Voor God is niemand een ongenode gast

1-7-2018 Angelus – Voor God is niemand een ongenode gast

“Iedereen wordt toegelaten op de weg van de Heer: niemand moet zich een ongenode, onbescheiden of ongeoorloofde gast voelen” zegt paus Franciscus: “om toegang te hebben tot Zijn Hart, tot Jezus’ Hart, is er slechts één voorwaarde: voelen dat men genezing nodig heeft en Hem vertrouwen schenken”.
De paus maakt gebruik van “dit woord van Jezus dat aan ieder van ons is gericht: Ik zeg je, sta op!” Ga. Sta op, moed, sta op!”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Het Evangelie van deze zondag (cf Mc 5,21-43) presenteert twee wonderen die Jezus deed, en beschrijft ze bijna als een soort triomftocht naar het leven.

Eerst spreekt de evangelist over een zekere Jaïrus, één van de oversten van de synagoge, die naar Jezus gaat en Hem smeekt bij hem thuis te komen omdat zijn twaalfjarig dochtertje stervend is. Jezus aanvaardt het en gaat met hem mee; maar onderweg komt het nieuws dat het kind gestorven is. Wij kunnen ons de reactie van deze papa voorstellen. Doch Jezus zegt hem: “Wees niet bang. Maar blijf geloven” (v. 36). Aan het huis van Jaïrus gekomen, doet Jezus de wenende mensen naar buiten gaan – er waren ook vrouwen die rouwmisbaar maakten – en Hij ging alleen met de ouders en drie leerlingen de kamer binnen. Zich tot het overleden meisje richtend, zegt Hij: “Meisje, sta op” (v. 41). Onmiddellijk stond het meisje op, alsof zij uit een diepe slaap ontwaakte (cf v. 42).

In het verhaal van dit wonder, last Marcus een ander verhaal in: de genezing van een vrouw die aan bloedvloeiingen lijdt en genezen wordt van zodra zij Jezus’ kleren aanraakt (cf v. 27). Treffend is hier dat het geloof van deze vrouw de Goddelijke heilskracht in Christus aantrekt – ik zou liever zeggen “ontsteelt”. Wanneer Hij voelt dat een kracht “van Hem was uitgegaan”, probeert Hij te begrijpen wie het was. En wanneer de vrouw, beschaamd, naar voor komt en alles bekent, zegt Hij haar: “Dochter, uw geloof heeft u genezen. Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost” (v. 34).

Het gaat om twee verhalen die in elkaar passen, met één enkele kern: het geloof. En zij laten Jezus zien als bron van leven, als Degene die het leven teruggeeft aan wie zich ten volle aan Hem toevertrouwt. De twee protagonisten, namelijk de vader van het meisje en de zieke vrouw, zijn geen leerlingen van Jezus maar worden verhoord omwille van hun geloof. Hieruit begrijpen wij dat op de weg van de Heer iedereen toegelaten wordt: niemand moet zich een ongenode, onbescheiden of ongeoorloofde gast voelen. Om toegang te hebben tot Zijn Hart, tot Jezus’ Hart, is er slechts één voorwaarde: voelen dat men genezing nodig heeft en Hem vertrouwen schenken. Ik vraag u: voelt ieder van u dat hij genezing nodig heeft? Van iets, van een of andere zonde, van een of ander probleem? En als hij dat voelt, gelooft hij in Jezus? Dat zijn de twee voorwaarden om genezen te worden, om toegang te hebben tot Zijn Hart: voelen dat men genezing nodig heeft en zich aan hem toevertrouwen. Die mensen gaat Jezus in de menigte ontdekken en aan de anonimiteit onttrekken, Hij bevrijdt hen van de angst om te leven en iets te wagen. Hij doet het met een blik en een woord dat hen na zoveel leed en vernedering, terug op weg zet. Ook wij zijn geroepen om deze bevrijdende woorden te leren en na te volgen, evenals deze blik die de levenswil teruggeeft aan wie hem ontbeert.

In deze perikoop uit het Evangelie, kruist het thema’s van geloof dat van het nieuwe leven dat Jezus iedereen is komen aanbieden. Zij gaan het huis binnen waar een meisje op sterven ligt, Hij verjaagt iedereen die zich opwindt en weeklaagt (cf v. 40) en zegt: “Het kind is niet gestorven maar slaapt” (v. 39). Jezus is de Heer en ten overstaan van Hem is de lichamelijke dood als een droom: er is geen reden om te wanhopen.

Iets anders is de dood waarvoor men wel bang moet zijn: die van een hart dat versteend is door het kwaad! Van die dood, moet men bang zijn! Wanneer wij voelen dat ons hart versteend is, en – veroorloof mij de uitdrukking – een gemummificeerd, een ongevoelig hart -, daar moeten wij bang voor zijn. Het is de dood van het hart. Maar zelfs de zonde en een gemummificeerd hart hebben voor Jezus nooit het laatste woord, want Hij is ons de oneindige barmhartigheid van de Vader komen brengen. Ook als wij laag gevallen zijn, bereikt Zijn tedere en krachtige stem ons: “Ik zeg je, sta op!”. Het is mooi dit woord van Jezus te horen dat tot ieder van ons gericht is: “Ik zeg je, sta op!”. Ga. Sta op, moed, sta op! En Jezus geeft het leven terug aan het kind en aan de genezen vrouw: leven en geloof samen.

Vragen wij aan de Maagd Maria ons te vergezellen op onze weg van geloof en concrete liefde, vooral voor wie in nood is. En roepen wij Haar moederlijke voorspraak in voor onze broeders die lijden naar lichaam en geest.

 

Terug naar overzicht
By | 2018-07-01T18:40:13+00:00 1 juli 2018|Geen categorie|0 Comments