De verwachting van de Heer goed beleven

2-12-2018 Angelus – De verwachting van de Heer goed beleven

In de Advent wordt de verwachting van Christus niet werelds of heidens beleefd, maar wel in de hoop dat de geschiedenis naar een nieuwe wereld toegaat en dat “zelfs de fouten van de mensen” kunnen dienen om Gods “barmhartigheid te manifesteren”, legt paus Franciscus uit.
In deze audiëntie legt de paus de betekenis uit van deze eerste Adentszondag en van de vier weken in voorbereiding op Kerstmis.
Hij nodigt uit om de “passiviteit” en “luiheid” los te laten van een leven dat rond onszelf draait en om ons “biddend” en “waakzaam” open te stellen “voor de noden van de mensen, onze broeders, en voor het verlangen naar een nieuwe wereld”: “dat is het verlangen van zo veel volken die beproefd worden door honger, onrechtvaardigheid en oorlog; dat is het verlangen van arme, zwakke en verlaten mensen”.
De paus suggereert dit gewetensonderzoek: “Het is een gepaste tijd om ons hart te openen, om ons concrete vragen te stellen over hoe en aan wie wij ons leven besteden”.
“De Advent is de tijd om de Heer te verwelkomen die ons tegemoet komt, om naar de toekomst te kijken en ons voor te bereiden op de wederkomst van Christus”, vervolgt de paus.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Vandaag begint de Advent, de liturgische tijd die ons voorbereidt op Kerstmis en uitnodigt naar boven te kijken en ons hart te openen om Jezus te verwelkomen. In de Advent verwachten wij niet alleen Kerstmis; wij worden ook uitgenodigd de terugkomst van Christus in heerlijkheid te verwachten – op het einde der tijden, en ons op die laatste ontmoeting met Hem voor te bereiden door coherente en moedige keuzes. Wij gedenken Kerstmis, wij verwachten de wederkomst van Christus in heerlijkheid en ook onze persoonlijke ontmoeting: de dag waarop de Heer ons zal roepen. In die vier weken worden wij opgeroepen om een teruggetrokken en geroutineerd leven los te laten en naar buiten te treden, met hoop en dromen voor een nieuwe toekomst. Het Evangelie van deze zondag (cf Lc 21, 25-28, 34-36) spreekt precies in die zin en waarschuwt dat we ons niet mogen laten onderdrukken door een egocentrische levenswijze en een gejaagd levensritme. Jezus’ woorden zijn scherp: “ Zorgt ervoor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven; laat die dag u niet onverhoeds grijpen (…) Weest daarom altijd waakzaam en bidt” (vv. 34.36).

Blijf waakzaam en bid: zo moet deze tijd beleefd worden van nu tot Kerstmis. Waakzaam zijn en bidden. Innerlijke sufheid komt door het feit dat men altijd rond zichzelf draait en geblokkeerd blijft, opgesloten in zijn eigen leven met zijn problemen, vreugden en smart, maar altijd rond zichzelf draaiend. En dat vermoeit, verveelt, dat sluit af voor de hoop. Daar ligt de wortel van de passiviteit en luiheid waarover het Evangelie spreekt. De Advent nodigt ons uit tot waakzaamheid, om verder te kijken dan onszelf, geest en hart te verruimen om ons open te stellen voor de noden van de mensen, onze broeders, en voor het verlangen naar een nieuwe wereld. Dat is het verlangen van zo veel volken die beproefd worden door honger, onrechtvaardigheid en oorlog; dat is het verlangen van arme, zwakke en verlaten mensen. Het is een gepaste tijd om ons hart open te stellen, om ons concrete vragen te stellen over hoe en aan wie wij ons leven besteden.

De tweede houding om de Heer goed te verwachten, is die van het gebed. “richt u op en heft uw hoofden omhoog want uw verlossing komt nabij” (v. 28), luidt de vermaning in het Evangelie van Lucas. Het gaat erom op te staan en te bidden, onze gedachten en hart op Jezus te richten die gaat komen. Men staat op als men iemand of iets verwacht. Wij, wij verwachten Jezus, wij willen Hem biddend verwachten, wat nauw met waakzaamheid verbonden is. Bidden, Jezus verwachten, zich voor de anderen openstellen, waakzaam zijn, niet in onszelf gesloten. Maar als wij aan Kerstmis denken in een sfeer van consumptie, van inkopen om dit of dat te doen, een wereldse manier van feesten, zal Jezus voorbijgaan en zullen we Hem niet vinden. Wij verwachten Jezus en willen Hem biddend verwachten, wat ook nauw met waakzaamheid verbonden is.

Maar wat is de horizont van onze biddende verwachting? In de Bijbel is het vooral de stem van de profeten die ons daarop wijst. Vandaag is het Jeremia die het volk toespreekt, het volk dat hard beproefd werd door de ballingschap en zijn identiteit dreigt te verliezen. Zelfs wij, christenen, die ook het volk van God zijn, wij riskeren werelds te worden en onze identiteit te verliezen en de christelijke manier van leven zelfs heidens te maken. Daarom hebben wij Gods woord nodig dat ons door de profeet verkondigt: “Er komt een tijd dat Ik de belofte vervul die Ik aan Israël en Juda gedaan heb. Dan schenk ik David een wettige afstammeling, die het land rechtvaardig en eerlijk bestuurt” (33,14-15).

Moge de Maagd Maria, de vrouw van verwachting en gebed, die ons Jezus brengt, ons helpen onze hoop op de beloften van Haar Zoon Jezus te versterken, om ons te doen ervaren dat God, doorheen de barensweeën van de geschiedenis, trouw blijft en zelfs de fouten van de mensen gebruikt om Zijn barmhartigheid te manifesteren.

Terug naar overzicht
By | 2018-12-09T17:40:24+00:00 3 december 2018|Woord van de paus|0 Comments