10-11-2019 Angelus – De zekerheid van de verrijzenis uit de doden is op Gods trouw gebaseerd

De zekerheid van de verrijzenis uit de doden is op “Gods trouw” gebaseerd, “die de God is van het leven”, zegt de paus in zijn commentaar op het Evangelie. Hij nodigt uit “het hiernamaals te verwachten”.
De paus legt het antwoord uit van Jezus op een vraag van de Sadduceeën die niet in de verrijzenis geloven: “Jezus antwoordt dat het leven aan God toebehoort, die van ons houdt en zich om ons bekommert”.
Hij benadrukt de band tussen leven en broederschap: “Het leven blijft in stand waar een band is, gemeenschap, broederschap. Dit leven is sterker dan de dood, wanneer het gebouwd is op echte relaties en banden van trouw. Er is integendeel geen leven waar men beweert alleen aan zichzelf toe te behoren en waar men als eilanden leeft: in zo een houding overheerst de dood. Dat is egoïsme. Als ik voor mijzelf leef, zaai ik de dood in mijn hart”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De bladzijde uit het Evangelie van vandaag (cf Lc 20,27-38) geeft ons een prachtig onderricht van Jezus over de verrijzenis uit de doden. Jezus wordt door de Sadduceeën ondervraagd, die niet in de verrijzenis geloofden en zij dagen Hem dus uit met een listige vraag: “Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw?” Jezus trapt niet in de valstrik en antwoordt dat de verrezenen in het hiernamaals “niet huwen en niet ten huwelijk gegeven worden. Zij kunnen immers niet meer sterven, omdat zij gelijk engelen zijn, en als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God” (vv. 35-36). Dat is Jezus’ antwoord.

Met dit antwoord nodigt Jezus vooreerst Zijn toehoorders uit – en ook ons – te bedenken dat deze aardse dimensie waarin wij nu leven, niet de enige is, maar dat er een andere bestaat, die niet meer onderworpen is aan de dood en waarin ten volle zal geopenbaard worden dat wij kinderen van God zijn. Het geeft grote vertroosting en grote hoop naar dit simpel en duidelijk woord van Jezus te luisteren over het leven na de dood; wij hebben dat zo nodig, vooral in onze tijd, zo rijk aan kennis over het heelal maar zo arm aan wijsheid over het eeuwig leven.

Deze heldere zekerheid van Jezus over de verrijzenis is geheel gebaseerd op de trouw van God, die de God is van het leven. Trouwens, achter de vraag van de Sadduceeën schuilt een diepere vraag: niet alleen van wie van de zeven mannen de vrouw de echtgenote zal zijn , maar van wie haar leven zal zijn. Het is een twijfel die de mens van alle tijden bezighoudt, ook ons: wat zal er na deze aardse pelgrimstocht van ons leven geworden? Zal het aan het niets, aan de dood toebehoren?

Jezus antwoordt dat het leven toebehoort aan God, die van ons houdt en zo om ons bekommerd is, dat Hij Zijn Naam aan de onze verbindt: Hij is “de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob. Hij is toch geen God van doden maar van levenden, want voor Hem zijn allen levend” (vv. 37-38). Het leven blijft in stand waar een band is, gemeenschap, broederschap. Dit leven is sterker dan de dood, wanneer het gebouwd is op echte relaties en banden van trouw. Er is integendeel geen leven waar men beweert alleen aan zichzelf toe te behoren en waar men als eilanden leeft: in zo een houding overheerst de dood. Dat is egoïsme. Als ik voor mijzelf leef, zaai ik de dood in mijn hart.

Moge de Maagd Maria ons helpen elke dag te leven in het perspectief van wat wij in het laatste deel van het credo zeggen: “Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk”. Het hiernamaals verwachten.

Terug naar overzicht