7-4-2021 Audiëntie – Bidden in gemeenschap met de heiligen
Een heilige herinnert u aan Jezus

“Bidden in gemeenschap met de heiligen” is het onderwerp van deze 28e catechese van paus Franciscus over het gebed.
De paus geeft de aanbeveling zijn toevlucht te nemen tot de heiligen als het moeilijk gaat: “De eerste manier om het hoofd te bieden aan een periode van angst, is aan onze broeders te vragen, vooral aan de heiligen, dat zij voor ons bidden. De naam die ons bij het doopsel gegeven werd, is geen etiket of decoratie! Het is over het algemeen de naam van de Heilige Maagd, van een heilige – man of vrouw – die niets anders verwachten dan ons in het leven “een handje te helpen”, om van God de genaden te verkrijgen die wij het meest nodig hebben”.
“Als de beproevingen in ons leven niet overdreven waren, als wij nog kunnen volharden, als wij ondanks alles doorgaan met vertrouwen, hebben wij dat misschien allemaal niet zozeer te danken aan onze verdiensten maar aan de voorspraak van vele heiligen, zeker van heiligen in de Hemel en van andere pelgrims op aarde zoals wij, die ons beschermd en vergezeld hebben”, doet de paus opmerken wanneer hij spreekt over “de heiligen van naast de deur”.
De paus preciseert dat heiligen natuurlijk niet aanbeden worden: “Zij zijn getuigen die wij niet aanbidden – dat spreekt vanzelf – maar die wij vereren en die op duizend manieren naar Jezus Christus verwijzen, de enige Heer en Middelaar tussen God en de mens. Een heilige die niet naar Jezus Christus verwijst, is geen heilige, zelfs geen christen”.
“Een heilige herinnert u aan Jezus omdat hij als christen de weg van het leven gegaan is. De heiligen herinneren ons eraan dat heiligheid ook in ons leven kan ontluiken, al is het zwak en door zonde getekend.” Zo citeert hij de goede moordenaar uit het lijdensverhaal van Christus: “In de Evangelies lezen wij dat de eerste gecanoniseerde heilige, een moordenaar was en hij werd niet door een paus gecanoniseerd maar door Jezus zelf. Heiligheid is een levensweg, een weg waarop men Jezus ontmoet, of die nu lang is of kort, of een ogenblik, zij is altijd een getuigenis. Een heilige is het getuigenis van een man of vrouw die Jezus ontmoet heeft en die Jezus gevolgd is. Het is nooit te laat om zich te bekeren tot de Heer, die goed en groot is aan liefde”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Ik zou vandaag willen stilstaan bij de band tussen het gebed en de gemeenschap van de heiligen. Wanneer wij bidden, doen wij dat inderdaad nooit alleen: zelfs als wij er niet aan denken, zijn wij ondergedompeld in de majestueuze stroom van aanroepingen die ons voorafgaat en na ons doorgaat. In de gebeden die we in de Bijbel vinden en die dikwijls in de liturgie weerklinken, vindt men het spoor van oude gebeurtenissen, wonderbare bevrijdingen, droevige deportaties en ballingschappen, ontroerende terugkeringen, lofzangen over de wonderen van de schepping … En zo worden die stemmen doorgegeven van generatie op generatie in een onophoudelijke mengeling van persoonlijke ervaringen evenals ervaringen van het volk en de mensheid waartoe wij behoren. Niemand kan zich losmaken van zijn eigen geschiedenis of die van zijn volk, wij dragen die erfenis in onze gewoontes mee en ook in het gebed. In het lofgebed, vooral als het opwelt in het hart van kleinen en nederigen, weerklinkt iets uit het Magnificat dat Maria tot God verhief toen Zij bij haar nicht Elizabeth was, of uit de uitroep van de oude Simeon die het Kind Jezus in de armen nam en zei: “Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan” (Lc 2,29).

Gebeden – goede gebeden – verspreiden zich, zij verbreiden zich onophoudelijk, al of niet met boodschappen op de sociale media: vanuit ziekenkamers, bij een blij weerzien, in momenten van stil lijden … Het verdriet van ieder is het verdriet van iedereen en het geluk van één verspreidt zich in de ziel van anderen. Verdriet en geluk maken deel uit van de ene geschiedenis: het zijn gebeurtenissen die geschiedenis worden in ons eigen leven. Men herbeleeft de geschiedenis met zijn eigen woorden, maar de ervaring is dezelfde.

Gebeden worden altijd herboren: telkens wij de handen vouwen en ons hart voor God openen, bevinden wij ons in het gezelschap van anonieme heiligen die met ons bidden en voor ons ten beste spreken, als oudere broers en zussen die hetzelfde menselijke avontuur hebben doorgemaakt als wij. In de Kerk is er geen rouw die alleen blijft, geen traan die in de vergetelheid vergoten wordt, want alles ademt en deelt in een gemeenschappelijke genade. Het is geen toeval dat rond oude kerken de graven daar rond liggen in een tuin, als om te zeggen dat de menigte die ons is voorgegaan op een bepaalde manier aan elke Eucharistie deelneemt. Er zijn onze ouders en grootouders, meters en peters, catechisten en opvoeders … Met dit doorgegeven geloof dat wij kregen, werd ook een manier van bidden en gebed doorgegeven.

De heiligen zijn ook hier, niet ver van ons. Hun afbeeldingen in de kerken evoceren de “wolk van getuigen” die ons altijd omhult (cf Hebr 12,1). Wij hoorden bij het begin de lezing uit de Brief aan de Hebreeën. Zij zijn getuigen die wij niet aanbidden – dat spreekt vanzelf – maar die wij vereren en die op duizend manieren naar Jezus Christus verwijzen, de enige Heer en Middelaar tussen God en de mens. Een heilige die niet naar Jezus Christus verwijst, is geen heilige, zelfs geen christen. Een heilige herinnert u aan Jezus omdat hij als christen de weg van het leven gegaan is. Heiligen herinneren ons eraan dat heiligheid ook kan ontluiken in ons leven, al is het zwak en door zonde getekend. In de Evangelies lezen wij dat de eerste gecanoniseerde heilige, een moordenaar was en hij werd niet door een paus gecanoniseerd maar door Jezus zelf. Heiligheid is een levensweg, een weg waarop men Jezus ontmoet, en of die nu lang is of kort of een ogenblik, zij is altijd een getuigenis. Een heilige is het getuigenis van een man of vrouw die Jezus ontmoet heeft en gevolgd is. Het is nooit te laat om zich tot de Heer te bekeren, die goed en groot is aan liefde. (cf Ps 102,8).

De Catechismus legt uit dat de heiligen “God aanschouwen, zij prijzen Hem en dragen onophoudelijk zorg voor hen die ze op aarde hebben achtergelaten. (…) Hun voorspraak is de meest verheven vorm van hun dienstbaarheid binnen het heilsplan van God. Wij kunnen en moeten tot hen bidden, dat ze voor ons en voor de hele wereld een voorspraak zijn” (KKK 2683). In Christus is er een mysterieuze solidariteit tussen hen die overgegaan zijn naar het andere leven en ons die pelgrims zijn in dit leven: vanuit de Hemel blijven onze dierbare overledenen zorg voor ons dragen. Zij bidden voor ons en wij bidden voor en met hen.

Deze band van gebed tussen ons en de heiligen, dat wil zeggen tussen ons en de mensen die tot de volheid van het leven gekomen zijn, deze band van gebed ervaren wij hier al in dit aardse leven: wij bidden voor elkaar, wij vragen en bieden gebeden aan … De eerste manier om voor iemand te bidden is tot God over hem of haar te spreken. Als wij dat dikwijls doen, dagelijks, dan sluit ons hart zich niet, het blijft voor onze broeders open. Voor de anderen bidden is de eerste manier om van hen te houden en het stuwt ons naar concrete nabijheid. Ook in momenten van conflict, is bidden voor degene met wie ik in conflict ben, een manier om het conflict te ontwarren, te verzachten. Door gebed verandert er iets. Het eerste dat verandert, is mijn hart, mijn houding. De Heer verandert het om een ontmoeting, een nieuwe ontmoeting mogelijk te maken en te vermijden dat het conflict een oorlog zonder einde wordt.

De eerste manier om het hoofd te bieden aan een periode van angst, is aan onze broeders, vooral aan de heiligen te vragen, dat zij voor ons bidden. De naam die ons bij het doopsel gegeven werd, is geen etiket of decoratie! Het is over het algemeen de naam van de Heilige Maagd, van een heilige – man of vrouw – die niets anders verwachten dan ons in het leven “een handje te helpen”, om van God de genaden te verkrijgen die wij het meest nodig hebben. Als de beproevingen in ons leven niet overdreven waren, als wij nog kunnen volharden, als wij ondanks alles doorgaan met vertrouwen, hebben wij dat misschien allemaal niet zozeer te danken aan onze verdiensten, maar aan de voorspraak van vele heiligen, zeker in de Hemel en van andere pelgrims op aarde zoals wij, die ons beschermd en vergezeld hebben, want wij weten allemaal dat hier op aarde heilige mensen geleefd hebben, mannen en vrouwen die heilig leven. Zij weten het niet, wij evenmin, maar er zijn heiligen, de heiligen van alledag, verborgen heiligen of zoals ik graag zeg, “heiligen van naast de deur”, zij die hun leven met ons delen, die met ons werken en een heilig leven leiden.

Jezus Christus zij gezegend, de enige Redder van de wereld, met deze immense bloei aan heiligen, mannen en vrouwen, die de aarde bevolken en die van hun leven een lofzang tot God gemaakt hebben. Want – zoals de heilige Basilius zei – “voor de Geest is de heilige een bijzonder geschikte verblijfplaats, want de heilige biedt zich aan om met God te wonen en hij wordt ook wel tempel van God genoemd” (KKK 2684).

Terug naar overzicht