19-6-2019 Audiëntie – De Heilige Geest, orkestmeester van Gods grote daden
Hij maakt alle contexten menselijker en verbroedert

De Heilige Geest is “de orkestmeester die partituren laat spelen van lofzangen voor Gods grote daden”, zegt paus Franciscus. De Heilige Geest “bewerkt gemeenschap, Hij bewerkt de verzoening die hindernissen kan wegnemen tussen Joden en Grieken, tussen slaven en vrije mensen, om hen tot één enkel lichaam te maken. Hij bouwt de gemeenschap van gelovigen op, door de eenheid van het lichaam en de veelheid van de ledematen tot harmonie te brengen. Hij doet de Kerk groeien door haar grenzen, zonden en eender welk schandaal te helpen overstijgen”.
Paus Franciscus gaat verder met de catechese over de Handelingen van de Apostelen en concentreert zich op het Pinksterverhaal. De Heilige Geest “breekt door”, een doorbraak “die niet verdraagt wat opgesloten is” en “die de deuren wijd open zet”. Hij alleen “heeft de macht alle contexten menselijker te maken en te verbroederen, en Hij gaat daarvoor uit bij degenen die Hem ontvangen”. En de paus besluit: “Vragen wij aan de Heer ons een nieuw Pinksteren te doen ervaren dat ons hart verruimt en onze gevoelens in overeenstemming brengt met die van Christus, zodat wij Zijn transformerend woord zonder schaamte verkondigen en wij getuigen van de macht van de liefde die al wat ze tegenkomt, tot leven roept”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Vijftig dagen na Pasen, in dit cenakel dat reeds hun huis is en waar de aanwezigheid van Maria, Moeder van de Heer, het bindend element is, beleven de apostelen iets dat hun verwachtingen overstijgt. Verenigd in gebed – gebed is de long die de leerlingen van alle tijden, adem geeft. Zonder gebed kan men geen leerling van Jezus zijn, zonder gebed kunnen wij geen christen zijn! Gebed is de lucht, de long van het christenleven. De leerlingen zijn verbaasd over de doorbraak van God. Het gaat om een doorbraak die niet verdraagt wat opgesloten is: zij zet de deuren wijd open door de kracht van een wind die herinnert aan de ruah, de eerste adem, en zij voltrekt de belofte van de “kracht” die de Verrezen Heer voor Zijn vertrek deed (cf Hand 1,8). Zij komt onverwacht, van boven: “plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van” (Hand 2,2).

Bij de wind komt vervolgens het vuur, dat herinnert aan het brandend braambos en de Sinaï met de gave van de tien woorden (cf Ex 19,16-19). In de traditie van de Bijbel, gaat vuur gepaard met de manifestatie van God. In het vuur spreekt God Zijn levend en energiek woord (cf Hebr 4,12) dat de toekomst opent; vuur drukt symbolisch Zijn werk uit dat erin bestaat de harten te verwarmen, te verlichten en te doorgronden, Zijn bezorgdheid om de weerstand van de werken der mensen te onderzoeken, te zuiveren en te revitaliseren. Terwijl men op de Sinaï de stem van God hoort, is het Petrus die in Jeruzalem spreekt op het Pinksterfeest. Petrus, de rots die Christus gekozen heeft om Zijn Kerk op te bouwen. Zijn woord, zwak en zelfs in staat om de Heer te verloochenen, maar waar het vuur van de Geest is doorheen gegaan, krijgt een kracht, kan de harten raken en tot bekering aansporen. Inderdaad, God kiest wat in de wereld zwak is om de sterken te beschamen (1 Kor 1,27).

De Kerk ontstaat bijgevolg uit het vuur van de liefde, uit een brand die met Pinksteren uitslaat en de kracht manifesteert van het woord van de verrezen Heer, vol Heilige Geest. Het Nieuwe en definitieve Verbond steunt niet langer op een wet op stenen tafels geschreven, maar op de werking van Gods Geest die alle dingen nieuw maakt en in harten van vlees gegrift staat.

Het woord van de apostelen is doordrongen van de Geest van de verrezen Heer en wordt een nieuw, een ander woord, maar een woord dat men kan begrijpen, alsof het gelijktijdig in alle talen vertaald werd: inderdaad, “iedereen hoorde hen spreken in zijn eigen taal” (cf Hand 2,6). Het gaat om de taal van de waarheid en de liefde, die de universele taal is: zelfs ongeletterde mensen kunnen haar begrijpen. De taal van de waarheid en de liefde begrijpt iedereen. Met de waarheid van uw hart, met oprechtheid en met liefde, zal iedereen u begrijpen. Ook als ge niet kunt spreken, maar gemeend en uit liefde tederheid betoont.

De Heilige Geest manifesteert zich niet alleen door een symfonie die klanken één maakt en de verschillen harmonieus samenstelt, maar Hij is de orkestmeester die partituren laat spelen van lofzangen voor Gods “grote daden”. De Heilige Geest bewerkt gemeenschap, Hij bewerkt de verzoening die hindernissen kan wegnemen tussen Joden en Grieken, tussen slaven en vrije mensen, om hen tot één enkel lichaam te maken. Hij bouwt de gemeenschap op van gelovigen door de eenheid van het lichaam en de veelheid van de ledematen te harmoniseren. Hij doet de Kerk groeien door haar te helpen haar menselijke grenzen, zonden en eender welk schandaal te overstijgen.

De verrassing is immens en sommigen vragen zich af of deze mannen dronken zijn. Dan neemt Petrus namens alle apostelen het woord en leest dit gebeuren in het licht van Joël 3, waar een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest aangekondigd wordt. De leerlingen van Jezus zijn niet dronken, maar zij beleven wat de heilige Ambrosius noemt “de nuchtere dronkenschap van de Geest”, die door dromen en visioenen de profetie vervult te midden van Gods volk. Deze profetische gave is niet alleen voorbehouden voor enkelen maar voor allen die de naam van de Heer aanroepen.

Voortaan, sinds dat ogenblik, spoort de Heilige Geest de harten aan om het heil te ontvangen dat via een Persoon gaat, Jezus Christus, degene die de mensen aan het kruishout geslagen hebben en die God uit de doden heeft opgewekt, “na de smarten van de dood te hebben ontbonden” (Hand 2,24). Hij is het die deze Geest verspreid heeft die de polifonische lofzang orkestreert, die iedereen kan horen. Zoals Benedictus XVI zei, “dat is Pinksteren: Jezus en door Hem, komt God zelf tot ons en trekt ons in Hem” (homilie, 3 juni 2006). De Geest bewerkt Gods aantrekkingskracht: God verleidt ons door Zijn liefde en betrekt ons aldus om de geschiedenis te doen vooruitgaan en processen op gang te brengen die nieuw leven laten doorsijpelen. Alleen de Geest van God heeft namelijk de macht alle contexten menselijker te maken en te verbroederen, uitgaande van degenen die Hem ontvangen.

Vragen wij aan de Heer dat Hij ons een nieuw Pinksteren laat ervaren dat ons hart verruimt en ons gevoelens geeft die overeenstemmen met die van Christus, zodat wij Zijn woord dat transformeert, zonder schaamte verkondigen en getuigen van de macht van de liefde die al wat zij tegenkomt, tot leven roept.

Terug naar overzicht