Beperktheid, verantwoordelijkheid, barmhartigheid

18-11-2018 Angelus – Beperktheid, verantwoordelijkheid, barmhartigheid

Beperktheid, verantwoordelijkheid en barmhartigheid: drie thema’s uit de toespraak van paus Franciscus voor het Angelusgebed. Op deze Werelddag van de Armen, gaf de paus commentaar bij het Evangelie: “In het Evangelie van vandaag zegt Jezus dat de geschiedenis van volken en enkelingen een einde en een doel heeft: de definitieve ontmoeting met de Heer. En hij waarschuwt: “Wij zullen niets anders bij ons hebben dat wat wij gegeven hebben”. De paus nodigt uit zich aan de barmhartigheid toe te vertrouwen: “Het zal meer dan ooit het ogenblik zijn om ons definitief over te geven aan de liefde van de Vader en ons aan Zijn barmhartigheid toe te vertrouwen”. De paus nodigt ook uit tot “verantwoordelijkheid” en wenst dat “de vaststelling van onze vergankelijkheid hier op aarde en van onze beperktheid, ons niet onderdompelt in angst, maar ons herinnert aan de verantwoordelijkheid die we hebben voor onszelf, onze naaste en de hele wereld”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

In de perikoop van het Evangelie van deze zondag (cf. Mc 13, 24-32), wil de Heer Zijn leerlingen onderrichten over toekomstige gebeurtenissen. Het is in de eerste plaats geen redevoering over het einde van de wereld, maar eerder een uitnodiging om in deze tijd op een goede manier te leven, om waakzaam te zijn en altijd klaar te zijn voor het ogenblik waarop wij zullen geroepen worden om rekenschap te geven van ons leven. Jezus zegt: “na die verschrikkingen in die dagen zal de zon verduisteren en de maan zal geen licht meer geven; de sterren zullen van de hemel vallen” (vv. 24-25). Deze woorden doen ons denken aan de eerste bladzijde uit het boek Genesis, aan het scheppingsverhaal: de zon, de maan, de sterren, die schitteren vanaf het begin der tijden, elk volgens zijn rangorde, en die licht brengen, teken van leven. Zij worden hier beschreven in hun ondergang, wanneer zij ten onder gaan in duisternis en chaos, teken van het einde. In de plaats daarvan zal het licht dat op die dag zal schitteren, uniek zijn en nieuw: het zal het licht van de Heer Jezus zijn die in heerlijkheid zal komen, met alle heiligen. In deze ontmoeting zullen wij tenslotte Zijn gelaat zien in het volle licht van de Drie-eenheid; een gelaat dat straalt van liefde en waar tegenover ook elke mens in heel zijn waarheid zal verschijnen.

De geschiedenis van de mensheid, en ook de persoonlijke geschiedenis van ieder van ons, kan niet begrepen worden als een gewone opeenvolging van woorden en feiten zonder betekenis. Zij mag evenmin geïnterpreteerd worden in het licht van een fatalistisch visioen, alsof alles reeds vooraf vast stond in functie van een bestemming die geen enkele ruimte voor vrijheid laat, en die belet dat keuzes gemaakt worden die het resultaat zijn van een echte beslissing. In het Evangelie van vandaag zegt Jezus eerder dat de geschiedenis van volken en enkelingen een einde en een doel heeft: de definitieve ontmoeting met de Heer.

Wij kennen noch de tijd noch de manier waarop dat zal gebeuren; de Heer herhaalt dat “niemand, zelfs niet de engelen in de hemel, zelfs niet de Zoon” het weten (v. 32); alles wordt stil gehouden in het mysterie van de Vader. Toch kennen wij een fundamenteel principe waarmee wij ons moeten confronteren: “hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan” (v. 31). Dat is het echte, cruciale punt. Op die dag zal ieder van ons moeten begrijpen of het woord van de Zoon van God zijn persoonlijk leven verlicht heeft of dat hij het de rug gekeerd heeft door zijn eigen woorden te verkiezen. Het zal meer dan ooit het ogenblik zijn om ons definitief over te geven aan de liefde van de Vader en ons aan Zijn barmhartigheid toe te vertrouwen.

Niemand kan aan dat ogenblik ontsnappen, niemand van ons! De handigheid waarmee wij ons gedrag dikwijls laten gepaard gaan om het beeld te redden dat wij aan anderen willen geven, zal niet meer van nut zijn; dat geldt ook voor de macht van het geld en van economische middelen waarmee wij aanmatigend beweren alles en iedereen te kunnen kopen. Wij zullen alleen bij hebben wat wij in deze wereld gerealiseerd hebben in geloof aan Zijn woord: het alles of niets van wat wij gedaan of verwaarloosd hebben. Wij zullen niets anders bij hebben dat wat wij gegeven hebben.

Roepen wij de voorspraak in van de Maagd Maria opdat de vaststelling van onze vergankelijkheid hier op aarde en van onze beperktheid, ons niet onderdompelt in angst, maar ons herinnert aan de verantwoordelijkheid die we hebben voor onszelf, onze naaste en de hele wereld.

Terug naar overzicht
By | 2018-11-27T21:47:11+00:00 19 november 2018|Woord van de paus|0 Comments