De liefde van een Vader ervaren

20-2-2019 Audiëntie – Het Onze Vader: wij bedelen allemaal om liefde
De liefde van een Vader ervaren

“Wij zijn bedelaars die onderweg het risico lopen nooit heel die schat te vinden die zij vanaf de eerste dag van hun leven zoeken: liefde” of “honger naar liefde” is “een uitnodiging om God te kennen die Vader is”, legt paus Franciscus uit.
Paus Franciscus gaat verder met zijn catechese over het Onze Vader. “Mannen en vrouwen zijn eeuwig bedelaars om liefde”, “zij zoeken een plaats waar zij uiteindelijk bemind worden, maar vinden ze niet”. Alhoewel zij “verlangen lief te hebben”, “hebben wij allemaal de ervaring” van “onze beperktheid” en “armzalige kracht”.
Tegenover de “vriendschappen” en “ontgoochelde liefdes” van onze wereld, “bestaat een andere liefde, die van de Vader, die in de Hemel is”. Niemand moet betwijfelen dat hij de bestemmeling van die liefde is”. Deze liefde is niet “ver” maar “radicaal anders”, het is “een liefde die het niet opgeeft, die altijd zal duren, of eerder altijd in handbereik is”. En de paus besluit en insisteert: “ge bent het veelgeliefde kind van God” en “niets in het leven kan Zijn passionele liefde voor u doven”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
(…) Wij gaan verder met de catechese over het Onze Vader. De eerste stap van elk christelijk gebed is binnengaan in een mysterie, dat van Gods vaderschap. Men kan niet bidden als papegaaien. Ofwel treedt ge binnen in het mysterie, in het besef dat God uw Vader is, ofwel bidt ge niet. Als ik tot God mijn Vader wil bidden, nader ik een mysterie. Om te begrijpen in welke mate God voor ons een vader is, denken wij aan de figuur van onze ouders, maar wij moeten ze altijd in zekere mate “verfijnen”, zuiveren. Dat zegt ook de Catechismus van de Katholieke Kerk: “De zuivering van het hart heeft betrekking op het beeld van de vaders en moeders in onze geschiedenis”.

Niemand van ons had volmaakte ouders, niemand; zoals wij op onze beurt, nooit volmaakte ouders of herders zullen zijn. Wij hebben allemaal gebreken, allemaal. Onze liefdesrelaties zijn altijd getekend door onze beperktheden en egoïsme, en daarom zijn zij dikwijls bezoedeld door verlangens van bezitterigheid of manipulatie. Daarom slaan liefdesverklaringen soms over in gevoelens van woede of vijandigheid. Maar kijk, die twee hielden vorige week zo veel van elkaar, en vandaag haten ze mekaar als de dood: dat zien wij alle dagen! Dat is omdat wij allemaal bittere wortels in ons hebben, die niet goed zijn en soms naar buiten treden en kwaad doen.

Dat is waarom wij aan onze ouders denken, vooral wanneer zij van ons hielden, wanneer wij over God spreken als over een vader, maar wij moeten tegelijk verder gaan. Want de liefde van God is die van een Vader “die in de Hemel is”, volgens de woorden die Jezus ons uitnodigt te gebruiken: het is de totale liefde die wij in dit leven slechts genieten op een onvolmaakte manier.

Mannen en vrouwen zijn eeuwig bedelaars om liefde – wij zijn bedelaars om liefde, wij hebben liefde nodig – zij zoeken een plaats waar zij uiteindelijk bemind worden, maar vinden ze niet. Hoeveel vriendschappen en ontgoochelde liefdes in onze wereld! Zo veel! De Griekse god van de liefde, uit de mythologie, is de meest tragische die bestaat: men begrijpt niet of het om een engelachtig wezen gaat of een demon. De mythologie zegt dat hij de zoon is van Poros en Penia, dat wil zeggen van sluwheid en armoede, bestemd om de fysionomie van deze ouders enigszins in zich te dragen. Van daaruit kunnen we denken aan de dubbelzinnige aard van menselijke liefde: op een bepaald uur van de dag kan zij bloeien en onweerstaanbaar leven en onmiddellijk daarna verwelken en sterven; wat een mens grijpt, ontsnapt hem altijd meer (cf Plato, Het feestmaal, 203). Er is een uitdrukking van de profeet Hosea die de besmettelijke zwakheid van onze liefde onbarmhartig afbakent: “uw vroomheid is als de morgennevel, als de dauw die vroeg in de morgen verdwijnt” (6,4). Zo is dikwijls onze liefde: een belofte die men moeilijk kan houden, een poging die onmiddellijk verdroogt of verdampt, een beetje zoals de opgaande zon in de morgen die de dauw van de nacht meeneemt.

Hoe dikwijls beminnen wij, mensen, op die zo zwakke manier, met tussenpozen? Het is ieders ervaring: wij hebben bemind maar daarna is die liefde vervallen of verzwakt. Wij verlangen lief te hebben en worden vervolgens geconfronteerd met onze beperktheid, met onze armzalige krachten: niet in staat een belofte te houden die in begenadigde dagen gemakkelijk realiseerbaar leek. In de grond was ook de apostel Petrus bang en moest hij vluchten. De apostel Petrus was niet trouw aan de liefde van Jezus. Er is altijd die zwakheid die ons doet vallen. Wij zijn bedelaars die onderweg het risico lopen nooit heel die schat te vinden die wij vanaf de eerste dag van ons leven zoeken: liefde.

Maar er bestaat een andere liefde, die van de Vader “die in de Hemel is”. Niemand moet betwijfelen of hij de bestemmeling is van die liefde. Hij houdt van ons. “Hij houdt van mij”, mogen wij zeggen. Indien zelfs onze vader en moeder niet van ons gehouden hadden – een historische veronderstelling – is er een God in de Hemel die ons bemint zoals niemand op aarde ooit deed en zal kunnen doen. De liefde van God is constant. De profeet Jesaja bevestigt het: “Zal een vrouw haar zuigeling vergeten, een liefhebbende moeder het kind van haar schoot?” (45,15-16). Vandaag de dag is tatoeage in de mode: “ik heb u geschreven in de palm van Mijn hand”. Ik heb een tatoeage van u op Mijn hand. Ik ben in Gods hand en kan ze niet uitvegen. De liefde van God is als de liefde van een moeder die nooit kan vergeten. En als een moeder toch vergeet? “Ik vergeet u nooit!” (v. 15), zegt de Heer. Dat is de volmaakte liefde van God, zo worden wij door God bemind. Zelfs indien al onze liefdes op aarde afbrokkelen, en er slechts stof overblijft in onze handen, dan nog heeft God altijd en voor elk van ons, een vurige unieke en trouwe liefde.

In deze honger naar liefde die wij allemaal kennen, zoeken wij niet iets dat niet bestaat: deze honger is integendeel een uitnodiging om God te kennen die Vader is. De bekering van de heilige Augustinus bijvoorbeeld, is langs deze piek gegaan: de jonge en schitterende spreker zocht bij de schepselen iets dat geen enkel schepsel hem kon geven, tot hij op een dag de moed had naar boven te kijken. En op die dag, kende hij God. God die bemint.

De uitdrukking “in de Hemel” wil geen afstand uitdrukken, maar een radicaal verschil van liefde, een andere dimensie van liefde, een liefde die niet opgeeft, een liefde die altijd zal duren, of eerder die altijd in handbereik is. Het volstaat te zeggen: “Onze Vader die in de Hemel zijt” en die liefde komt. Daarom, vrees niet! Niemand van ons is alleen. Zelfs indien uw aardse vader u helaas zou vergeten en ge wrok voelt tegen hem, toch wordt u de fundamentele ervaring van het christelijk geloof niet geweigerd: te weten dat ge het veelgeliefde kind van God zijt en dat niets in het leven Zijn gepassioneerde liefde voor u kan doven.

Terug naar overzicht
By |2019-03-03T20:36:56+01:00 21 februari 2019|Woord van de paus|0 Comments