17-11-2021 Audiëntie – Catechese en gebed tot Sint-Jozef
De heilige Jozef en het midden waarin hij leefde

Dierbare broeders en zusters, goeiedag!

Op 8 december 1870 riep de zalige Pius IX de heilige Jozef uit tot patroon van de wereldkerk. Nu, 150 jaar later, hebben wij een jaar dat bijzonder aan de heilige Jozef gewijd is. Ik heb in de Apostolische Brief Patris corde enkele overwegingen over zijn persoon bijeengebracht. Nooit als tevoren, kan Jozef in deze tijd die getekend is door een wereldcrisis met verschillende aspecten, voor ons een steun zijn, een bemoediging en gids. Daarom heb ik besloten een reeks catecheses aan hem te wijden die, naar ik hoop, ons beter zullen helpen om ons door zijn voorbeeld en getuigenis te laten verlichten. Wij zullen enkele weken over de heilige Jozef spreken.

In de Bijbel zijn er meer dan tien personen die de naam Jozef dragen. De belangrijkste onder hen is de zoon van Jakob en Rachel, die door verschillende wederwaardigheden, overging van het statuut van slaaf naar dat van de belangrijkste persoon in Egypte na de farao (cf Gen 37-50). De naam Jozef betekent in het Hebreeuws “moge God doen toenemen, moge God doen groeien”. Het is een wens, een zegen die gebaseerd is op vertrouwen in Gods voorzienigheid en die in het bijzonder verwijst naar vruchtbaarheid en het opgroeien van de kinderen.

Inderdaad, deze naam onthult ons een wezenlijk aspect van de persoonlijkheid van Jozef van Nazaret. Hij is een man vol geloof in God en Zijn voorzienigheid: hij gelooft in de voorzienigheid van God. Al wat hij in de Evangelies doet, is gedicteerd door de zekerheid dat God “doet groeien”, dat God “doet toenemen”, dat God “bijvoegt”, dat wil zeggen dat God Zijn heilsplan uitvoert. Daarin lijkt Jozef van Nazaret veel op Jozef van Egypte. Ook geldt ook voor de belangrijkste geografische referenties van Jozef: Betlehem en Nazaret spelen een belangrijke rol om zijn figuur te begrijpen.

In het Oude Testament wordt de stad Betlehem Beth Lechem genoemd, dat wil zeggen “Huis van het brood”, of ook Efrata, omwille van de stam die zich op dat grondgebied gevestigd heeft. In het Arabisch betekent de naam echter “Huis van het vlees”, waarschijnlijk door het groot aantal kudden schapen en geiten in dat gebied. Het is geen toeval, dat de herders bij de geboorte van Jezus, de eerste getuigen van dit gebeuren waren (cf Lc 2,8-20). In het licht van de geschiedenis van Jezus, verwijzen deze allusies op het brood en het vlees naar het mysterie van de Eucharistie: Jezus is het levende Brood dat uit de Hemel is neergedaald is (cf Joh 6,51). Hij zal van zichzelf zeggen: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven” (Joh 6,54).

Betlehem wordt in de Bijbel, vanaf het boek Genesis, meerdere keren vermeld. Betlehem is ook verbonden met de geschiedenis van Ruth en Noëmi, die verhaald wordt in het kleine maar prachtige boek Ruth. Uit Ruth is een zoon geboren, die Obed heet en die op zijn beurt Jesse ter wereld brengt, de vader van koning David. Het is uit het geslacht van David dat Jozef, Jezus’ wettige vader, afstamt. Over Betlehem heeft de profeet Micha grote dingen voorzegd: “Gij echter, Betlehem in Efrata, al zijt gij klein onder Juda’s geslachten, toch zal er, zeg Ik, iemand uit u komen die over Israël gaat heersen” (Mich 5,1). De evangelist Matteüs zal deze profetie terug opnemen en verbinden met de geschiedenis van Jezus die er de onmiskenbare vervulling van is.
De Zoon van God kiest Jeruzalem niet als plaats voor Zijn menswording, maar Betlehem en Nazaret, twee dorpen in de periferie, ver van het getier van de nieuwtjes en de macht van die tijd. Toch was Jeruzalem de stad waar de Heer van hield (cf Jes 62,1-12), de heilige stad (Dan 3,28), door God gekozen om er te wonen (cf Zach 3,2; Ps 132,13). Daar woonden namelijk de meesters van de Wet, de schriftgeleerden en farizeeën, de hogepriesters en oudsten van het volk (cf Lc 2,46; Mt 15,1; Mc 3,22; Joh 1,19; Mt 26,3).

De keuze van Betlehem en Nazaret wijst erop dat de periferie en de marginaliteit door God bevoorrecht zijn. Jezus is niet in Jeruzalem geboren met heel zijn hofhouding … nee: Hij wordt in de periferie geboren en heeft Zijn leven tot op zijn dertigste, in deze periferie doorgebracht, waarbij hij het beroep van timmerman uitoefende, zoals Jozef. Voor Jezus zijn de periferie en de marginaliteit bevoorrecht. Deze realiteit niet ernstig nemen komt erop neer dat het Evangelie niet ernstig genomen wordt, noch het werk van God die zich in de geografische en existentiële periferieën blijft manifesteren. De Heer handelt altijd in het verborgene in de periferie, zelfs in onze ziel, in de periferie van de ziel, van de gevoelens, misschien gevoelens waarover wij ons schamen. Doch de Heer is daar om ons te helpen vooruitgaan. De Heer blijft zich in de periferieën manifesteren, zowel de geografische als de existentiële.

In het bijzonder gaat Jezus op zoek naar vissers, Hij gaat binnen in hun huis, spreekt met hen, roept hen op tot bekering. En men verwijt Hem: maar, kijk eens, die leraar, hij eet met de zondaars, hij verontreinigt zich, hij gaat op zoek naar degenen die geen kwaad gedaan hebben maar het ondergingen: zieken, hongerige mensen, armen, de kleine en laatste mensen. Jezus gaat altijd naar de periferie. En dat moet ons veel vertrouwen geven, want de Heer kent de periferieën van ons hart, van onze ziel, van onze samenleving, onze stad, onze familie, dat wil zeggen dat half duistere deel dat wij niet tonen, misschien uit schaamte. Maar Hij gaat ook op zoek naar degenen die geen kwaad deden maar het ondergingen: zieken, hongerige mensen, armen, de kleinsten.

Wat dit betreft, verschilt de samenleving van die tijd niet veel met de onze. Ook vandaag is er een centrum en een periferie. En de Kerk weet dat zij geroepen is om de Blijde Boodschap vanuit de periferie te verkondigen. Jozef, die timmerman is in Nazaret en die vertrouwen heeft in Gods plan met zijn jonge verloofde en zichzelf, herinnert de Kerk eraan haar blik te richten op wat de wereld vrijwillig ignoreert. Vandaag leert Jozef ons dit: niet zozeer kijken naar de dingen die door de wereld geprezen worden, maar naar de uithoeken, de schaduwen, de periferieën, naar wat de wereld niet wil.

Hij herinnert ieder van ons eraan, belang te hechten aan wat anderen verwerpen. In die zin is hij werkelijk een meester in het wezenlijke. Hij herinnert ons eraan dat wat werkelijk kostbaar is, onze aandacht niet trekt, maar geduldige onderscheiding vereist om ontdekt en gewaardeerd te worden. Ontdekken wat waarde heeft. Vragen wij hem, voor ons ten beste te spreken opdat heel de Kerk deze scherpzinnigheid zou terugvinden, deze bekwaamheid om het wezenlijke te onderscheiden en te valoriseren. Laat ons opnieuw vanuit Betlehem, vanuit Nazaret vertrekken.

Vandaag zou ik een boodschap willen richten tot alle mannen en vrouwen die in meest vergeten geografische periferieën van de wereld leven of in toestanden van existentiële marginalisatie. Moge u in de heilige Jozef de getuige en beschermer vinden tot wie u zich kan richten. Wij kunnen ons met dit gebed tot hem richten, een “ambachtelijk” gebed, recht uit het hart:

Heilige Jozef,
gij die altijd vertrouwen gesteld hebt in God,
en uw keuzes maakte
onder leiding van Zijn voorzienigheid,
leer ons niet op onze plannen voort te gaan
maar op uw plan van liefde.
Gij die uit de periferie komt,
help ons om onze blik te bekeren
en te verkiezen wat de wereld verwerpt en marginaliseert.
Bemoedig hen die zich alleen voelen
en steun degenen die in stilte werken
om het leven en de menselijke waardigheid te verdedigen. Amen

Terug naar overzicht