23-10-2019 Audiëntie – Begin van de lange reis van het Woord Gods
Eerste concilie van Jeruzalem, voorbeeld van synodaliteit

Het boek van de Handelingen van de Apostelen is “het boek van de lange reis van het Woord Gods”: het begint ten gevolge van een grote vervolging maar “in plaats van de evangelisatie een halt toe te roepen”, “wordt zij een gelegenheid om het terrein te verruimen om het goede graan van het Woord te zaaien”.
Paus Franciscus geeft in zijn dertiende catechese over de Handelingen van de Apostelen (hoofdstukken 14 en 15) commentaar bij de aanvang van de zending van Paulus en Barnabas naar de heidenen, en bij het concilie van Jeruzalem dat plaatshad om op vragen te antwoorden die door deze evangelisatie gewekt waren.
Het verhaal van het concilie van Jeruzalem “helpt ons begrijpen wat synodaliteit is. Eigen aan synodaliteit is de aanwezigheid van de Heilige Geest, anders (…) is het een spreekkamer, een parlement, iets anders …”. En hij specificeert: “de manier van de Kerk om conflicten op te lossen, is gebaseerd op dialoog die bestaat uit aandachtig en geduldig luisteren en op onderscheiding in het licht van de Geest. Het is namelijk de Geest die geslotenheid en spanningen helpt overwinnen en die in de harten werkzaam is opdat zij in waarheid en goedheid tot eenheid komen”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Het boek van de Handelingen van de Apostelen verhaalt dat de heilige Paulus na de transformerende ontmoeting met Jezus en dank zij de bemiddeling van Barnabas, door de Kerk van Jeruzalem wordt opgenomen en Christus begint te verkondigen. Maar door de vijandigheid van sommigen, ziet hij zich verplicht naar zijn geboortestad, Tarsus te gaan, waar Barnabas hem vervoegt om hem in de lange reis van het woord Gods te betrekken. Men mag zeggen dat het boek van de Handelingen van de Apostelen, waarop wij in deze catechesereeks commentaar geven, het boek is van de lange reis van het Woord Gods: het Woord Gods moet verkondigd worden, en overal verkondigd. Deze reis begint ten gevolge van een grote vervolging (cf Hand 11,19); maar in plaats van de evangelisatie een halt toe te roepen, wordt zij een gelegenheid om het terrein te verruimen om het goede graan van het Woord te zaaien. De christenen laten zich niet afschrikken. Zij moeten vluchten maar zij vluchten met het Woord, en verspreiden het Woord een beetje overal.

Paulus en Barnabas komen eerst aan in Antiochië in Syrië, waar zij een jaar lang blijven om onderricht te geven en de gemeenschap te helpen wortel schieten (cf Hand 11,26). Zij verkondigen aan de joodse gemeenschap, aan de joden. Antiochië wordt zo het centrum van missionaire stuwing, dank zij de verkondiging waardoor de twee evangelieverkondigers – Paulus en Barnabas – het hart raken van de gelovigen, die hier in Antiochië voor het eerst “christenen” genoemd worden (cf 11,26).

Uit het boek van de Handelingen komt de aard van de Kerk naar voor, die geen burcht is maar een tent die haar ruimte kan vergroten (cf Jes 54,2) en waartoe iedereen toegang kan krijgen. Ofwel gaat de Kerk “naar buiten” ofwel is het geen Kerk. “Een kerk met open deuren” (Apost. exhort. Evangelii gaudium 46), altijd open deuren. De Kerk is “geroepen om het open huis van de Vader te zijn. (…) Zo stoot iemand die onder impuls van de Heilige Geest God wil zoeken, niet op de kilte van een gesloten deur” (ibid. 47).

Maar voor wie is deze nieuwigheid van de open deuren? Voor de heidenen, want de apostelen predikten tot de joden, maar ook de heidenen zijn aan de deur van de Kerk komen kloppen; en deze nieuwigheid van de open deuren voor de heidenen ontketent een hevige controverse. Sommige joden zeggen dat het noodzakelijk is zich door de besnijdenis jood te laten maken om gered te worden, en daarna het doopsel te ontvangen. Zij zeggen: als gij de besnijdenis niet aanvaardt volgens het Mozaïsch gebruik, kunt gij niet gered worden, dan kunt gij met andere woorden niet gedoopt worden. Eerst het joodse ritueel en daarna het doopsel: dat was hun stelling. En om de knoop door te hakken, raadplegen Paulus en Barnabas de apostelen en oudsten van Jeruzalem en heeft het eerste concilie plaats in de geschiedenis van de Kerk, het concilie – of de samenkomst – van Jeruzalem, waarnaar Paulus in zijn Brief aan de Galaten verwijst (2,1-10).

Een zeer delicate theologische, spirituele en disciplinaire kwestie dient zich hier aan: de band tussen het geloof in Christus en het onderhouden van de wet van Mozes. De toespraken van Petrus en Jakobus, “zuilen” van de moederkerk, zijn in deze samenkomst beslissend (cf Hand 15,7-21; Gal 2,9). Zij stellen voor aan de heidenen geen besnijdenis op te leggen, maar hun alleen te vragen afgoderij en al wat daar bij hoort, achterwege te laten. Uit de discussie tekent zich de gezamenlijke weg en deze beslissing af, bekrachtigd door de bekende ‘apostolische brief’ die naar Antiochië verstuurd wordt.

De samenkomst in Jeruzalem werpt een belangrijk licht op de modaliteiten om de uiteenlopende meningen aan te pakken en “waarheid in de liefde” te zoeken (Ef 4,15). Zij herinnert ons eraan dat de methode van de Kerk om conflicten op te lossen, gebaseerd is op gesprek dat bestaat uit aandachtig en geduldig luisteren en op onderscheiding in het licht van de Geest. Deze Geest helpt geslotenheid en spanningen overwinnen en is in het hart werkzaam om in waarheid en goedheid tot eenheid te komen. Deze tekst helpt ons begrijpen wat synodaliteit is. Het is interessant te zien hoe deze brief geschreven is: de apostelen beginnen met “de Heilige Geest en wij hebben namelijk besloten …”. Dat is eigen aan synodaliteit, de aanwezigheid van de Heilige Geest, anders is er geen synodaliteit, dan is het een spreekkamer, een parlement, iets anders …

Vragen wij de Heer om bij alle christenen, vooral bij bisschoppen en priesters, de gemeenschapszin te versterken. Moge Hij ons helpen om met onze broeders in het geloof en zij die veraf zijn, in gesprek te gaan, naar hen te luisteren en hen te ontmoeten, om de vruchtbaarheid van de Kerk te smaken en te manifesteren.

Terug naar overzicht