problemen, ziekten: door nabijheid kan een herder bewogen worden”.

De schriftgeleerden daarentegen, hadden de “bekwaamheid” om zich te laten ontroeren, verloren omdat “zij de mensen en God niet nabij waren”, stelt de paus vast. “Tenslotte wordt het leven van zo iemand incoherent”: “Jezus is hierover duidelijk: ‘doe wat zij u zeggen – zij spreken de waarheid – maar niet wat zij doen’. Een dubbel leven. Het is bedroevend wanneer herders een dubbel leven leiden: dat is een wonde in de Kerk. Zieke herders, die hun gezag verloren hebben en zo een dubbel leven leiden. Er zijn veel manieren om een dubbel leven te leiden … Jezus gaat er sterk tegen in … ‘witgekalkte graven’: heel mooi in de leer, van buiten, maar rottigheid van binnen. Zo eindigt een herder die niet dicht bij God staat door het gebed en niet dicht bij de mensen door medelijden”.

De paus citeert de Eerste Lezing (1 Sam. 1,9-10) waar Hanna tot de Heer bidt om een zoon. Zij wordt verkeerd beoordeeld door de “oude Eli”, “hij was zwak, hij had de nabijheid verloren met God en de mensen” en aanziet haar voor een dronken vrouw. Maar Hanna vertrouwt hem “de overdrijving” toe van haar “verdriet” en van haar “ontgoocheling” en terwijl zij spreekt, kon Eli “tot haar hart naderen”, zodanig dat hij haar kon zeggen, in vrede te gaan: “moge de God van Israël u geven wat ge Hem gevraagd hebt”. Hij geeft zich rekenschap, “dat hij verkeerd was”, merkt de paus op.

En hij besluit: “tot de herders die ver van God en de mensen geleefd hebben: verlies de hoop niet; er is altijd nog een kans. Voor iemand (als Eli), volstond het te kijken, dichter bij de vrouw te komen, haar te beluisteren en gezag op te wekken om te zegenen en te profeteren. Deze profetie maakte dat de vrouw een zoon kreeg. Gezag: gezag is een gave van God. Het komt alleen van Hem. En Jezus geeft gezag aan de Zijnen. Het gezag van het woord, dat komt uit de nabijheid met God en de mensen, altijd de twee samen. Gezag is coherentie, geen dubbel leven. Als een herder het gezag verliest, moge hij dan tenminste niet de hoop verliezen, maar doen zoals Eli: het is altijd het goede moment om naderbij te komen en gezag en profetie te wekken”.

Terug naar overzicht
By | 2018-01-15T21:26:09+00:00 12 januari 2018|Woord van de paus|0 Comments