10-2-2021 Audiëntie – Bidden in het dagelijks leven

Gebed moet “op straat, op het bureel, tijdens het vervoer” gebeuren, zegt paus Franciscus en hij moedigt aan in het dagelijks leven “met God te spreken”.
De paus nodigt uit “de dag van vandaag te nemen zoals hij komt”, “het concrete aspect van de werkelijkheid aan te grijpen”: “er bestaat geen andere heerlijke dag dan vandaag … Jezus komt ons vandaag tegemoet”. “Waar onze ogen en de ogen van onze geest niet kunnen zien, is niet het niets, maar iemand die ons verwacht”, verzekert de paus. Daarom “wordt elke dag een reden tot lof, elke beproeving een gelegenheid om hulp te vragen”.
Gebed “transformeert ons; het verzacht de woede, het draagt de liefde, het vermeerdert de vreugde, het geeft kracht om te vergeven”, zo vervolgt de paus en hij roept op: “open je hart, vergeef, rechtvaardig de anderen, begrijp, wees ook jij nabij voor de anderen, heb medelijden, wees teder” want “het is verschrikkelijk wanneer mensen altijd de anderen beoordelen, veroordelen, oordelen: zo een leven is verschrikkelijk en ongelukkig”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

In de vorige catechese, zagen wij dat christelijk gebed in de liturgie verankerd is. Vandaag belichten wij dat de liturgie altijd naar het dagelijks leven terugkeert: op straat, op het bureel, tijdens het vervoer … Daar gaat het gesprek met God verder: wie bidt is als iemand die verliefd is, die de geliefde persoon altijd in zijn hart draagt, waar hij zich ook bevindt.

Inderdaad, alles wordt in dit gesprek met God opgenomen: elke vreugde wordt een reden tot lof, elke beproeving een gelegenheid om hulp te vragen. Gebed leeft in het leven, brandt als houtskool, ook als de mond niet spreekt, maar het hart wel. Elke gedachte, ook al lijkt zij profaan, kan van gebed doordrongen zijn. Ook het menselijk verstand heeft een biddend aspect: een venster dat openstaat voor het mysterie. Het verlicht de enkele stappen die voor ons liggen en opent zich daarna voor de werkelijkheid in haar geheel, de werkelijkheid die aan het verstand voorafgaat en het overstijgt. Dat mysterie heeft geen verontrustend of beangstigend gelaat, nee: Christus kennen, geeft ons het vertrouwen dat waar onze ogen en de ogen van onze geest niet kunnen zien, niet het niets is, maar iemand die ons verwacht, een eindeloze genade. Zo geeft christelijk gebed onoverwinnelijke hoop aan het hart: welke ervaring onze weg ook treft, Gods liefde kan ze ten goede keren.

De Catechismus zegt hierover: “Wij leren bidden op vastgestelde ogenblikken: wanneer wij luisteren naar het woord van de Heer en wanneer wij deelnemen aan zijn paasmysterie; maar zijn Geest wordt ons te allen tijde, in de gebeurtenissen van elke dag, aangeboden om het gebed te laten opborrelen. (…) de tijd is in handen van de Vader; in het heden worden wij geconfronteerd met de tijd, niet gisteren en ook niet morgen, maar vandaag” (nr. 2659). Vandaag ontmoet ik God, er is altijd het vandaag van de ontmoeting.

Er bestaat geen andere heerlijke dag dan vandaag. De mensen denken altijd aan de toekomst: morgen zal het beter zijn … , maar zij nemen het heden niet zoals het komt. Het zijn mensen die in de verbeelding leven, die het concrete aspect van de werkelijkheid niet kunnen grijpen. En de dag van vandaag is reëel, vandaag is concreet. Gebed gebeurt vandaag. Jezus komt ons vandaag tegemoet, nu. En gebed transformeert de dag van vandaag tot een genade, of beter, het transformeert ons: het verzacht de woede, het draagt de liefde, het vermenigvuldigt de vreugde, het geeft kracht om te vergeven. Op sommige momenten zal het ons lijken dat niet langer wij leven, maar dat de genade in ons leeft en werkt door middel van het gebed. En wanneer wij een gedachte hebben van woede, van ontevredenheid, die ons verbittert, laten wij dan halt houden en tot de Heer zeggen: waar zijt Gij? en waar ga ik naartoe? De Heer is er, de Heer zal ons het juiste woord geven, de raad om door te gaan zonder de bittere gal van de negativiteit. Want gebed, om een profaan woord te gebruiken, is altijd positief. Altijd. Het doet je doorgaan. Elke dag die in gebed aangenomen wordt, wordt vergezeld van moed, zodat de problemen geen hinder meer zijn voor ons geluk, maar een oproep van God, een gelegenheid om Hem te ontmoeten. En wanneer iemand door de Heer vergezeld wordt, voelt hij zich moediger, vrijer en ook gelukkiger.

Laten wij dus voor alles en voor iedereen bidden, ook voor onze vijanden. Jezus heeft ons dat aangeraden: bid voor uw vijanden. Bidden wij voor onze naaste, maar ook voor degenen die wij niet kennen; bidden wij zelfs voor onze vijanden, waartoe de Schrift ons dikwijls uitnodigt. Gebed maakt bereid tot liefde die overloopt. Bidden wij vooral voor ongelukkige mensen, voor degenen die wenen van eenzaamheid en die wanhopen dat er voor hen geen liefde meer zou zijn. Gebed doet wonderen. De armen hebben door Gods genade, de intuïtie dat Jezus’ medelijden zelfs in hun schaarste aanwezig is dank zij het gebed van een christen. Hij keek inderdaad met grote tederheid naar de afgetobde menigte die verdwaald was zoals schapen zonder herder (cf Mc 6,34). De Heer is de Heer van het medelijden, van de nabijheid, van de tederheid – vergeten wij het niet: drie woorden om niet, om nooit te vergeten. Omdat het de stijl is van de Heer: medelijden, nabijheid, tederheid.

Gebed helpt ons van anderen te houden, ondanks hun fouten en zonden. Een mens is altijd belangrijker dan zijn daden en Jezus heeft de wereld niet geoordeeld maar gered. Het is verschrikkelijk wanneer mensen anderen altijd beoordelen, veroordelen, oordelen: zo een leven is verschrikkelijk en ongelukkig. Jezus is gekomen om ons te redden: open je hart, vergeef, rechtvaardig de anderen, begrijp, wees ook jij anderen nabij, heb medelijden, wees teder zoals Jezus. Men moet iedereen beminnen en ieder in het bijzonder en zich in het gebed herinneren dat wij allemaal zondaars zijn en tegelijk één voor één door God bemind worden. Als we zo de wereld beminnen, teder, zullen wij ontdekken dat elke dag en al wat erin verborgen ligt, een fragment is van Gods mysterie.

De Catechismus schrijft nog: “Bidden bij de gebeurtenissen van elke dag en van elk ogenblik: dat is één van de geheimen van het rijk Gods die geopenbaard zijn aan de kleinen, aan de dienaars van Christus, aan de armen uit de zaligsprekingen. Het is terecht en goed dat wij ervoor bidden dat de komst van het koninkrijk van gerechtigheid en vrede de loop van de geschiedenis beïnvloedt, maar het is ook van belang dat wij het deeg van de gewone alledaagse situaties doorkneden met het gebed. Elke vorm van gebed kan die gist zijn waarmee de Heer het rijk Gods vergelijkt” (nr. 2660).

De mens – man en vrouw – is als een adem, als gras (cf Ps 144,4; 103; 15). De filosoof Pascal schreef: “Het is niet nodig dat het heelal zich bewapent om hem te verpletteren. Damp, een waterdruppel volstaan om hem te doden” (Pensées, 186). Wij zijn broos, maar wij kunnen bidden. Dat is onze grootste waardigheid, en ook onze sterkte.

Moed. Op elk moment bidden, in elke situatie, want de Heer is ons nabij. En wanneer gebed volgens Jezus’ Hart is, verkrijgt het wonderen.

Terug naar overzicht