25-4-2020 Als ge gelooft, moet ge noodzakelijk uit uzelf treden

Vandaag viert de Kerk de heilige Marcus, één van de vier evangelisten, die de apostel Petrus van nabij kende. Het Evangelie van Marcus is het eerste dat geschreven werd. Het is eenvoudig van stijl en toegankelijk. Als ge vandaag een beetje tijd hebt, neem het en lees het. Het is niet lang en de eenvoud waarmee Marcus het leven van de Heer vertelt, is aangenaam om te lezen.

Het Evangelie – de passage die wij gelezen hebben, is het slot ervan – gaat over de zending door de Heer. De Heer heeft zich laten kennen als de Redder, de enige Zoon van God. Hij heeft zich aan heel Israel geopenbaard, vooral en meer in detail aan de apostelen, de leerlingen. Het is het afscheid van de Heer: “Hij werd ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God” (Mc 16, 19). Maar voor Hij vertrekt bij de verschijning aan de Elf, zegt Hij hun: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping” (v. 15). Dat is het missionaire karakter van het geloof. Het geloof is ofwel missionair, ofwel is het geen geloof. Het geloof is er niet alleen voor mij, opdat ik zou groeien in het geloof: dat is een gnostische ketterij. Het geloof brengt u ertoe uit uzelf te treden. Naar buiten. Het geloof moet doorgegeven, aangeboden worden, vooral door het getuigenis. Gaat, zodat de mensen zien hoe ge leeft.

Een priester uit een Europese stad zei me: “er is zoveel ongeloof, zo veel agnosticisme in onze steden, omdat de christenen geen geloof hebben. Moesten ze dat hebben, zouden ze het zeker aan de mensen doorgeven”. De missionaire geest ontbreekt. Het ontbreekt aan een fundamentele overtuiging. Ja, ik ben christen, ik ben katholiek, maar … Alsof christen zijn een sociale houding is, alsof op uw identiteitskaart staat: ik ben christen. Maar dat is het geloof niet. Dat is iets cultureel, meer niet. Geloof leidt u noodzakelijk naar buiten. Geloof wil gegeven worden, dat is wezenlijk. Geloof is geen rust. Ah, wil u zeggen, dat wij allemaal missionaris moeten zijn en naar verre landen gaan? Nee, dat is een aspect van de missionaire geest. Het betekent wel: dat als ge geloof hebt, moet ge noodzakelijk uit uzelf treden en uw geloof in de omgang tonen. Die sociale dimensie van het geloof is er voor iedereen. “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping”. Dat is geen proselitisme, niet iets als voetbalclub of liefdadigheidsvereniging. Nee, dat is het in geen enkel opzicht. Geloof is de openbaring bekendmaken, zodat de Heilige Geest in de mensen kan werken en door dienstbaarheid getuigen. Dienstbaarheid is een manier van leven. Als ik zeg, christen te zijn, en als een heiden leef – dat gaat niet! Dat overtuigt niemand. Als ik zeg, christen te zijn en als een christen leef – dat trekt aan. Dat is getuigenis.

In Polen vroeg een universiteitsstudent mij eens: “ik heb veel atheïstische maten op de universiteit. Wat moet ik zeggen om hen te overtuigen? – Niets, mijn beste, niets! Iets zeggen, is het laatste dat ge moet doen. Begin met uw voorbeeld en als zij uw getuigenis zien, zullen zij u vragen: waarom leeft gij zo?” Geloof moet doorgegeven worden, niet om te overtuigen, maar om een schat aan te bieden. Hij is er namelijk! Dat is ook de nederigheid waarover de heilige Petrus in de eerste Lezing spreekt: “Dierbaren, allen moeten zich in de omgang met elkaar laten leiden door nederigheid, want God weerstaat de hovaardigen maar aan de nederigen geeft Hij genade”. Zo dikwijls ontstonden in de Kerk en de geschiedenis, bewegingen, groepen van mannen of vrouwen, die met het geloof wilden overtuigen, bekeren … Echte proselieten. En hoe zijn zij geëindigd? In de corruptie.

Maar wat geeft mij zekerheid? Hoe kan ik zeker zijn dat ik vruchtbaar ben in de overdracht van het geloof, wanneer ik uit mijzelf treed? “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.” Ge zult wonderen doen. En de Heer zal met u zijn tot aan het einde van de wereld. Hij vergezelt ons. In de overdracht van het geloof, is de Heer altijd met ons. In de overdracht van een ideologie zijn er meesters, maar wanneer ik het geloof doorgeef, is het de Heer die mij vergezelt. Ik ben nooit alleen in de overdracht van het geloof. De Heer is met mij om het geloof door te geven. Hij heeft het beloofd: “Ik ben met u tot aan het einde van de wereld”.

Bidden wij tot de Heer, dat Hij ons zou helpen ons geloof zo te beleven: geloof met open deur, een transparant geloof, geen proselitisme, maar geloof dat laat zien wie ge zijt. En door gezonde nieuwsgierigheid zult ge mensen helpen om deze boodschap, die hen zal redden, aan te nemen.

Terug naar overzicht