27-1-2021 Audiëntie – Bidden met de Heilige Schrift
Bidden met de Bijbel is Christus ontmoeten

Hoe Christus ontmoeten? Paus Franciscus antwoordt: door te bidden met de Bijbel. En in zijn 22e catechese over het gebed, legt hij uit hoe.
Paus Franciscus legt namelijk het immens effect uit van dit gebed: “Door het gebed heeft een nieuwe menswording van het Woord plaats. En wij zijn de tabernakels waar de woorden van God willen ontvangen en bewaard worden, om de wereld te kunnen bezoeken”.
De paus waarschuwt tegen iedere poging om het Woord van God te manipuleren: “Daarom moeten wij de Bijbel ter hand nemen zonder bijbedoeling, zonder haar te misbruiken. Een gelovige zoekt in de Heilige Schrift geen ondersteuning voor zijn eigen filosofische of morele visie, maar omdat hij hoopt op een ontmoeting. Hij weet dat die woorden geschreven werden in de Heilige Geest en het is in diezelfde Geest dat zij moeten opgenomen, begrepen worden, opdat een ontmoeting zou plaatshebben”.
De paus nodigt uit tot de “herinnering van het hart” en de ervaring van de “ontmoeting” met Christus in de Heilige Schrift: “Het ergert mij een beetje wanneer ik christenen hoor die verzen uit de Bijbel opzeggen als een papegaai. Oh ja, de Heer zegt dit … Hij wil dat … Maar jij, heb jij de Heer ontmoet in dit vers? Het is niet alleen een kwestie van geheugen, maar van het geheugen van het hart, dat je ontvankelijk maakt voor een ontmoeting met de Heer. En dat woord, dat vers leidt je naar de ontmoeting met de Heer”.
Een echte persoonlijke ervaring om zich enigszins bij dit levende Woord betrokken te voelen: “Wij lezen dus de Schriften opdat ‘zij ons zouden lezen’. En het is een genade zich in één of andere persoon, in de een of andere situatie te kunnen herkennen. De Bijbel werd niet geschreven voor een algemene mensheid, maar voor ons, voor mij, voor jou, voor mannen en vrouwen van vlees en bloed, mannen en vrouwen met een naam en voornaam, zoals ik, zoals jij”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Ik zou vandaag willen stilstaan bij het gebed met een passage uit de Bijbel. De woorden van de Heilige Schrift werden niet geschreven om opgesloten te blijven in papyrus, perkament of papier, maar om opgenomen te worden door iemand die bidt en in zijn hart te ontkiemen. Het woord van God gaat naar het hart. De Catechismus zegt “dat het lezen van de heilige Schrift vergezeld moet gaan van gebed om een dialoog te doen ontstaan tussen God en de mens” (nr. 2653) – want de Schrift kan men niet lezen als een roman. Zo word je door het gebed gedragen, want het is een gesprek met God. Het werd voor ieder van ons geschreven. Dit is een ervaring die ons, gelovigen overkomt: een passage uit de Schrift, die ik al zo dikwijls gehoord heb, spreekt mij op een dag onverwacht aan en werpt licht op een situatie waarin ik mij bevind. Maar daarom moet ik die dag met dat Woord op de afspraak zijn, ik moet er zijn, luisterend naar het Woord. Alle dagen komt God voorbij en werpt een zaadje op het land van ons leven. Zal Hij vandaag dorre grond vinden, distels, of goede grond die deze kiem zal laten groeien (cf Mc 4,3-9)? Dat hangt van ons af, van ons gebed, van het open hart waarmee wij de Schriften benaderen, opdat zij voor ons het levend Woord van God worden. God komt voorbij, onophoudelijk, door de Schrift. Ik herneem wat ik vorige week zei, en wat de heilige Augustinus zegt: “ik ben bang dat de Heer voorbijgaat”. Waarvoor ben je bang? Ik ben bang dat ik niet naar Hem luister, dat ik niet bemerk dat Hij de Heer is.

Door het gebed heeft een nieuwe menswording van het Woord plaats. En wij zijn de tabernakels waar de woorden van God willen ontvangen en bewaard worden, om de wereld te kunnen bezoeken. Daarom moeten wij de Bijbel ter hand nemen zonder bijbedoeling, zonder haar te misbruiken. Een gelovige zoekt in de Heilige Schrift geen ondersteuning voor zijn eigen filosofische of morele visie, maar omdat hij hoopt op een ontmoeting. Hij weet dat die woorden geschreven werden in de Heilige Geest en het is in diezelfde Geest dat zij moeten opgenomen, begrepen worden, opdat een ontmoeting zou plaatshebben.

Het ergert mij een beetje wanneer ik christenen hoor die verzen uit de Bijbel opzeggen als een papegaai. Oh ja, de Heer zegt dit … Hij wil dat … Maar jij, heb jij de Heer ontmoet in dit vers? Het is niet alleen een kwestie van geheugen, maar van het geheugen van het hart, dat je ontvankelijk maakt voor een ontmoeting met de Heer. En dat woord, dat vers, leidt je naar de ontmoeting met de Heer.

Wij lezen dus de Schriften opdat “zij ons zouden lezen”. En het is een genade zich in één of andere persoon, in de een of andere situatie te kunnen herkennen. De Bijbel werd niet geschreven voor een algemene mensheid, maar voor ons, voor mij, voor jou, voor mannen en vrouwen van vlees en bloed, mannen en vrouwen met een naam en voornaam, zoals ik, zoals jij. En als het Woord van God dat doordrongen is van de Heilige Geest, opgenomen wordt in een open hart, dan laat het de dingen niet zoals voordien, het verandert iets. Dat is de genade en de kracht van het Woord van God.

De christelijke traditie is rijk aan ervaringen en overwegingen over bidden met de Heilige Schrift. De methode van de lectio divina vooral, die ontstaan is in monastieke middens, maar ook al beoefend wordt door christenen in de parochie. Eerst wordt de passage uit de Bijbel aandachtig gelezen, meer nog, ik zou zeggen “gehoorzaam” gelezen aan de tekst, om te begrijpen wat hij op zich betekent. Daarna gaat men in gesprek met de Schrift, zodat deze woorden aanleiding tot meditatie en gebed worden: altijd teruggrijpend naar de tekst, begin ik mij vragen te stellen of wat hij mij zegt. Dat is een delicate stap: men mag niet verglijden in subjectieve interpretaties, maar men dient zich in het levende spoor van de Traditie te voegen, die ieder van ons met de Heilige Schrift verbindt. En de laatste stap van de lectio divina is contemplatie. Daar laten de woorden en gedachten plaats voor de liefde, zoals tussen geliefden voor wie het soms volstaat dat ze elkaar zonder woorden aankijken. De Bijbeltekst blijft, maar als een spiegel, een icoon om te schouwen. Zo verloopt een gesprek met God.

Door het gebed komt het Woord van God in ons wonen en wonen wij in het Woord. Het Woord geeft goede intenties in en draagt ons handelen; het geeft ons kracht, sereniteit en zelfs wanneer het ons in een crisis brengt, brengt het vrede. Op slechte en verwarde dagen, geeft het aan ons hart een kern van vertrouwen en liefde, die beschermt tegen de aanvallen van de boze.

Het Woord van God belichaamt zich in wie het in gebed opnemen. In sommige oude teksten verschijnt de intuïtie dat christenen zich zo met het Woord vereenzelvigen dat zelfs wanneer alle Bijbels ter wereld zouden verbrand worden, men nog de “afdruk” ervan zou redden door wat het Woord in het leven van de heiligen heeft nagelaten. Mooi gezegd.

Het christenleven is zowel een werk van gehoorzaamheid als van creativiteit. Een goede christen moet gehoorzaam zijn, maar ook creatief. Gehoorzaam omdat hij naar het Woord van God luistert; creatief omdat de Geest in hem is die hem aanspoort het in praktijk te brengen, het uit te voeren. Jezus zegt het aan het slot van één van Zijn redevoeringen, als in een parabel: “Daarom is iedere Schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen, gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt” (Mt 13,52). De Heilige Schriften zijn een onuitputtelijke schat. Moge de Heer ons allen verlenen er steeds meer uit te halen, door het gebed.
Dank u.

Terug naar overzicht