1-6-2022 Verberg de ouderdom niet, respecteer de leer van de broosheid

In zijn twaalfde catechese over de oude dag tijdens de algemene audiëntie verwees de paus naar de wijsheid van de psalmist.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

Het mooie gebed uit Psalm 71 dat we gehoord hebben, moedigt ons aan de sterke spanning te overwegen die aanwezig is in de ouderdom, wanneer de herinnering aan de verwerkte vermoeidheid en aan de ontvangen zegeningen, het geloof en de hoop op de proef stelt.

Uitsluiting

De beproeving is er reeds door de zwakheid die gepaard gaat met de overgang naar de broosheid en kwetsbaarheid op gevorderde leeftijd. En de psalmist – een bejaarde die zich tot de Heer richt – vermeldt uitdrukkelijk dat dit proces een gelegenheid wordt tot vereenzaming, tot misleiding en misbruik en onderdrukking, die zich soms in de bejaarde vastbijten. Een vorm van laagheid waarin wij ons, in onze samenleving, heel erg bekwamen. Dat is echt! In deze samenleving van de uitsluiting worden bejaarden afgezonderd en ondergaan deze zaken. Er zijn er die misbruik maken van de ouderdom van de bejaarde, om hem op te lichten, om hem op talloze manieren te bedreigen. Vaak lezen we in de krant en horen we over bejaarden die gewetenloos om de tuin geleid worden om hun spaarcenten te stelen; of die aan hun lot worden overgelaten of zonder zorgen verlaten worden of die beledigd worden door misprijzen met de bedoeling dat ze van hun rechten zouden afzien. Ook in gezinnen – en dat is erg, maar het gebeurt – ook in gezinnen gebeuren deze wreedheden. Bejaarden, uitgesloten, alleen gelaten in rusthuizen, zonder dat de kinderen hen opzoeken of weggaan en slechts enkele malen per jaar op bezoek komen.

De bejaarde in de hoek van het bestaan gezet. En dat gebeurt: het gebeurt vandaag, in gezinnen, het gebeurt telkens. Hierbij moeten we stilstaan.

Verbergen

Heel de samenleving moet snel zorg besteden aan haar bejaarden – zij zijn de schat! – steeds talrijker en vaak ook meer verlaten. Wanneer we horen over bejaarden die van hun zelfstandigheid, van hun zekerheid, zelfs van hun woning beroofd worden, dan begrijpen we dat de dubbelzinnigheid van de samenleving ten aanzien van de hoge leeftijd geen probleem is van toevallige nood, maar een kenmerk van die cultuur van de uitsluiting die de wereld vergiftigt waarin we leven. De bejaarde in de psalm vertrouwt zijn moedeloosheid toe aan God. Hij zegt: Mijn vijanden praten al over mij, die op mij loeren maken al plannen: ‘God heeft hem verlaten; jaagt hem nu na, grijpt hem, nu heeft hij geen hulp meer’. (vv. 10-11). De gevolgen zijn fataal. De oude dag verliest niet slechts zijn waardigheid, maar men gaat zelfs twijfelen of hij mag verder duren. Zo komen we allen in de bekoring onze kwetsbaarheid, onze ziekte, onze leeftijd en onze ouderdom te verbergen, want we vrezen dat ze de wachtkamer zijn van ons verlies aan waardigheid. Laten we ons de vraag stellen: is het menselijk dit gevoel op te wekken?

Hoe komt het dat de moderne beschaving, zo vooruitstrevend en efficiënt, zich zo ongemakkelijk voelt ten aanzien van ziekte en ouderdom?

Waarom verbergt men ziekte en ouderdom? En hoe komt het dat de politiek, die zo erg begaan is met het bepalen van de grenzen aan een waardig overleven, tegelijkertijd ongevoelig is voor de waardigheid van een liefdevol samenleven met ouderen en zieken?

Vertrouwen in de Heer

De bejaarde die we in de psalm gehoord hebben, en die zijn ouderdom als een nederlaag beschouwt, ontdekt opnieuw het vertrouwen in de Heer. Hij voelt de nood aan hulp. En hij richt zich tot God. De heilige Augustinus spoort, in zijn commentaar op deze psalm, de bejaarde aan: Vrees niet verlaten te worden op je oude dag (…) Waarom vrees je dat (de Heer) je zou verlaten, je op je oude dag, wanneer de krachten afnemen, zou verstoten (PL 36, 881-882). En de oude psalmist bidt: Gij zijt rechtvaardig, red en bevrijd mij, luister en kom mij te hulp. Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats; mijn rots en mijn burcht zijt Gij altijd geweest (vv. 2-3). De aanroeping getuigt van de trouw van God en doet een beroep op zijn mogelijkheid om de afgedwaalde gewetens wakker te schudden uit hun ongevoeligheid voor de parabel van het sterfelijk leven dat in zijn integriteit moet geëerd worden. Hij gaat verder als volgt: Heer, blijf niet staan in de verte, mijn God, kom mij haastig te hulp. Dat zij verward op de vlucht slaan die mij naar het leven staan; met schaamte en schande bedekt, zij die mij het kwade wensen. (vv. 12-13).

Leren van de oude dag

Inderdaad, schaamte zou moeten komen over hen die misbruik maken van de zwakheid van ziekte en oude dag. Het gebed hernieuwt in het hart van de bejaarde de belofte van de trouw en van Gods zegen. De bejaarde herontdekt het gebed en getuigt over de kracht ervan. In de evangelies wijst Jezus nooit het gebed af van wie hulp nodig heeft. Bejaarden kunnen, omwille van hun zwakheid, aan andere leeftijden leren dat wij allen er nood aan hebben ons aan de Heer toe te vertrouwen, Zijn hulp in te roepen. In die zin moeten wij allen leren van de oude dag. Inderdaad, bejaard zijn is een gave in de zin van zich aan de zorgen van anderen toe te vertrouwen, beginnend bij God zelf.

Leer van de broosheid

Er bestaat dus een ‘leer van de broosheid’. De broosheden niet verbergen, neen. Ze zijn echt. Er is een werkelijkheid en er is een leer van de broosheid. De oude dag is in staat om dit op geloofwaardige wijze in herinnering te brengen gedurende heel de tijdspanne van het menselijk leven. De oude dag niet verbergen, de broosheden van de oude dag niet verbergen. Dit is een les voor ons allen. Dit onderricht opent een beslissende horizon voor de hervorming van onze beschaving zelf. Meteen al een onvermijdelijke hervorming ten voordele van het samenleven van allen.

De uitsluiting van de bejaarden, zowel als visie dan als praktijk, ondermijnt alle seizoenen van het leven, niet slechts die van de oude dag.

Elk van ons kan vandaag terugdenken aan de bejaarden van onze familie. Hoe ga ik met hen om, denk ik aan hen, ga ik hen bezoeken? Zorg ik ervoor dat hen niets ontbreekt? Heb ik eerbied voor hen? Heb ik de bejaarden in mijn familie, moeder, vader, grootvader, grootmoeder, ooms en tantes, vrienden, uit mijn leven gebannen? Vergeet niet dat ook jij ooit bejaard zult zijn. De oude dag komt voor allen.

Hoe jij, op je oude dag, behandeld zou willen worden, behandel zo de bejaarden nu.

Zij zijn het geheugen van de familie, het geheugen van de mensheid, het geheugen van het land. De bejaarden die wijsheid zijn, behoeden. Moge de Heer aan de bejaarden die deel uitmaken van de Kerk de gulheid van deze aanroeping en van deze uitdaging schenken. Moge dit vertrouwen in de Heer ons besmetten. En dat voor het goede van allen, van hen, van ons, van onze kinderen.

Terug naar overzicht