24-8-2022 De bejaarde is een licht voor alle andere leeftijden

In zijn laatste catechese over de oude dag sprak de paus over de barensweeën van de schepping.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

Onlangs vierden we de Tenhemelopneming van de Moeder van Jezus. Dit mysterie werpt licht op de vervulling van de genade die het lot van Maria heeft geboetseerd en het verlicht ook onze bestemming. Die bestemming is de hemel. Met het beeld van de ten hemel opgenomen Maagd wil ik de catechesecyclus over de oude dag afsluiten. In het Westen kijken we op naar Maria ten hemel verheven omringd door schitterend licht. In het Oosten wordt ze liggend uitgebeeld, slapend, omringd door de biddende apostelen terwijl de verrezen Heer haar als een kind in de armen draagt.

Mysterie

De theologie heeft steeds nagedacht over het verband tussen deze merkwaardige opneming en de dood, die door het dogma niet wordt verkondigd. Ik denk dat het nog belangrijker is het verband te verwoorden van dit mysterie met de verrijzenis van de Zoon, die voor ons allen de weg opent van de geboorte ten leven. In het goddelijke gebaar van de nieuwe ontmoeting van Maria met de verrezen Christus wordt niet slechts de gewone lichamelijke ontbinding van de menselijke dood overstegen. Dat niet alleen. Er wordt vooruitgelopen op de lichamelijke tenhemelopneming van het leven in God. Inderdaad, het lot van de verrijzenis die ons wacht, wordt geanticipeerd. Immers, volgens het christelijke geloof, is de Verrezene de eerstgeborene van veel broeders en zusters. De verrezen Heer is het die als eerste gegaan is, Hij is vóór allen verrezen. Daarna is het onze beurt.

Dat is ons lot: verrijzen.

Tweede geboorte

We mogen zeggen – naar het woord van Jezus tot Nikodemus – dat het iets is als een tweede geboorte (cf. Joh 3, 3-8). De eerste is een geboorte op aarde geweest. De tweede  geboorte is in de hemel. Het is geen toeval dat de apostel Paulus, in de tekst die vooraf gelezen werd, spreekt over barensweeën (cf. Rom 8, 22). Zoals wij, nauwelijks uit de schoot van onze moeder gekomen, onszelf blijven, hetzelfde menselijke wezen dat eerste in de baarmoeder was, zo zullen wij, na de dood in de hemel geboren worden, in het huis van God en ook dan zullen wij het zijn die op deze  aarde hebben geleefd. Gelijkaardig is wat met Jezus gebeurde: de Verrezene is steeds Jezus. Hij verliest zijn menselijkheid niet, dat wat Hij geleefd heeft, ook zijn lichamelijkheid niet, neen, want zonder haar zou Hij niet meer zichzelf zijn, Hij zou niet langer Jezus zijn dat wil zeggen met zijn menselijkheid, met wat Hij geleefd heeft.

Trinitaire liefde

Dat leert ons de ervaring van de leerlingen, aan wie Hij gedurende veertig dagen na zijn verrijzenis is verschenen. De Heer toont hen de wonden die zijn offer bezegelden. Het zijn echter niet langer de afschuwelijkheden van pijnlijke vernedering. Nu  zijn het onuitwisbare bewijzen van zijn trouwe liefde tot het einde. De verrezen Jezus leeft met zijn lichaam in de trinitaire liefde van God! En daar verliest Hij niet het geheugen, laat zijn eigen geschiedenis niet achter, hij lost de relaties niet op waarin Hij hier op aarde heeft geleefd. Aan zijn vrienden heeft Hij beloofd: En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben. (Joh 14, 3).

Hij is heengegaan om voor ons allen de plaats te bereiden en na een plaats te hebben bereid zal Hij komen.

Hij zal niet slechts op het einde komen, voor allen. Telkens opnieuw zal Hij voor elk van ons komen. Hij zal komen en ons zoeken om ons mee te nemen bij Hem. In die zin is de dood als een stap naar de ontmoeting met Jezus die op mij wacht om mij bij Hem te brengen.

Definitieve woonplaats

De Verrezene leeft in het milieu van God, waar voor iedereen plaats is, waar een nieuwe wereld ontstaat en de hemelse stad wordt gebouwd, de definitieve woonplaats van de mens. We kunnen ons deze omvorming van onze sterfelijke lichamelijkheid niet voorstellen, maar we zijn wel zeker dat ons gelaat herkenbaar zal zijn en dat zij het ons zal mogelijk maken mensen te blijven in de hemel van God. Die omvorming zal ons in staat stellen, met verheven gevoelens, deel te nemen aan de mateloze en gelukkige overdaad van Gods scheppingsdaad waarvan wij in hoogst eigen persoon de onophoudelijke avonturen zullen beleven.

Wijsheid van de oude dag

Wanneer Jezus over het Rijk van God spreekt, beschrijft Hij het als een bruiloftsmaal, als een feest met vrienden, als arbeid die het huis voltooit: het is de verbazing die de oogst overvloediger maakt dan het zaad. De woorden van het Evangelie over het Rijk ernstig nemen, maakt het mogelijk dat onze gevoeligheid geniet van de werkdadige en creatieve liefde van God en ons in eenklank brengt met de ongelooflijke bestemming van het leven dat wij zaaien. Op onze oude dag, geliefde leeftijdsgenoten, ik spreek dus tot de oude mannetjes en tot de oude vrouwtjes, op onze oude dag is het belang van het leven groter door de vele details waaruit het bestaat – een liefkozing, een glimlach, een gebaar, een gewaardeerd werk, een onverwachte verrassing, een gastvrije vrolijkheid, een trouwe band. Het wezenlijke van het leven, waaraan we in de nabijheid van ons afscheid meer belang hechten, is zo helemaal helder. Zie dan: de wijsheid van onze oude dag is de plek van onze zwangerschap, die het leven verlicht van de kinderen, van de jongeren, van de volwassenen en van de hele gemeenschap. Wij bejaarden zouden dit voor anderen moeten zijn: licht voor anderen.

Heel ons leven lijkt als een zaad dat in de grond moet ondergaan om zijn bloem en zijn vrucht te laten ontkiemen.

Het zal geboren worden, tegelijk met heel de rest van de wereld. Niet zonder weeën, niet zonder pijn, maar het zal geboren worden (cf. Joh 16, 21-23). En het leven van het verrezen lichaam zal honderd- en duizendvoudig meer levend zijn dan dat wat we hier op aarde hebben geproefd (cf. Mc 10, 28-31).

Volheid van leven

Niet toevallig roostert de Heer vis, terwijl Hij op de oever van het meer de apostelen opwacht (cf. Joh 21, 9) en biedt het hen aan. Dit gebaar van bezorgde liefde doet ons vermoeden wat ons te wachten staat wanneer we naar de andere oever oversteken.

Inderdaad, geliefde broeders en zusters, jullie bejaarden vooral, het beste van het leven moeten we nog te zien krijgen.

Maar wij zijn bejaard, wat moeten we nog meer zien? Het beste, want het beste van het leven moet nog helemaal worden gezien. Wij hopen op deze volheid van leven die ons allen wacht, wanneer de Heer ons zal roepen. De Moeder van de Heer en onze Moeder, die ons is voorgegaan in het paradijs, moge ons het ongeduld van het wachten schenken want het is geen verdoofde verwachting, geen vervelende verwachting, neen, het is een verwachting vol ongeduld. Wanneer zal mijn Heer komen? Wanneer zal ik naar daar mogen gaan? Er is wat angst want ik weet niet wat die overgang zal betekenen. Door die deur gaan verwekt wat vrees, maar er is steeds de hand van de Heer die je verder draagt. Eens de deur voorbij begint het feest. Laten we wakker zijn, jullie, geliefde oude mannen en geliefde oude vrouwen, leeftijdsgenoten, laten we aandachtig zijn, want Hij wacht ons op. Slechts een doorgang en dan het feest.