De cultuur van de onverschilligheid

8-1-2019 Moge mijn hart van deze ziekte genezen: de cultuur van de onverschilligheid

Paus Franciscus nodigt uit te bidden opdat “de Heer de mensheid zou genezen, te beginnen met ons: moge mijn hart genezen van deze ziekte die de cultuur van de onverschilligheid is”. Dit zegt de paus in zijn commentaar bij het Evangelie van Marcus over de broodvermenigvuldiging.

Hij brengt in herinnering dat “de liefde van God altijd het eerst is, het is een liefde van medelijden, van barmhartigheid”. Het is waar dat haat het tegengestelde is van liefde, maar bij veel mensen is er geen “bewuste haat”: “het meer dagelijkse tegengestelde van Gods liefde, van Gods medelijden, is onverschilligheid”.

“De strijd tussen het medelijden van Jezus en onverschilligheid … herhaalt zich altijd in de geschiedenis, altijd …”, benadrukt de paus in zijn homilie. “Veel goede mensen … begrijpen de behoeften van de anderen niet, zij zijn niet tot medelijden in staat. Het zijn goede mensen, misschien is Gods liefde niet tot hun hart doorgedrongen of hebben ze die liefde niet binnengelaten.”

De paus beschrijft het tafereel waar Christus “veel dingen” onderricht aan de mensen. Op de duur vervelen de leerlingen zich “omdat Jezus altijd dezelfde dingen zegt”. En terwijl Christus “met liefde en medelijden” onderricht geeft, beginnen zij misschien “onder elkaar te praten”. Op het einde zeggen zij: “maar, Meester, deze plaats is verlaten en het is al laat; stuur ze weg zodat ze eten kunnen kopen in de dorpen van de omtrek”.
De leerlingen “weten dat zij brood voor zichzelf bij hebben en willen het bewaren. Ziedaar de onverschilligheid”, benadrukt de paus.

“De leerlingen interesseren zich niet voor de mensen: zij interesseren zich voor Jezus omdat zij van Hem houden, gaat de paus verder. Zij zijn niet slecht, maar onverschillig. Zij weten niet wat beminnen is. Zij weten niet wat medelijden is. Zij weten niet wat onverschilligheid is … Jezus’ antwoord is striemend: “geef gij hen te eten”, zorg gij voor hen”.”

In zijn commentaar op het Evangelie van de broodvermenigvuldiging, vraagt de paus zich af: “waarom heeft God dat gedaan?”. En zijn antwoord luidt: “uit medelijden”. “Gods hart, Jezus’ hart raakt bewogen en ziet, het ziet die mensen en kan niet onverschillig blijven. Liefde is ongerust. Liefde verdraagt geen onverschilligheid. Liefde heeft medelijden. Maar medelijden betekent zijn hart op het spel zetten; dat betekent barmhartigheid. Zijn hart voor de anderen op het spel zetten: dat is liefde. Liefde is zijn hart voor de anderen op het spel zetten.”

Tijdens de homilie beschrijft paus Franciscus een foto aan de muur van de Apostolische Aalmoezendienst: “een foto van een jonge Romein, spontaan getrokken, die haar in zijn goedheid aan de Aalmoezendienst gegeven heeft”. Het is een foto van Daniele Garofani, vandaag fotograaf bij L’Osservatore Romano.
Ze toont een nacht in de winter, legt de paus uit, “dat ziet men aan de manier waarop de mensen gekleed zijn”, die “uit een restaurant” komen. “Goed ingeduffelde mensen” en voldaan: “zij hadden gegeten, zij waren onder vrienden”. En daar “is een dakloze op de stoep, die zo doet …”. En de paus toont een uitgestoken hand om een aalmoes te vragen. De fotograaf “kon het moment grijpen waarop die mensen naar elders kijken zodat hun blikken niet kruisen”. Dat “is de cultuur van de onverschilligheid. Dat is wat de apostelen deden”.
Als slot van zijn homilie, nodigt de paus uit tot God te bidden om de “ziekte” van onverschilligheid in de harten te genezen.

Terug naar overzicht
By |2019-01-17T14:47:20+01:00 9 januari 2019|Woord van de paus|0 Comments