23-1-2020 Audiëntie – Als wij onderdak geven, worden wij beloond

“De andere christenen zijn werkelijk onze broeders en zusters in Christus”, zegt paus Franciscus, daarom is gastvrijheid een “belangrijke oecumenische deugd”, “en geen edelmoedigheid van één kant”. De paus legt uit dat wanneer wij andere christenen onderdak geven, “wij beloond worden, omdat wij ontvangen wat de Heilige Geest in onze broeders en zusters gezaaid heeft”. Christenen van andere tradities opnemen, zegt hij nog, is “Gods liefde voor hen tonen” en “ontvangen wat God in hun leven voltrokken heeft”.
Paus Franciscus spreekt in deze catechese over de gastvrijheid, het thema dat de gemeenschappen van Malta en Gozo gekozen hebben voor de Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen. De paus brengt het verhaal uit de Handelingen van de Apostelen in herinnering van de schipbreuk van Paulus en zijn gezellen en de gastvrijheid die het Maltese volk hen bood.
Tot op vandaag, benadrukt hij, “ondernemen migrerende mannen en vrouwen over heel de wereld gevaarlijke reizen om te vluchten voor geweld, oorlog, armoede. Zoals Paulus en zijn gezellen, ervaren zij onverschilligheid, de vijandigheid van de woestijn, van rivieren, zeeën …”. En de paus roept op: “Als christenen moeten wij samenwerken om aan migranten de liefde te tonen van God die door Jezus Christus geopenbaard werd. Wij kunnen en moeten getuigen (…) dat elke mens kostbaar is voor God en door Hem bemind”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De catechese van deze dag valt samen met de Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen. Het thema van dit jaar is dat van de gastvrijheid en werd ontwikkeld door de gemeenschappen van Malta en Gozo, uitgaande van de passage uit de Handelingen van de Apostelen, die vertelt over de gastvrijheid van de inwoners van Malta voor de heilige Paulus en zijn reisgezellen, die met hem hadden schipbreuk geleden. Het is precies naar deze gebeurtenis dat ik in de catechese van twee weken geleden verwees.

Vertrekken wij dus van de dramatische ervaring van deze schipbreuk. De boot waarmee Paulus reist, is ten prooi aan de elementen. Reeds veertien dagen zijn zij op zee, op drift, en aangezien noch de zon noch de sterren zichtbaar zijn, voelen de reizigers zich gedesoriënteerd, verloren. Onder het water, beukt de zee met geweld tegen de boot en zij vrezen dat hij onder het geweld van de golven zal breken. Boven worden zij geteisterd door wind en regen. De kracht van de zee en de storm is verschrikkelijk sterk en houdt geen rekening met het lot van de zeevaarders: zij waren met meer dan 260!

Maar Paulus weet dat het niet zo is en neemt het woord. Zijn geloof zegt hem dat zijn leven in de hand ligt van God, die Jezus uit de doden heeft opgewekt en die hem, Paulus, geroepen heeft om het Evangelie te brengen tot aan de uiteinden van de aarde. Zijn geloof zegt hem ook, dat God volgens wat Jezus geopenbaard heeft, een liefhebbende Vader is. Daarom richt Paulus zich tot zijn reisgezellen en door zijn geloof geïnspireerd, verkondigt hij hen dat God niet zal toelaten dat één haar van hun hoofd zou verloren gaan.

Deze profetie komt tot vervulling wanneer de boot op de kust van Malta strandt en alle passagiers gezond en wel vaste grond bereiken. En daar doen zij een nieuwe ervaring op. In tegenstelling met het bruut geweld van de storm op zee, krijgen zij het getuigenis van de uitzonderlijke menselijkheid van de eilandbewoners. Deze mensen, die voor hen vreemden zijn, hebben zorg voor hun behoeften. Zij maken vuur zodat zij zich kunnen verwarmen, zij bieden hun onderdak tegen de regen, en voedsel. Ook al hebben zij de Blijde Boodschap van Christus nog niet gehoord, zij tonen de liefde van God door concrete weldadigheid. Inderdaad, spontane gastvrijheid en voorkomendheid delen iets mee van de liefde van God. En de gastvrijheid van de eilandbewoners van Malta wordt beloond met wonderbare genezingen die God op het eiland door Paulus bewerkt. Als het volk van Malta voor de apostel een teken was van de Goddelijke Voorzienigheid, was ook hij getuige van de barmhartige liefde van God voor hen.

Zeer dierbare vrienden, gastvrijheid is heel belangrijk; zij is zelfs een belangrijke oecumenische deugd. Dat betekent vooral, erkennen dat de andere christenen werkelijk onze broeders en zusters in Christus zijn. Wij zijn broeders. Men zou kunnen zeggen: “Maar die is protestant, die ander is orthodox …”. Ja, maar wij zijn broeders in Christus. Dat is geen edelmoedigheid van één kant, want wanneer wij andere christenen onderdak geven, ontvangen wij hen als een geschenk dat ons gegeven wordt.

Zoals de inwoners van Malta – zij zijn goed, die Maltezen – worden wij beloond, want wij ontvangen wat de Heilige Geest in onze broeders en zusters gezaaid heeft, en dat wordt ook voor ons een gave, want de Heilige Geest zaait Zijn genaden overal. Christenen van een andere traditie opvangen, betekent in de eerste plaats hen de liefde van God tonen, omdat zij kinderen van God zijn – onze broeders – en dat betekent onder andere ontvangen wat God in hun leven verwezenlijkt heeft. Oecumenische gastvrijheid vereist beschikbaarheid om naar de anderen te luisteren, aandacht te geven aan hun persoonlijke geloofsgeschiedenis en aan de geschiedenis van hun gemeenschap, hun geloofsgemeenschap die een andere traditie heeft, die anders is dan de onze. Oecumenische gastvrijheid veronderstelt het verlangen om de ervaring te kennen die andere christenen van God hebben en de spirituele gaven te verwachten die daaruit vloeien. Dat is een genade, dit te ontdekken is een genade. Ik denk aan voorbije tijden, aan mijn land bijvoorbeeld. Toen evangelische missionarissen kwamen, stak een kleine groep katholieken hun tenten in brand. Dat, nee! Dat is niet christelijk. Wij zijn broeders, wij zijn allemaal broeders en wij moeten elkaar onderling gastvrijheid bieden.

Vandaag is de zee waarop Paulus en zijn gezellen schipbreuk leden, opnieuw een gevaarlijke plaats voor het leven van andere zeevaarders. In heel de wereld ondernemen migrerende mannen en vrouwen gevaarlijke reizen om te vluchten voor geweld, oorlog, armoede. Zoals Paulus en zijn gezellen ervaren zij onverschilligheid, de vijandigheid van de woestijn, van rivieren, zeeën … Dikwijls laat men hen in de havens niet ontschepen. Maar helaas, soms ervaren zij ook nog een grotere vijandigheid vanwege de mensen. Zij worden uitgebuit door criminele mensenhandelaars: vandaag! Zij worden als nummer behandeld en door bepaalde regeringen als een bedreiging: vandaag! Soms worden zij door de ongastvrijheid als een golf teruggeworpen naar de armoede of de gevaren die zij ontvlucht hebben.

Als christenen moeten wij samenwerken om aan migranten de liefde te tonen van God, die Jezus Christus openbaarde. Wij kunnen en moeten getuigen dat er niet alleen vijandigheid en onverschilligheid is, maar dat elke mens kostbaar is voor God en door Hem bemind wordt. De verdeeldheid die nog onder ons bestaat, belet ons ten volle een teken te zijn van Gods liefde. Samenwerken om de oecumenische gastvrijheid te beleven, vooral ten opzichte van hen wiens leven kwetsbaarder is, zal van ons allen – protestanten, orthodoxen, katholieken, alle christenen – betere mensen maken, betere volgelingen en een christenvolk dat meer één is. Dat zal ons dichter bij de eenheid brengen, die de wil van God is voor ons.

Terug naar overzicht