Een omhelzing tussen hemel en aarde

10-1-2018 Audiëntie – Een omhelzing tussen hemel en aarde
Stilte om naar de ziel te kunnen luisteren en ze voor de Heer open te stellen

De aanvang van het “Eer aan God” (het “Gloria”) herneemt “de zang van de engelen bij Jezus’ geboorte in Betlehem, de blijde verkondiging van de omhelzing tussen hemel en aarde”, zegt paus Franciscus in zijn catechese over de H. Mis, waarin hij vooral stilstaat bij de collecte, het gebed dat volgt op het “Eer aan de Vader”.
“De ontmoeting tussen de menselijke ellende en de Goddelijke barmhartigheid”, “komt tot leven in de dankbaarheid die uitgedrukt wordt in het Eer aan God”, zegt de paus nog.
De priester nodigt de gelovigen uit een ogenblik in stilte te bidden, “om ervan bewust te worden dat zij in Gods aanwezigheid vertoeven en opdat ieder in zijn hart, de persoonlijke intenties naar boven kan laten komen waarmee hij aan de Mis deelneemt”.
Stilte “beperkt zich niet tot afwezigheid van woorden, maar is een voorbereiding om andere stemmen te horen: die van ons hart en vooral van de Heilige Geest”. Het gaat er dus om “naar onze ziel te luisteren om ze daarna voor de Heer open te stellen”. De priester besluit dit luidop door alle intenties in de collecte op te nemen.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Op de weg van de catechese over de Eucharistieviering, hebben wij gezien dat de schuldbelijdenis ons helpt onze verwaandheid af te leggen en ons bij God aan te dienen zoals wij werkelijk zijn, in het besef zondaars te zijn en in de hoop vergeven te worden.

Het is juist uit de ontmoeting tussen menselijke ellende en Goddelijke barmhartigheid dat de dankbaarheid tot leven komt die uitgedrukt wordt in het “Eer aan God”, “een zeer oude en eerbiedwaardige hymne waardoor de Kerk, die bijeen is in de Heilige Geest, God de Vader en het Lam verheerlijkt en smeekt (cf Romeins Missaal, Algemene inleiding, 53).

De aanvang van deze hymne – “Eer aan God in den hoge” – herneemt het lied van de engelen bij Jezus’ geboorte in Betlehem, de blijde verkondiging van de omhelzing tussen hemel en aarde. Dit lied impliceert ook ons, die bijeen zijn in gebed: “Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft”. Na het “Eer aan God”- of wanneer het niet gebeden of gezongen wordt, onmiddellijk na de schuldbelijdenis – neemt het gebed een eigen vorm aan in wat de collecte genoemd wordt; een gebed dat de eigen aard van de viering uitdrukt en die varieert naargelang de dagen en tijden van het jaar (cf ibid., 54). Door de uitnodiging “Laat ons bidden”, roept de priester het volk op een ogenblik in stilte te bidden, om ervan bewust te worden dat het in Gods aanwezigheid vertoeft en opdat ieder in zijn hart, de persoonlijke intenties naar boven kan laten komen waarmee hij aan de Mis deelneemt (cf ibid., 54). De priester zegt “Laat ons bidden”, dan volgt een moment van stilte en ieder denkt aan wat hij nodig heeft, aan wat hij in het gebed wil vragen.

Stilte beperkt zich niet tot afwezigheid van woorden, maar is een voorbereiding om andere stemmen te horen: die van ons hart en vooral van de Heilige Geest. In de liturgie hangt de aard van de heilige stilte af van het ogenblik waarop zij plaatsheeft: “tijdens de schuldbelijdenis en na de uitnodiging tot gebed, helpt de stilte om te bidden; na de lezing en de homilie, herinnert zij eraan om hetgeen men gehoord heeft, kort te overwegen; na de communie, bevordert zij het inwendig gebed van lof en smeking” (ibid., 45).

De stilte voor het openingsgebed is dus een hulp om te bidden en te denken aan de reden waarom wij daar zijn. Het is dan belangrijk naar onze ziel te luisteren om ze daarna voor de Heer open te stellen. Misschien hebben wij een vermoeiende dag achter de rug, een dag van vreugde, van lijden, en willen wij het zeggen aan de Heer, willen we Zijn hulp inroepen, willen we Hem vragen ons nabij te zijn; wij hebben familie en vrienden die ziek zijn of beproevingen doormaken, en willen het lot van de Kerk en de wereld toevertrouwen aan God. Daartoe dient de korte stilte voordat de priester luidop en in naam van allen, het gemeenschappelijk gebed uitspreekt dat de openingsriten besluit, en dat zo de “collecte” maakt van alle intenties. Het is mijn warme aanbeveling aan de priesters dit moment van stilte in acht te nemen en zich niet te haasten met “Laat ons bidden”, maar het stil te maken. Dat is mijn aanbeveling aan de priesters. Zonder die stilte, lopen wij het gevaar de ingekeerdheid van de ziel te veronachtzamen.

De priester doet dit smeekgebed, dit collectegebed, met uitgestrekte armen in orante houding, die de christenen al in de eerste eeuwen kenden – zoals men kan zien op fresco’s in de catacomben van Rome – om zoals Christus te doen, met open armen op het kruishout. Daar is Christus zowel de bidder als het gebed! Op het kruis erkennen wij de priester die aan God de eredienst geeft die Hem behaagt, namelijk de gehoorzaamheid van een zoon.

In de Romeinse ritus zijn de gebeden beknopt maar rijk aan betekenis: men kan veel mooie overwegingen doen over deze gebeden. Zeer mooie! Op deze teksten terugkomen om ze te overwegen, ook buiten de Mis, kan ons helpen om te leren hoe ons tot God te richten, wat te vragen en welke woorden te gebruiken. Moge de liturgie voor ons allen een ware gebedsschool worden!

Terug naar overzicht
By | 2018-01-12T20:11:31+00:00 12 januari 2018|Geen categorie|0 Comments