8-10-2019 De bekoring om het geloof te herleiden tot een ideologie

God komt nabij “om te genezen”, “te redden” en “niet om te veroordelen”, brengt paus Franciscus in herinnering door zijn commentaar op de zending van de profeet Jona. Hij onderscheidt in de halsstarrigheid van de profeet, de bekoring christen te zijn “op voorwaarde dat …”, wat het geloof uiteindelijk herleidt tot een ideologie, of wat de ideologie boven het geloof plaatst, door de barmhartigheid af te wijzen.

Paus Franciscus doet opmerken dat Jona “koppig” is, dat zijn geschiedenis “de geschiedenis” is “van een koppige mens” die “zijn werk goed gedaan heeft en daarna vertrekt”.

Hij heeft de stad Nineve doorkruist om op te roepen tot bekering, dreigend met Gods kastijding, en de stad heeft zich bekeerd. Dus kastijdt God niet en Jona “wijst God terecht”. De paus zet een dialoog op touw tussen de profeet en zijn God: “Ach Heer, had ik het niet gedacht, toen ik nog in mijn land was! Daarom ben ik ook aanstonds maar naar Tarsis gevlucht! Ik wist immers, dat Gij een medelijdende en barmhartige God zijt, lankmoedig en rijk aan liefde, altijd geneigd om spijt te krijgen over aangezegd onheil. Gij kunt de levensadem wel van mij wegnemen, Heer: de dood is mij liever dan het leven”. Paus Franciscus vertaalt de gevoelens van Jona: het is beter te sterven dan dit profetenwerk met U voort te zetten, dat toch anders eindigt dan datgene waarvoor Gij mij gezonden hebt.

Inderdaad, Jona is verontwaardigd over Gods barmhartigheid. Het is eigenlijk de botsing tussen twee koppigheden, legt de paus uit: Jona, koppig overtuigd van zijn geloof, en de Heer, koppig in Zijn barmhartigheid: Hij verlaat ons nooit en klopt ten einde toe aan de deur van ons hart. Jona is koppig omdat hij voorwaarden stelt aan zijn geloof. ‘Ik ben christen, maar als de dingen zo verlopen … – Nee, nee, die veranderingen, die zijn niet christelijk. – Dat is ketterij. – Dat is niet rechtvaardig. …’ Christenen die voorwaarden stellen aan God, die voorwaarden stellen aan het geloof en aan Gods werking.

Paus Franciscus beschrijft dit “als”, waardoor christenen “zich opsluiten in hun ideeën en uiteindelijk in een ideologie: dat is een verkeerde weg die het geloof tot een ideologie maakt”. Christenen “die bang zijn”: bang “voor de uitdagingen van het leven, de uitdagingen van de Heer, de uitdagingen van de geschiedenis” en gehecht aan “hun overtuiging, hun eerste overtuiging, hun eigen ideologie”. Zij verkiezen “de ideologie boven het geloof”, gaat de paus verder, en zo “verwijderen zij zich van de gemeenschap”, “zijn zij bang om zich aan Gods handen over te geven en verkiezen zij alles te beoordelen volgens de kleingeestigheid van hun hart”.

De paus ziet daarin een beeld van de “twee figuren van de Kerk” vandaag: enerzijds een Kerk “van ideologen”, “teruggeplooid op hun eigen ideologieën”, en anderzijds een “Kerk die de Heer toont die in alle realiteiten aanwezig komt, zonder afkeer te voelen: de dingen geven de Heer geen afkeer, onze zonden geven Hem geen afkeer, Hij komt dichterbij zoals Hij melaatsen en zieken naderbij komt. Omdat Hij gekomen is om te genezen, te redden en niet om te veroordelen”.

Terug naar overzicht