Op weg gaan om zijn wortels terug te vinden

(5-10-2017) Op weg gaan om zijn wortels terug te vinden

“De man en vrouw die hun oorsprong terugvinden, die trouw zijn aan hun afkomst, zijn een man en vrouw met vreugde en deze vreugde is hun kracht.”
De paus nodigt uit “een reis te beginnen” om zijn oorsprong terug te vinden, want “iemand zonder wortels is ziek”.
Men dient zijn oorsprong terug te vinden en “kracht op te doen om door te gaan, de kracht om vrucht te dragen en zoals de profeet zegt, de kracht om te bloeien want wat aan de boom bloeit, komt van de aarde”.

De paus geeft commentaar bij het 8e hoofdstuk van Nehemia waar deze een gesprek begint met het volk met het oog op “de terugkeer naar Jeruzalem”, “de terugkeer naar huis”.
De paus denkt na over de droefheid van het volk van Israël dat “heimwee had naar zijn stad en weende”. Dit heimwee wordt bijvoorbeeld uitgedrukt in psalm 137 waar staat: “Wij zaten aan Babylons stromen en weenden”.
De paus benadrukt dat “zij niet vergeten hebben”, “zij wilden (hun oorsprong) niet vergeten”. Hij maakt een parallel met het “heimwee van migranten, de heimwee van wie ver van huis zijn en willen terugkeren”.

Toen “de reis” naar Jeruzalem begon, was het niet gemakkelijk: men diende “de stad terug te vinden en de stad terug op te bouwen”, men diende “veel mensen te overtuigen, dingen aan te brengen om de stad, de muren, de Tempel te bouwen, maar het was vooral een reis om de wortels van het volk terug te vinden”. Men diende “terug contact te hebben met de oorsprong”, preciseert de paus, namelijk “het lidmaatschap van het volk”.
Die reis was niet gemakkelijk, ook omdat er “zo veel weerstand” was van degenen die de ballingschap verkozen. Deze ballingschap is niet alleen “fysisch”, zij is ook “psychologisch: zich uit de gemeenschap sluiten, uit de samenleving; degenen die verkiezen een ontworteld volk te zijn, zonder wortels”. De paus vindt dezelfde houding terug bij de hedendaagse mens die hij “ziek” noemt: “psychologische zelfuitsluiting, het doet zo’n pijn, het ontneemt onze wortels, ons lidmaatschap”.

Op het ogenblik dat de Tempel en de muren herbouwd zijn, is het volk van Israël bijeen “om zijn lidmaatschap, zijn oorsprong te herstellen, dat wil zeggen om naar de Wet te luisteren”. En “heel het volk weende en hoorde de woorden van de Wet”, zegt de Schrift.
Maar dit keer “was het niet het geween van Babylon”, maar waren het “vreugdetranen, door de ontmoeting met zijn oorsprong, met zijn lidmaatschap”. Men gaat dus over van tranen van droefheid naar tranen van vreugde, tranen uit zwakheid, ver van zijn oorsprong, ver van zijn volk, naar tranen om het lidmaatschap: ik ben thuis”.

De paus suggereert iedereen hoofdstuk 8 van Nehemia te herlezen en nodigt ook uit tot een gewetensonderzoek: “Vergeet ik de herinnering aan de Heer, de herinnering aan waar ik toebehoor? Ben ik in staat een reis te ondernemen, een weg te gaan om mijn oorsprong, mijn lidmaatschap terug te vinden? Of verkies ik mezelf uit te sluiten, een psychologische ballingschap?”.

De paus nodigt uit zich de vraag te stellen: “ben ik bang om te wenen?” “Als u bang bent om te wenen, zal u bang zijn om te lachen, want … als u weent van droefheid, zal u nadien wenen van vreugde”. En nog: “Het is een bekwaamheid die we als een genade moeten vragen: wenen … uit droefheid om onze zonden, maar ook van vreugde omdat de Heer ons vrijgekocht heeft, vergeven heeft en in ons leven doet wat Hij met Zijn volk gedaan heeft”.
“Vragen wij de Heer die genade, besluit de paus: de weg gaan om onze wortels te vinden.”

Terug naar overzicht
By | 2017-10-13T12:42:50+00:00 8 oktober 2017|Woord van de paus|0 Comments