Bidden als een kind: “Abba”, “Papa”

16-1-2019 Audiëntie – Ik ken alleen de liefde
Bidden als een kind: “Abba”, “Papa”

Een christen die “Jezus gekend heeft en naar Zijn verkondiging geluisterd, beschouwt God niet meer als een gevreesde tiran, hij is niet bang meer van Hem, maar voelt in zijn hart vertrouwen in Hem ontluiken: hij kan met de Schepper spreken en Hem “Vader” noemen”, zegt paus Franciscus. En de paus stelt zich een gesprek voor tussen schepsel en Schepper: “Is het mogelijk dat Gij, o God, alleen maar liefde kent? Kent Gij geen haat? – Nee, zou God antwoorden, Ik ken alleen maar liefde. – Waar zijn in U wraak, de eis tot gerechtigheid, woede om Uw geschonden eer? – En God zou antwoorden: Ik ken alleen maar liefde”.
Paus Franciscus vervolgt zijn catechese over het Onze Vader en staat stil bij “het eerste woord” waarin “wij onmiddellijk de radicale nieuwigheid van het christelijk gebed vinden”.
De paus haalt de heilige Paulus voor de geest die het Aramese woord “Abba” gebruikt en legt uit dat “Abba” veel vertrouwelijker en meer bewogen is dan God gewoon “Vader” te noemen. Daarom werd soms voorgesteld om dit oorspronkelijke Aramese woord “Abba” te vertalen door “Papa”.
Wij worden uitgenodigd, “met God dezelfde band te hebben als een kind met zijn papa”, vervolgt de paus, een kind “dat helemaal geborgen is in de omhelzing van een vader die een oneindige tederheid voor hem voelt”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

We gaan verder met de catechese over het Onze Vader en gaan vandaag uit van de bemerking dat het gebed in het Nieuwe Testament lijkt te willen uitkomen bij de essentie, dat het zich namelijk op één enkel woord wil concentreren: Abba, Vader.

Wij hebben gehoord wat de heilige Paulus in de Brief aan de Romeinen schrijft: “De geest die gij ontvangen hebt, is er niet een van slaafsheid, die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt een geest van kindschap ontvangen, die ons doet uitroepen: Abba, Vader!” (8,15). En tot de Galaten zegt de Apostel: “En het bewijs dat ge zonen zijt: Hij heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader!” (4,6). Dezelfde aanroeping, waarin heel het nieuwe van het Evangelie gecondenseerd is, komt twee keer terug. Een christen die Jezus gekend heeft en naar Zijn verkondiging geluisterd, beschouwt God niet meer als een gevreesde tiran, hij is niet bang meer van Hem, maar voelt in zijn hart vertrouwen in Hem ontluiken: hij kan met de Schepper spreken en Hem “Vader” noemen. Dit woord is voor christenen zo belangrijk dat het dikwijls in zijn oorspronkelijke vorm intact bleef: “Abba”.

In het Nieuwe Testament komt het zelden voor dat Aramese woorden niet in het Grieks vertaald worden. Wij moeten ons voorstellen dat de stem van Jezus zelf als het ware in die Aramese woorden “geregistreerd” werd: zij hebben het taaleigen van Jezus gerespecteerd. In het eerste woord van het Onze Vader, vinden wij onmiddellijk de radicale nieuwigheid van het christelijk gebed.

Het gaat er niet alleen om het gebruik van een symbool – in dit geval, de vaderfiguur – te verbinden met het mysterie van God; het gaat er namelijk om, dat heel de wereld van Jezus bij wijze van spreken in ons hart wordt overgeheveld. Als wij dat doen, dan kunnen wij het Onze Vader in waarheid bidden. “Abba” is veel vertrouwelijker en meer bewogen dan God gewoon “Vader” te noemen. Daarom werd soms voorgesteld om dit oorspronkelijke Aramese woord “Abba” te vertalen door “Papa”. “Papa” zeggen in de plaats van “Onze Vader”. Wij blijven “Onze Vader” zeggen, maar in ons hart worden wij uitgenodigd “Papa” te zeggen, met God dezelfde band te hebben als een kind met zijn papa, dat “papa” zegt. Die woorden evoceren namelijk genegenheid, warmte, iets dat ons naar de kindertijd projecteert: het beeld van een kind dat helemaal geborgen is in de omhelzing van een vader die een oneindige tederheid voor hem voelt. Daarom, dierbare broeders en zusters, om goed te bidden, moet men ertoe komen een kinderhart te hebben. Geen zelfvoldaan hart: dan kan men niet goed bidden. Maar zoals een kind in de armen van zijn vader, van zijn papa.

Het zijn zeker de Evangeliën die ons het best met de betekenis van dit woord vertrouwd maken. Wat betekent dit woord voor Jezus? Het Onze Vader krijgt betekenis en kleur als wij het bijvoorbeeld leren bidden na de parabel van de barmhartige vader gelezen te hebben, die de omhelzing van zijn vader heeft ervaren die lang op hem gewacht had, een vader die niet meer denkt aan de beledigende woorden die zijn zoon tot hem gesproken had, een vader die hem nu gewoon doet begrijpen hoezeer hij hem gemist heeft. Dan ontdekken wij hoe die woorden leven worden, sterk worden. En wij stellen ons de vraag: is het mogelijk dat Gij, o God, alleen maar liefde kent? Kent Gij geen haat? – Nee, zou God antwoorden, Ik ken alleen maar liefde. – Waar zijn in U wraak, de eis tot gerechtigheid, woede om Uw geschonden eer? – En God zou antwoorden: Ik ken alleen maar liefde.

De vader van deze parabel heeft in zijn manier van doen iets dat sterk herinnert aan de gesteltenis van een moeder. Het zijn vooral moeders die hun kinderen verontschuldigen, hen beschermen, die niet ophouden empathie voor hen te voelen, die hen blijven beminnen, ook als zij het niet verdienen.
Het volstaat dit ene woord – Abba – te evoceren om een christelijk gebed te beginnen. Deze weg volgt de heilige Paulus in zijn brieven, en het zou niet anders kunnen want het is de weg die Jezus heeft aangeleerd: in deze aanroeping ligt een kracht die al het overige van het gebed aantrekt.

God zoekt u, ook als gij Hem niet zoekt. God bemint u, ook als gij Hem vergeten bent. God ziet in u een schoonheid, ook als ge denkt al uw talenten nutteloos verspild te hebben. God is niet alleen vader, Hij is als een moeder die nooit ophoudt haar schepsel te beminnen. Anderzijds, is er een zwangerschap die blijft duren, langer dan de negen maanden van de lichamelijke zwangerschap; een zwangerschap die een oneindige kringloop van liefde verwekt. Voor een christen is bidden gewoon zeggen: “Abba”, “Papa”, “Vader”, maar met kinderlijk vertrouwen.

Het kan ons overkomen dat wij wegen gaan, ver van God, zoals dat gebeurd is met de verloren zoon; of dat wij ondergaan in een eenzaamheid die ons het gevoel geeft door heel de wereld verlaten te zijn; of dat wij een fout begaan en verlamd worden door schuldgevoel. In die moeilijke momenten, kunnen wij toch nog kracht vinden om te bidden, uitgaande van dit woord “Vader”, maar uitgesproken met de tedere betekenis die een kind eraan geeft: “Abba”, “Papa”. Hij zal Zijn gelaat voor ons niet verborgen houden.

Bedenk dit goed: misschien heeft iemand slechte dingen in zijn hart, dingen die hij niet kan oplossen, veel bitterheid om dit of dat gedaan te hebben … Hij, zal Zijn gelaat niet verbergen. Hij zal zich niet opsluiten in de stilte. Zegt gij tot Hem: “Vader” en Hij zal u antwoorden. “Ge hebt een Vader. – Ja, maar ik ben een delinquent. – Maar ge hebt een Vader die van u houdt!” Zeg Hem: “Vader”, begin zo te bidden en Hij zal ons in de stilte zeggen dat Hij ons nooit uit het oog verloren heeft. – Maar, Vader, ik heb dit en dat gedaan. – Nooit heb Ik u uit het oog verloren, Ik heb alles gezien. Ik ben echter daar gebleven, dicht bij u, trouw aan Mijn liefde voor u”. Dat zal het antwoord zijn. Vergeet nooit “Vader” te zeggen.
Dank u.

Terug naar overzicht
By |2019-01-23T22:20:41+00:00 17 januari 2019|Woord van de paus|0 Comments