De nieuwe wijn van de barmhartigheid van de Heer

(8-10-2017) Angelus – De nieuwe wijn van de barmhartigheid van de Heer

“De nieuwe wijn brengen van de barmhartigheid van de Heer”: dat is volgens paus Franciscus, de zending van de christen.
De paus gaf commentaar bij de parabel van de misdadige wijnbouwers uit het Matteüsevangelie en deed opmerken dat God niet stopt bij de zonde: “God laat de goede wijn van Zijn wijngaard, dat wil zeggen de barmhartigheid, vloeien”.
Hij waarschuwt voor één obstakel “tegenover de vastberaden en tedere wil van de Vader”: “onze arrogantie en verwaandheid die soms ook gewelddadig worden!”.
De geschiedenis van God en de mensheid wordt getekend door “verraad” en “afwijzing”, maar God “wreekt zich niet, God bemint, wacht op ons om ons te vergeven, ons te omhelzen”.
De paus nodigt uit de voorspraak van de Maagd Maria in te roepen om overal “de nieuwe wijn van de barmhartigheid van de Heer” te kunnen brengen. Want het christendom is een “liefdesaanbod”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De liturgie van deze zondag geeft ons de parabel van de wijnbouwers aan wie de eigenaar de wijngaard toevertrouwt die hij heeft aangelegd en die vervolgens weggaat (cf Mt. 21,33-43). Zo wordt de loyaliteit van deze wijnbouwers op de proef gesteld: de wijngaard wordt hen toevertrouwd, zij moeten erover waken, hem vrucht doen dragen en de opbrengst aan de eigenaar geven.

Als de tijd van de oogst gekomen is, stuurt de eigenaar zijn dienaren uit om de oogst op te halen. Maar de wijnbouwers hebben een bezitterige houding: zij beschouwen zichzelf niet als gewone geranten, maar als eigenaars en weigeren de oogst af te geven. Zij mishandelen de dienaren en doden ze zelfs. De eigenaar is echter geduldig met hen: hij stuurt andere dienaren, talrijker dan de eersten, doch het resultaat is hetzelfde. Uiteindelijk beslist hij, met hetzelfde geduld, zijn eigen zoon te sturen, doch deze wijnbouwers, bezitterig als ze zijn, doden ook de zoon en denken zo de erfenis binnen te halen.

Dit verhaal illustreert op een allegorische manier de verwijten van de profeten in de geschiedenis van Israël. Een geschiedenis die ons toebehoort: er is sprake van het verbond dat God met de mensheid heeft willen sluiten en waartoe Hij ook ons roepen om er deel aan te nemen. Doch, de geschiedenis van dit verbond kent, zoals elke liefdesgeschiedenis, positieve momenten en is eveneens getekend door verraad en afwijzing.

Om te doen begrijpen hoe God reageert op de afwijzing van Zijn liefde en het aanbod van Zijn verbond, legt het Evangelie deze vraag in het hart van de eigenaar van de wijngaard: “Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen? (v. 40). Die vraag onderlijnt dat de ontgoocheling van God door het slechte gedrag van de mensen, niet het laatste woord is!
Dat is de grote nieuwigheid van het christendom: een God die, zelfs ontgoocheld door onze fouten en zonden, niet zwijgt, zich niet afsluit, en zich vooral niet wreekt!
Broeders en zusters, God wreekt zich niet! God bemint, Hij wreekt zich niet, Hij wacht op ons om ons te vergeven, ons te omhelzen.

Door de “verworpen stenen” – Christus is de eerste steen die de bouwlieden verworpen hebben – door situaties van zwakheid en zonde, laat God “de nieuwe wijn” van Zijn wijngaard, dat wil zeggen de barmhartigheid, toch vloeien. Dat is de nieuwe wijn van de wijngaard van de Heer: de barmhartigheid. Er is slechts één obstakel tegenover de vastberaden en tedere wil van God: onze arrogantie en vermetelheid, die soms gewelddadig worden! Tegenover die houding en daar waar men geen vrucht draagt, bewaart Gods woord heel zijn kracht als verwijt en waarschuwing: “Het Rijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt” (v. 43).

De dringende noodzaak om met vruchten te antwoorden op de oproep van de Heer die ons vraagt om Zijn wijngaard te worden, helpt ons begrijpen wat de nieuwigheid en het oorspronkelijke van het christendom is.
Het is niet zozeer een som van voorschriften en morele normen, maar vooral een liefdesaanbod aan de mensheid dat God door Jezus doet en blijft doen. Het is de uitnodiging om binnen te treden in deze liefdesgeschiedenis door een levende en open wijngaard te worden, rijk aan vruchten en hoop voor iedereen.

Een gesloten wijngaard kan verwilderen en zure druiven voortbrengen.
Wij zijn geroepen om buiten de wijngaard te komen om ons ten dienste te stellen van onze broeders die niet met ons zijn, om elkaar wederzijds wakker te schudden en aan te moedigen, om elkaar eraan te herinnen dat wij de wijngaard van de Heer moeten zijn in alle middens, zelfs die meest veraf zijn en het minst begunstigd.

Dierbare broeders en zusters, roepen wij de voorspraak van de Maagd Maria in opdat Zij ons zou helpen overal te zijn, vooral in de periferie van de samenleving, de wijngaard die de Heer geplant heeft voor het welzijn van iedereen en om de nieuwe wijn te brengen van de barmhartigheid van de Heer.

Terug naar overzicht
By | 2017-10-18T10:56:47+00:00 9 oktober 2017|Woord van de paus|0 Comments