15-8-2020 Angelus van Tenhemelopneming
Een oneindig grotere verovering dan die van de mens op de maan

“Vandaag vieren wij in de Tenhemelopneming van Maria een oneindig grotere verovering dan die van de mens op de maan. De Maagd Maria heeft Haar voeten in het paradijs gezet … Die stap was de grootste stap voorwaarts van de mensheid.”
Dit feest toont “de reden waarom wij op weg zijn: niet om hier beneden dingen te veroveren, die voorbijgaan, maar het vaderland daarboven, dat er voor altijd is”.
Vreugde, zo vervolgt de paus, ontstaat “niet door afwezigheid van problemen, die vroeg of laat komen” maar “uit de aanwezigheid van God die ons helpt, die dicht bij ons is” want “God kijkt naar de kleinen en houdt van hen”.
In zijn overweging nodigt hij uit om God te loven “ten minste eens per dag”: “zeggen wij: ik loof U, Heer: dat is een klein lofgebed”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Toen de mens een voet op de maan zette, zei hij een zin die beroemd werd: “het is een kleine stap voor de mens, maar een reuzensprong voor de mensheid”. Inderdaad, de mensheid had een historische eindmeet bereikt. Maar vandaag, bij de Tenhemelopneming van Maria, vieren wij een oneindig grotere verovering. De Maagd Maria heeft Haar voeten in het paradijs gezet: Zij ging er niet alleen in de geest naartoe, maar ook met Haar lichaam, met geheel haarzelf. Deze stap van de kleine Maagd van Nazareth was de grote sprong voorwaarts van de mensheid. Het heeft geen nut op de maan te wandelen, als wij op aarde niet als broeders leven. Maar het feit dat één van ons met Haar lichaam in de Hemel woont, geeft ons hoop: wij begrijpen dat wij waardevol zijn, bestemd om te verrijzen. God laat ons lichaam niet in het niets verdwijnen. Met God zal niets verloren zijn!

Het doel is in Maria bereikt en wij zien de reden waarom wij op weg zijn, voor ogen: niet om hier beneden dingen te veroveren, die voorbijgaan, maar het vaderland daarboven, dat er voor altijd is. En de Maagd Maria is de ster die ons oriënteert. Zij is er als eerste naartoe gegaan. Zij is, zoals het concilie leert, “het lichtend teken van de vaste hoop en de vertroosting van het pelgrimerende volk van God” (Lumen gentium, 68).

Wat raadt onze Moeder ons aan? Vandaag is het eerste dat Zij ons in het Evangelie zegt: “Mijn hart prijst hoog de Heer” (Lc 1,46). Omdat wij gewoon zijn deze woorden te horen, denken wij misschien niet meer aan hun betekenis. Hoogprijzen betekent letterlijk “groot maken”. Maria “maakt de Heer groot”: niet de problemen, al ontbraken die toen niet, maar de Heer. Zo dikwijls laten wij ons in tegendeel door de moeilijkheden domineren en door de angsten in beslag nemen! De Maagd Maria niet, omdat Zij van God de eerste grootheid van Haar leven maakt. Daaruit welt het Magnificat op, daar ontstaat vreugde: niet uit de afwezigheid van problemen, die vroeg of laat opduiken, maar vreugde ontstaat uit de aanwezigheid van God die ons helpt, die dicht bij ons is. Omdat God groot is. En vooral, God kijkt naar de kleinen. Zijn liefde heeft een zwak voor ons: God kijkt naar de kleinen en houdt van hen.
Maria erkent inderdaad dat Zij klein is en prijst de “wonderwerken” hoog die de Heer voor Haar doet (v. 49). Welke? Om te beginnen, de onverwachte gave van het leven: Maria is maagd en zwanger; zelfs Elisabeth, die bejaard was, verwacht een zoon. De Heer doet wonderwerken voor de kleinen, met hen die zich niet groot achten maar aan God een grote plaats geven in hun leven. Hij strekt Zijn barmhartigheid uit over wie zich aan Hem toevertrouwt en verheft de nederigen. Maria looft God hierom.

En wij – zo kunnen wij ons afvragen – denken wij eraan God te loven? Danken we Hem voor de wonderwerken die Hij voor ons deed? Voor elke dag die Hij ons geeft, omdat Hij van ons houdt, omdat Hij ons altijd vergeeft, voor Zijn tederheid? En ook omdat Hij ons Zijn Moeder gegeven heeft, en broeders en zusters die Hij op onze weg brengt en omdat Hij de Hemel voor ons geopend heeft? Danken wij God, loven wij God voor die dingen? Als wij het goede vergeten, verschrompelt ons hart. Maar als wij ons zoals Maria de wonderwerken herinneren die de Heer doet, als wij Hem ten minste eens per dag groot prijzen, dan doen wij een grote stap voorwaarts. Eens per dag mogen wij zeggen: ik loof de Heer; gezegend zij de Heer. Dat is een klein lofgebed. Dat is God loven. Met dit klein gebed zal ons hart uitzetten, de vreugde zal groter worden.

Vragen wij aan de Maagd Maria, deur van de Hemel, de genade om elke dag te beginnen met de blik naar de Hemel gericht, naar God, om Hem te zeggen: dank U! – zoals de kleinen tot de groten zeggen.

Terug naar overzicht