9-5-2020 Als een Kerk geen moeilijkheden heeft, ontbreekt haar iets

Wij baden in de psalm: Zingt voor de Heer een nieuw gezang omdat Hij wonderen deed, Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm. De Heer openbaarde zijn heil, gerechtigheid toonde Hij aan de volken” (97, 1-2). Het is waar. De Heer heeft wonderen gedaan. Maar wat een inspanning! Hoeveel moeite voor de christengemeenschappen om de wonderen van de Heer verder te zetten!

In de passage uit de Handelingen van de Apostelen (13,44-52) hoorden wij vreugde: heel de stad Antiochië komt samen om naar het woord van de Heer te luisteren, want Paulus en de apostelen preekten krachtig en de Geest hielp hen. Maar “bij het zien van die grote menigte werden de Joden zeer afgunstig en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus met beschimpingen” (v. 45). Enerzijds is er de Heer, de Geest die de Kerk doet groeien, en zij groeit steeds meer aan, dat is waar. Maar anderzijds is er de boze geest die de Kerk probeert te vernietigen. Zo is het altijd. Ja, er is vooruitgang, maar de vijand komt en probeert te vernietigen. De balans is op lange termijn altijd positief, maar hoeveel inspanning, hoeveel leed, hoeveel martelaren!

Dat gebeurde in Antiochië en dat gebeurt overal in het boek van de Handelingen van de Apostelen. Denken we bijvoorbeeld aan het ogenblik dat zij in Lystra aankwamen en een lamme genazen en iedereen aanzag hen voor goden en wilde hun offers brengen, en heel het volk was met hen (cf 14,8-18). Dan kwamen anderen en overtuigden hen dat het niet zo was. En hoe eindigen Paulus en zijn gezel? Gestenigd (14,19). Altijd die strijd. Denken we aan de tovenaar Barjezus, aan wat hij deed, opdat het Evangelie niet tot bij de consul zou geraken (cf 13,6-12). Denken we aan de meesters van het jonge meisje die waarzegster was, zij buitten haar uit omdat zij in de handen las en het geld dat zij kreeg ging in de zakken van haar meesters. En toen Paulus en de apostelen aantoonden dat zij een bedriegster was, dat dit niet kon, was er onmiddellijk opstand tegen hen (cf 16,16-24). Denken we aan de ambachtslui van de godin Artemis (in Efese), die hun broodwinning verloren omdat zij hun beeldjes niet konden verkopen; niemand kocht ze nog aangezien het volk zich bekeerd had. En zo verder. Enerzijds, het woord van God dat samenroept, dat doet groeien, anderzijds vervolging en grote vervolging want ze worden uiteindelijk verjaagd, geslagen …

En wat is het instrument van de duivel om de boodschap van het Evangelie te vernietigen? Afgunst. Het boek Wijsheid zegt het duidelijk: “door de afgunst van de duivel is de dood in de wereld gekomen” (2,24) – afgunst, jaloezie. Altijd dat bitter gevoel. Die mensen zagen hoe het Evangelie verkondigd werd en het werkte hen op de zenuwen, woede knaagde van binnen. En die woede bewoog hen: het is de woede van de duivel, woede die vernietigt, de woede van het “kruisig Hem! kruisig Hem!”, van de foltering van Jezus. De duivel wil vernietigen. Altijd.

Bij het zien van deze strijd, geldt deze mooie uitdrukking ook voor ons: “De Kerk maakt vooruitgang door de vervolgingen van de wereld en de vertroostingen van God” (H. Augustinus, De Civitate Dei, XVIII, 51,2). Als een Kerk geen moeilijkheden heeft, ontbreekt haar iets. Dan is de duivel te gerust. En als de duivel gerust is, is dat geen goed teken. Altijd moeilijkheden, bekoringen, strijd … Jaloezie die vernietigt. De Heilige Geest brengt de Kerk tot harmonie en de boze geest vernietigt. Tot op vandaag.
Altijd die strijd.

Eén van de instrumenten van deze jaloezie, van deze afgunst, is de tijdelijke macht. Hier wordt ons gezegd dat “de Joden de godvrezende vrouwen uit de toonaangevende kringen ophitsten” (Hand 13,50). Zij zijn naar die vrouwen gegaan en hebben hun gezegd: het zijn revolutionairen, verjaag ze. De vrouwen spraken er met anderen over en ze werden verjaagd. Vrome vrouwen en de voornaamste burgers uit de stad (cf v. 50). Zij richtten zich tot de tijdelijke macht. En tijdelijke macht kan goed zijn, maar macht op zich is altijd gevaarlijk. De macht van de wereld verzet zich tegen de macht van God en achter macht zit altijd geld. Wat in de primitieve Kerk gebeurt – het werk van de Geest om te Kerk op te bouwen, om de Kerk tot harmonie te brengen, en het werk van de boze geest om haar te vernietigen, en zijn toevlucht te nemen tot de tijdelijke macht om de Kerk tegen te houden – is slechts een verdere ontwikkeling van wat gebeurde in de morgen van de verrijzenis. De soldaten zagen deze triomf, gingen naar de priesters en dezen hebben de waarheid “gekocht”. En de waarheid werd tot zwijgen gebracht (cf Mt 28,11-15). Vanaf de eerste morgen van de verrijzenis, vanaf de triomf van Christus, is er dat verraad, de wil om het woord van Christus het zwijgen op te leggen, om de triomf van de verrijzenis door het tijdelijk gezag tot zwijgen te brengen: de hogepriesters en het geld.

Laten wij opletten als wij het Evangelie verkondigen: nooit vertrouwen stellen in de tijdelijke macht en in geld. Het vertrouwen van christenen is Jezus Christus en de Heilige Geest die Hij gezonden heeft! En de Geest is de gist, de kracht die de Kerk doet groeien! Ja de Kerk in vrede, lijdzaam, gelukkig: door de vervolgingen in de wereld en de vertroostingen van God.

Terug naar overzicht