16-9-2020 Audiëntie – Contemplatie om het gemeenschappelijk huis te redden

Het “beste tegengif” voor “het ongepast en verspillend gebruik van de aarde en de schepping” is “contemplatie”, zegt paus Franciscus die uitnodigt om “contemplatief in de actie” te zijn.
Paus Franciscus vervolgt zijn catechesereeks over het thema “de wereld genezen”.
Contempleren, legt de paus uit, is “verder kijken dan de nuttigheid van de dingen”, het is “de intrinsieke waarde” ontdekken “die God” haar verleend heeft. Het is de aarde, de schepselen zien als “een gave” en niet “als iets om uit te buiten voor winstbejag”. Als zorg dragen voor de ander een “gouden regel” is van onze conditie als menselijk wezen, dient men eveneens “zorg te dragen voor het gemeenschappelijk huis dat ons opneemt”.
De paus vraagt “stil te staan om te bewonderen en het mooie te waarderen”. “Wie de natuur, de schepping niet kan beschouwen, kan de mensen in hun rijkdom niet beschouwen”, verklaart hij nog.
“En wie leeft om de natuur uit te buiten, zal uiteindelijk mensen uitbuiten en als slaven behandelen. Het is een universele wet.” Wie integendeel kan contempleren, “zal een behoeder van het milieu worden”. En dat ligt in het bereik van “ieder van ons”, besluit de paus.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Om uit de pandemie te geraken, is het nodig dat we voor onszelf en voor elkaar zorg dragen. En degenen die zorg dragen voor de zwaksten, de zieken en bejaarden, moeten gesteund worden. Men heeft de gewoonte bejaarden te verwaarlozen: dat is niet goed. Zorgverleners oefenen een essentiële rol in de samenleving van vandaag, ook al krijgen zij zo dikwijls niet de erkenning en beloning die zij verdienen.

Zorg dragen voor de ander is een gouden regel van onze conditie als menselijk wezen en dat brengt gezondheid en hoop mee (cf Enc. Laudato si’, nr. 70). Zorg dragen voor wie ziek is, in nood en wie verwaarloosd wordt: dat is menselijke en ook christelijke rijkdom. Deze zorg moeten wij ook hebben voor ons gemeenschappelijk huis: de aarde en alle schepselen. Alle levensvormen zijn met elkaar verbonden (cf ibid., 137-138) en onze gezondheid hangt af van de ecosystemen die God geschapen heeft en waarvoor Hij ons de taak gaf te zorgen (cf Gen 2,15). Er misbruik van maken is daarentegen een zware zonde die schade berokkent, kwaad doet en ziek maakt (cf. LS, nrs. 866).

Het beste tegengif tegen dit ongepast gebruik van ons gemeenschappelijk huis is contemplatie  (cf. ibid., 85.214). Maar hoe gebeurt dat? Is er een vaccin om zorg te dragen voor ons gemeenschappelijk huis, om het niet te verwaarlozen? Wat is het tegengif tegen de ziekte om er geen zorg voor te dragen? Dat is de contemplatie. “Als men niet leert stil te staan om te bewonderen en het mooie te waarderen, is het dan verwonderlijk dat alles hervormd wordt tot een voorwerp dat men gewetenloos gebruikt en misbruikt” (ibid., n. 215). Zelfs tot een wegwerp voorwerp.

Nochtans is ons gemeenschappelijk huis, de schepping, niet alleen maar “een natuurlijke rijkdom”. Schepselen hebben waarde in zichzelf en “weerspiegelen op hun eigen wijze de oneindige wijsheid en goedheid van God” (Catechismus van de Katholieke Kerk, 339). Die waarde, die Goddelijke lichtstraal, moet ontdekt worden en om hem te ontdekken hebben wij stilte nodig, hebben wij er nood aan te luisteren, te contempleren. Contemplatie geneest ook de ziel.

Zonder contemplatie is het gemakkelijk in een onevenwichtig en hoogmoedig antropocentrisme te vervallen, het “ik” in het centrum van alles, dat onze rol van menselijk wezen “overdimensioneert” omdat wij ons als absolute heersers boven alle andere schepselen plaatsen. Een misvormde interpretatie van Bijbelteksten over de schepping heeft tot deze verkeerde visie bijgedragen, die leidt tot het uitbuiten en zelfs verstikken van de aarde. De schepping uitbuiten: dat is de zonde.

Wij geloven in het centrum te staan en beweren Gods plaats in te nemen en zo keren wij ons af van de harmonie van de schepping, de harmonie van Gods plan. Wij worden roofdieren, wij vergeten onze roeping van behoeders van het leven. Zeker, wij kunnen en moeten de aarde bewerken om te leven en ons te ontwikkelen. Maar werk is geen synoniem van uitbuiting, en het gaat altijd gepaard met zorgen: bewerken en beheren, werken en verzorgen … Dat is onze zending (cf Gen 2,15).

Wij kunnen niet doen alsof wij ons op materieel vlak blijven ontwikkelen, zonder zorg te dragen voor het gemeenschappelijk huis dat ons opneemt. Onze armste broeders en onze moeder aarde zuchten onder de schade en het onrecht dat wij veroorzaakt hebben en zij vragen om een nieuwe aanpak. Zij vragen ons bekering, een koersverandering: namelijk ook zorg te dragen voor de aarde, de schepping.

Het is dus belangrijk deze contemplatieve dimensie te hervinden, dat wil zeggen de aarde, de schepping als een gave te zien, niet iets om uit te buiten voor winstbejag. Wanneer wij contempleren, zullen wij bij de anderen en in de natuur iets ontdekken dat veel groter is dan hun nut. Daar ligt de kern van het probleem: contempleren, is verder gaan dan het nut van iets. Contempleren wat mooi is, wil niet zeggen uitbuiten: contemplatie is gratuit. Wij zullen de intrinsieke waarde ontdekken die God aan de dingen gegeven heeft.

Zoals vele geestelijke meesters geleerd hebben, bezitten de hemel, de aarde, de zee en alle schepselen die iconische capaciteit, die mystieke capaciteit om ons bij de Schepper en in gemeenschap met de schepping te brengen. De heilige Ignatius van Loyola bijvoorbeeld, nodigt op het einde van zijn Geestelijke Oefeningen uit tot een “beschouwing om de liefde te verkrijgen”, dat wil zeggen om te zien dat God naar Zijn schepselen kijkt en om zich met hen te verheugen; om Gods aanwezigheid in Zijn schepselen te ontdekken en in vrijheid en met genade van hen te houden en voor hen te zorgen. Contemplatie die ons leidt naar een houding van zorgverlening, bestaat er niet in de natuur van buitenaf te bekijken, alsof wij er niet in betrokken zijn. Wij bevinden ons in de natuur, wij maken deel uit van de natuur.

Contemplatie gebeurt eerder vanuit het innerlijk door ons te erkennen als een deel van de schepping, door protagonisten te worden en niet alleen toeschouwers van een vormloze werkelijkheid die slechts moet uitgebuit worden. Wie zo contempleert, ervaart verrukking, niet alleen om wat hij ziet, maar ook omdat hij voelt integraal deel uit te maken van deze schoonheid; en hij voelt zich ook geroepen om ze te behoeden, te beschermen.

En iets mogen wij niet vergeten: wie de natuur, de schepping niet kan contempleren, kan ook de  mensen in hun rijkdom niet contempleren. En wie leeft om de natuur uit te buiten, zal uiteindelijk mensen uitbuiten en hen als slaven behandelen. Het is een universele wet: als ge de natuur niet kunt contempleren, zal het u heel moeilijk vallen om mensen te contempleren, de schoonheid van de mens, uw broeder, uw zuster.

Wie kan contempleren, zal zich gemakkelijker aan het werk zetten om te veranderen wat ontwaarding en schade voor de gezondheid veroorzaakt. Hij zal zich inzetten om op te voeden tot nieuwe gewoontes van productie en consumptie en ze te promoveren, en om bij te dragen tot een nieuw economisch groeimodel dat respect waarborgt voor het gemeenschappelijk huis en voor de mens. Een contemplatieve persoon in actie wordt een behoeder van het milieu: dat is mooi! Ieder van ons moet behoeder zijn van het milieu, van de zuiverheid van het milieu, door de voorouderlijke kennis van duizendjarige culturen te verenigen met de nieuwe technische kennis, zodat onze levensstijl altijd duurzaam zou zijn.

Contempleren en zorg dragen: twee houdingen die de weg tonen om onze band als mens met de schepping te corrigeren en terug in evenwicht te brengen. Heel dikwijls lijkt onze band met de schepping op die tussen vijanden: de schepping vernielen in mijn voordeel; de schepping uitbuiten in mijn voordeel. Vergeten wij niet dat dit duur betaald wordt. Vergeten wij dit Spaans gezegde niet: “God vergeeft alles; wij vergeven soms; de natuur vergeeft nooit”. Vandaag las ik in de krant nieuws over de twee grote ijsbergen van Antarctica, bij de Zee van Amundsen: zij gaan vallen. Dat zou verschrikkelijk zijn want het zeepeil zal stijgen en dat zal vele, vele moeilijkheden en veel schade veroorzaken.

En waarom? Door de opwarming, het gebrek aan zorg voor het milieu, het gebrek aan zorg voor het gemeenschappelijk huis. Als wij deze band – ik veroorloof mij het woord “broederlijke” band in de figuurlijke zin – met de schepping hebben, zullen wij behoeders worden van het gemeenschappelijk huis, behoeders van het leven en behoeders van de hoop, wij zullen de eigendom die God ons toevertrouwd heeft, behoeden zodat de toekomstige generaties er kunnen van genieten.

En sommigen zullen zeggen: “ik trek mijn plan wel”. Doch het probleem is niet hoe ge vandaag uw plan trekt – dat zei een Duits protestant en competent theoloog, Bonhoeffer – het probleem is: wat zal de erfenis zijn, het leven van de toekomstige generatie? Denken wij aan onze kinderen, onze achterkleinkinderen: wat laten wij hen na als wij de schepping uitbuiten? Laat ons deze weg veilig stellen, dan zullen wij “behoeders” van het gemeenschappelijk huis worden, behoeders van het leven en de hoop.

Stellen wij het patrimonium veilig, dat God ons heeft toevertrouwd, opdat de toekomstige generaties er kunnen van genieten. Ik denk in het bijzonder aan de autochtone volken, tegenover wie wij allemaal dankbaarheid verschuldigd zijn – en zelfs boetedoening, om al het kwaad te herstellen dat wij hen aangedaan hebben. Maar ik denk ook aan die bewegingen, verenigingen, volksgroeperingen, die zich inzetten om hun territorium met zijn natuurlijke en culturele waarden te beschermen. Deze sociale realiteiten worden niet altijd gewaardeerd, soms verhindert men ze zelfs, omdat zij geen geld opbrengen; maar in werkelijkheid dragen zij bij tot een pacifistische revolutie, wij zouden haar de “revolutie van de zorgverlening” kunnen noemen.

Contempleren om zorg te leren dragen, contempleren om te behoeden, om ons veilig te stellen, evenals de schepping, onze kinderen, onze achterkleinkinderen en de toekomst. Contempleren om zorg te dragen en te behoeden en om de toekomstige generatie een erfenis na te laten.

En men dient aan bepaalde mensen niet te delegeren wat de taak is van iedere mens. Ieder van ons kan en moet een “behoeder van het gemeenschappelijk huis” worden, in staat om God te loven voor Zijn schepselen, in staat om de schepselen te contempleren en te beschermen.

Terug naar overzicht