De houding die het christendom kenmerkt: barmhartigheid

(9-8-2017) Audiëntie – De houding die het christendom kenmerkt: barmhartigheid

“Jezus deelt het menselijk verdriet en waar Hij het ontmoet, welt vanuit Zijn binnenste de houding die het christendom kenmerkt: barmhartigheid”, zegt paus Franciscus in zijn catechese die aan gewijd is aan de vergeving van de zonden, als bron van hoop. “Het hart van Christus belichaamt en openbaart het hart van God, en waar een man of vrouw lijdt, wil het diens genezing, bevrijding, diens volheid van leven”.
“Met Gods hart” kijken, is “hoopvol kijken”, zo gaat de paus verder. Inderdaad, Jezus “ziet de mogelijkheid tot opstanding, zelfs bij iemand die verkeerde keuzes heeft opgestapeld”; Hij doet meer dan van een schuldgevoel bevrijden: Hij “geeft mensen die fout deden, hoop op nieuw leven”, een “door liefde getekend” leven.
Tenslotte doet de paus een oproep tot hen die het gewoon zijn te biechten, “misschien op een goedkope manier”: “wij zouden er soms moeten aan denken hoeveel wij aan Gods liefde gekost hebben. Ieder van ons heeft veel gekost: het leven van Jezus!”. Doch, “de Zoon van God wordt vooral gekruisigd omdat Hij zonden vergeeft, omdat Hij de totale, definitieve bevrijding wil van het hart van de mens”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Wij hebben de reactie gehoord van de genodigden van Simon de farizeeër: “wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?” (Lc. 7,49). Jezus doet hier een ergerniswekkende zaak. Een vrouw uit de stad, door iedereen gekend als zondares, is het huis van Simon binnengekomen, heeft zich over Jezus’ voeten gebogen en giet er welriekende balsem over. Alle tafelgenodigden mopperden: als Jezus een profeet was, zou Hij zoiets niet aanvaarden van een vrouw als die daar. Die vrouwen, ocharm, die voor niets anders dienden dan om in het verborgene te ontmoeten, ook de leiders van het volk, of gestenigd te worden. Volgens de mentaliteit van die tijd, moest de scheiding scherp zijn tussen een heilige en een zondaar, een reine en een onreine.

Maar Jezus’ houding is anders. Vanaf het begin van Zijn optreden in Galilea, benadert Hij melaatsen, bezetenen, alle zieken en marginalen. Zo een gedrag was absoluut niet gewoon, zodat Jezus’ sympathie voor uitgestotenen, “onaanraakbaren”, een van de zaken is die Zijn tijdgenoten het meest ontstemmen. Waar iemand lijdt, neemt Jezus het op zich en dat lijden wordt het Zijne. Jezus verkondigt niet dat een toestand van leed heldhaftig moet gedragen worden, zoals stoïcijnse filosofen. Jezus deelt het menselijk leed en waar Hij het ontmoet, loopt Zijn binnenste over van die karakteristieke houding van het christendom: barmhartigheid. Tegenover menselijk leed ervaart Jezus barmhartigheid; Jezus’ hart is barmhartig. Jezus voelt medelijden. Letterlijk: Jezus voelt Zijn ingewanden trillen. Hoe dikwijls zien we in het Evangelie reacties als deze. Jezus’ hart belichaamt en openbaart Gods hart dat, waar een man of vrouw lijdt, diens genezing, bevrijding, diens volheid aan leven wil.

Daarom spreidt Jezus Zijn armen wijd open voor de zondaars. Hoeveel personen gaan ook vandaag nog door met een slecht leven omdat zij niemand vonden die hen wou aankijken, op een andere manier aankijken, met de ogen, of beter met het hart van God, met andere woorden: hen hoopvol aankijken. Jezus ziet zelfs de mogelijkheid tot opstanding bij iemand die de verkeerde keuzes heeft opgestapeld. Jezus is altijd daar, met open hart; Hij zet de barmhartigheid die Hij in Zijn hart draagt, wijd open; Hij vergeeft, omhelst, begrijpt, komt nader: zo is Jezus!

Soms vergeten wij dat het voor Jezus geen gemakkelijke, goedkope liefde was. De Evangeliën hebben de eerste negatieve reacties op Jezus op schrift gesteld, juist waar Hij een man zijn zonden vergaf (cf Mc. 2,1-12). Het was een man die twee keer leed: omdat hij niet kon gaan en omdat hij zich schuldig voelde. Jezus begrijpt dat het tweede lijden groter is dan het eerste, zodat Hij hem onmiddellijk zijn bevrijding meldt: “Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven” (v. 5). Hij bevrijdt dit drukkend schuldgevoel. Het is dan dat sommige schriftgeleerden die zich volmaakt vinden – ik denk aan al die katholieken die denken volmaakt te zijn en anderen minachten … triest is dat … – sommige schriftgeleerden waren daar door die woorden van Jezus geërgerd, ze klonken als een godslastering, want alleen God kan zonden vergeven.

Wij die het gewoon zijn dat zonden vergeven worden, misschien te goedkoop, wij zouden er soms moeten aan denken hoeveel wij aan Gods liefde gekost hebben. Ieder van ons heeft niet weinig gekost: het leven van Jezus! Hij zou het zelfs gegeven hebben voor slechts één van ons. Jezus is niet gekruisigd omdat Hij zieken verzorgde, naastenliefde predikte, de zaligsprekingen verkondigde. De Zoon van God wordt vooral gekruisigd omdat Hij zonden vergeeft, omdat Hij een totale, definitieve bevrijding wil van het hart van de mens. Omdat Hij niet aanvaardt dat de mens heel zijn bestaan leidt met deze onuitwisbare tatoeage, met de gedachte niet aanvaard te kunnen worden door Gods barmhartig hart. En met deze gevoelens gaat Jezus de zondaars tegemoet, die wij allemaal zijn.

Zo worden zondaars vergeven. Zij worden niet alleen op psychologisch vlak tot bedaren gebracht omdat zij bevrijd zijn van schuldgevoelens. Jezus doet veel meer: Hij geeft mensen die fouten gemaakt hebben, hoop op nieuw leven. “Maar Heer, ik ben een vod! – Kijk vooruit en Ik geef u een nieuw hart.” Dat is de hoop die Jezus geeft. Een leven getekend door liefde. Matteüs, de tollenaar wordt een apostel van Christus: Matteüs, een verrader van zijn vaderland, een uitbuiter. Zacheüs uit Jericho, een corrupte rijke – zeker gediplomeerd in drinkgeld! –wordt een weldoener voor de armen. De vrouw uit Samaria die vijf mannen gehad heeft en nu met een andere leeft, hoort zich “levend water” beloven dat voor altijd in haar kan opborrelen (cf Joh. 4,14). Zo verandert Jezus de harten; Hij doet het met ons allemaal.

Het doet ons deugd te bedenken dat God Zijn Kerk niet gemaakt heeft met deeg van mensen die nooit fout deden. De Kerk is een volk van zondaars die Gods barmhartigheid en vergeving ervaren. Petrus heeft meer waarheid over zichzelf begrepen bij het hanengekraai dan uit zijn edelmoedige opwellingen die zijn borst deden zwellen en hem een superioriteitsgevoel gaven.

Broeders en zusters, wij zijn allemaal arme zondaars die Gods barmhartigheid nodig hebben, die de kracht heeft ons te veranderen en opnieuw hoop te geven – en dat alle dagen. En Hij doet het! En aan mensen die deze fundamentele waarheid begrepen hebben, geeft God de schoonste opdracht ter wereld, namelijk liefde voor onze broeders en zusters en de verkondiging van een barmhartigheid die Hij niemand weigert. En dat is onze hoop. Gaan wij door met dit vertrouwen in Jezus’ vergeving, in zijn barmhartige liefde.

Terug naar overzicht
By | 2017-08-21T20:43:15+00:00 12 augustus 2017|Geen categorie, woord van de paus|0 Comments