8-8-2021 Angelus – Alles in ons leven interesseert Hem

Paus Franciscus nodigt uit,“onze gevoelens, ons werk, onze dag, ons leed, onze angst” aan God te vertellen want “alles in ons leven interesseert Hem”.
Zonder Jezus, zegt hij in de Angelustoespraak, “vegeteren wij: want Hij is de enige die de ziel voedt … Hij is de enige die maakt dat wij ons bemind weten ook al ontgoochelt iedereen ons, Hij is de enige die ons de kracht geeft lief te hebben en bij moeilijkheden te vergeven, Hij is de enige die aan het hart de vrede geeft die het zoekt”.
In zijn overweging doet de paus opmerken dat het “comfortabeler zou zijn een God te hebben die in de Hemel blijft zonder zich met iets te moeien, terwijl wij de zaken hier beneden kunnen regelen”.
Doch, God wil “in het concrete karakter van de wereld komen … in ons leven” en Hij wil niet “vergeten en opzij gezet worden, of alleen aangesproken wanneer we het nodig hebben”.
De paus nodigt uit bij het avondeten “Jezus uit te nodigen, het levende brood, Hem eenvoudig te vragen te zegenen wat wij gedaan hebben en wat we niet konden doen”: “nodigen wij Hem bij ons uit … Jezus zal met ons aan tafel zijn en wij zullen verzadigd worden door een grotere liefde”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
In het Evangelie uit de liturgie van vandaag, blijft Jezus prediken tot de mensen die het wonder van de broodvermenigvuldiging gezien hebben. En Hij nodigt deze mensen uit een kwaliteitssprong te maken: na herinnerd te hebben aan het manna, waarmee God de vaders voedde op hun tocht door de woestijn, past Hij het symbool van het brood nu toe op zichzelf. Hij zegt duidelijk: “Ik ben het brood des levens” (Joh 6,48).

Wat betekent het brood des levens? Om te leven, hebben wij brood nodig. Wie honger heeft, vraagt geen verfijnde en kostelijke gerechten, maar brood. Wie werkloos is, vraagt nooit een enorm inkomen, maar het brood van een baan. Jezus openbaart zich als het brood, dat wil zeggen het wezenlijke, het noodzakelijke voor het dagelijkse leven. Zonder Hem gaat het niet. Geen brood tussen vele andere, maar het brood des levens. Met andere woorden, zonder Hem vegeteren wij in plaats van te leven: want Hij alleen voedt de ziel, Hij alleen vergeeft het kwaad dat wij uit onszelf niet kunnen overstijgen, Hij alleen laat ons voelen dat we bemind zijn ook als iedereen ons ontgoochelt, Hij alleen geeft ons de kracht lief te hebben en bij moeilijkheden te vergeven, Hij alleen geeft aan het hart de vrede die het zoekt, Hij alleen geeft voor altijd het leven wanneer het leven hier beneden eindigt. Hij is het wezenlijke brood des levens.

Ik ben het brood des levens. Blijven wij bij dit mooie beeld van Jezus. Hij had een redenering kunnen doen, een demonstratie geven, maar – wij weten het – Jezus spreekt in parabels, en in dit woord: “Ik ben het brood des levens”, vat Hij werkelijk heel Zijn wezen en zending samen. Dat zal ten volle zichtbaar zijn op het einde, op het laatste avondmaal. Jezus weet dat de Vader Hem niet alleen vraagt het volk eten te geven, maar ook zichzelf te geven, zichzelf te breken, Zijn eigen leven, Zijn eigen vlees, Zijn eigen hart, opdat wij het leven zouden hebben. Deze woorden van de Heer wekken verbazing in ons voor de gave van de Eucharistie. Niemand in deze wereld, wat zijn liefde voor iemand ook is, kan zichzelf tot voedsel maken voor iemand. God heeft dat wel gedaan en doet het nog, voor ons. Laten wij die verbazing terug vinden. Doen wij het bij de aanbidding van het levende Brood, want aanbidding vervult het leven met verwondering.

Maar in het Evangelie ergeren de mensen zich eerder dan zich te verwonderen, zij scheuren hun kleren. Zij denken: “Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, en kennen wij zijn vader en moeder niet? Hoe kan Hij dan zeggen: ik ben uit de hemel neergedaald?” (Joh 6,41-42). Misschien ergeren wij ons ook: het zou comfortabeler zijn een God te hebben die in de Hemel blijft zonder zich met iets te moeien, terwijl wij de zaken hier beneden kunnen regelen. Doch, God is mens geworden om in het concrete karakter van de wereld te komen, in de concrete dingen van ons leven. God is mens geworden voor mij, voor u, voor ons allemaal, om in ons leven te komen. En alles in ons leven interesseert Hem. Wij mogen Hem onze gevoelens, ons werk, onze dag, ons leed, onze angst, zo veel dingen vertellen. Jezus verlangt deze vertrouwelijkheid met ons. Wat verlangt Hij niet? Hij die het brood is, wil niet herleid worden tot een garnituur, Hij wil niet vergeten en opzij gezet worden, of alleen aangesproken wanneer we het nodig hebben.

Ik ben het brood des levens. Wij eten ten minste één keer per dag samen. Misschien ’s avonds, met het gezin, na een dag werken of studeren. Het zou mooi zijn, voor we het brood breken, Jezus, het brood des levens, uit te nodigen, Hem eenvoudig te vragen te zegenen wat wij gedaan hebben en wat we niet konden doen. Nodigen wij Hem bij ons uit, bidden wij op een huiselijke manier. Jezus zal met ons aan tafel zijn en wij zullen verzadigd worden door een grotere liefde.

Moge de Maagd Maria in wie het Woord is vlees geworden, ons dag na dag helpen groeien in de vriendschap met Jezus, het brood des levens.

Terug naar overzicht