24-3-2021 Audiëntie – Bidden in gemeenschap met Maria omdat Zij onze Moeder is

“De hoofdweg van het christelijk gebed is de mensheid van Jezus”, zegt paus Franciscus. “Elk gebed dat wij tot God verrichten, gebeurt door Christus, met Christus en in Christus en realiseert zich op Zijn voorspraak.” Daarom is Christus “de enige Verlosser”. Maria “verwijst naar de Middelaar”, Zij “omvat ons allen, maar als Moeder, niet als godin, niet als medeverlosseres”, zegt de paus.
Paus Franciscus gaf zijn 27e catechese over het gebed daags voor het hoogfeest van de Boodschap. Het thema luidt: bidden in gemeenschap met Maria. In de christelijke iconografie is Maria “alom tegenwoordig”, “maar altijd in relatie tot Haar Zoon en in functie van Hem”.
“Maria is alom aanwezig aan het ziekbed van Haar kinderen die deze wereld verlaten.” De paus brengt hiermee het laatste deel van het Wees gegroet in herinnering: “Maria was en is in deze dagen van de pandemie aanwezig bij mensen die hun aardse leven helaas beëindigen in een situatie van isolement, zonder de troost en nabijheid van hun naasten. Maria is er altijd, aan onze zijde, met Haar moederlijke tederheid”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Vandaag is de catechese gewijd aan het gebed in gemeenschap met Maria en ze heeft juist plaats daags voor het hoogfeest van de Boodschap. Wij weten dat de hoofdweg van het christelijke gebed, de mensheid van Jezus is. Het typische vertrouwen van het christelijke gebed zou ontdaan zijn van betekenis indien het Woord niet mens geworden was en ons daardoor in de Geest Zijn kinderlijke band met de Vader niet gegeven had. Wij hoorden in de lezing over de samenkomst van leerlingen, vrome vrouwen en Maria, die na de Hemelvaart van Jezus bidden: dat is de eerste christelijke gemeenschap die de gave van Jezus, de belofte van Jezus, verwachtte.

Christus is de Middelaar, de brug waarlangs wij ons tot de Vader te richten (cf Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 2674). Hij is de enige Verlosser: Hij heeft geen medeverlossers. Hij is de Middelaar bij uitstek, Hij is DE Middelaar. Elk gebed dat wij tot God verrichten, gebeurt door Christus, met Christus en in Christus en realiseert zich op Zijn voorspraak. De Heilige Geest breidt de bemiddeling van Christus uit naar alle tijden en plaatsen: er is geen andere naam waardoor wij kunnen gered worden (cf Hand 4,12). Jezus Christus: de enige Middelaar tussen God en de mensen.

Het is van de unieke bemiddeling van Christus dat de andere verwijzingen die een christen voor zijn gebed en devotie vindt, hun zin en waarde krijgen, in de eerste plaats ook die tot de Maagd Maria, Jezus’ Moeder. Zij heeft een bevoorrechte plaats in het leven en dus ook in het gebed van een christen, omdat Zij de Moeder van Jezus is. De Kerken van het Oosten hebben haar dikwijls voorgesteld als Hodigitria, Zij die “de weg wijst”, dat wil zeggen naar Haar Zoon Jezus Christus. Het mooie, eenvoudige, oude schilderij van de Hodigitria in de kathedraal van Bari komt mij voor de geest: de Maagd die Jezus naakt toont. Men heeft Hem later een tuniek aangedaan om die naaktheid te bedekken, maar de waarheid is dat Jezus naakt voorgesteld wordt om aan te duiden dat Hij, een mens geboren uit Maria, de Middelaar is. En Zij wijst naar de Middelaar: Zij is Hodigitria. In de christelijke iconografie is Zij alom aanwezig, soms zelfs in groot reliëf, maar altijd in relatie tot Haar Zoon en in functie van Hem. Haar handen, ogen, houding zijn een levendige catechese en signaleren altijd de spil, het midden: Jezus. Maria is helemaal naar Hem gericht (cf KKK, nr. 2674). Wij zouden dan kunnen zeggen dat Zij meer leerling is dan Moeder. Zoals op de bruiloft te Kana, waar Maria zegt: “doet maar wat Hij u zeggen zal”. Zij verwijst altijd naar Christus. Zij is Zijn eerste volgeling.
Dat is de rol die Maria tijdens heel haar aardse leven gespeeld heeft en die Zij voor altijd zal bewaren: de nederige dienstmaagd van de Heer te zijn, niets meer. Op een zeker ogenblik lijkt Zij in de Evangelies bijna te verdwijnen. Maar Zij komt terug op cruciale momenten, zoals in Kana, wanneer Haar Zoon door Haar voorkomend optreden, het eerste “teken” verricht (cf Joh 2,1-12) en daarna op Golgota, aan de voet van het kruis.

Jezus heeft het moederschap van Maria uitgebreid tot heel de Kerk, toen Hij Zijn veelgeliefde leerling aan Haar toevertrouwde, kort voor Zijn dood op het kruis. Vanaf dat ogenblik werden wij allemaal onder Haar mantel geplaatst, zoals men ziet op sommige fresco’s of middeleeuwse schilderijen. Ook in de eerste Latijnse antifoon – Sub tuum praesidium confugimus, sancta Dei Genitrix – de Maagd, aan wie Jezus ons als Moeder toevertrouwde, omhult ons allen, doch als Moeder, niet als godin, niet als medeverlosseres. Als Moeder. Het is waar dat de christelijke vroomheid Haar altijd mooie titels gegeven heeft, zoals een kind aan zijn moeder: hoeveel mooie dingen zegt een kind tot zijn moeder van wie het houdt! Maar we moeten opletten: de mooie dingen die de Kerk en de heiligen over Maria zeggen, doen niets af van de verlossende uniciteit van Christus. Hij is de enige Verlosser. Het zijn uitingen van liefde zoals die van een kind aan zijn moeder – soms overdreven. Maar liefde, dat weten wij, doet altijd overdrijven, maar uit liefde.

Wij zijn tot Haar beginnen bidden met woorden uit de Evangelies: “vol van genade”, “gezegend onder alle vrouwen” (cf KKK, nr. 2676 e.v.). In het Wees gegroet verscheen ook vlug de titel Theotokos, Moeder Gods, verkondigd door het concilie van Efese. En zoals in het Onze Vader, voegen wij na het lofgebed een smeekgebed toe: wij vragen aan onze Moeder te bidden voor ons, zondaars, opdat Zij met tederheid voor ons zou ten beste spreken, “nu en in het uur van onze dood”. Nu, in de concrete situaties van het leven en in het laatste ogenblik, opdat Zij ons als Moeder, als eerste leerling zou bijstaan bij de overgang naar het eeuwige leven. Maria is alom aanwezig aan het ziekbed van Haar kinderen die deze wereld verlaten. Als iemand zich alleen en verlaten voelt, is Zij de Moeder, heel nabij, zoals Zij dat was aan de zijde van Haar Zoon, toen iedereen Hem verlaten had.

Maria was en is aanwezig in deze dagen van de pandemie, bij mensen die hun aardse leven helaas beëindigen in een situatie van isolement, zonder de troost en nabijheid van hun naasten. Maria is daar altijd, aan onze zijde, met Haar moederlijke tederheid. De gebeden die tot Haar gericht worden, zijn niet ijdel. Als vrouw van het JA, die de uitnodiging van de engel prompt aanvaardde, beantwoordt Zij ook ons smeekgebed, hoort Zij onze stem, ook de stem van degenen die wij in ons hart dragen, die de kracht niet hebben om zich uiten, maar die God beter kent dan wij onszelf. Zij luistert naar hen als een Moeder. Zoals elke goede moeder en zelfs meer, verdedigt Maria ons bij gevaar, is Zij om ons bezorgd, zelfs wanneer wij benomen zijn door onze bezigheden en de richting kwijt zijn en daardoor niet alleen onze gezondheid maar ook ons heil in gevaar brengen. Maria is er, Zij die voor ons bidt, die bidt voor hen die niet bidden. Zij bidt met ons. Waarom? Omdat Zij onze Moeder is.

Terug naar overzicht