10-1-2021 Angelus – De doop van Jezus en de christelijke identiteit

Jezus “redt niet uit den hoge, vanuit een soevereine beslissing of krachtdaad, vanuit een decreet, nee: Hij redt ons door ons tegemoet te komen en onze zonden op zich te nemen”, legt paus Franciscus uit in zijn meditatie over de doop van Jezus, maar hij begon met een commentaar op de dertig jaren verborgen leven van Jezus om “de grootheid van het dagelijks leven” te benadrukken.
De paus zegt dat het gebaar van Jezus het “programma van Zijn manifest” inhoudt en preciseert dat “nabijheid, de stijl van God is voor ons”. Hij spreekt ook over het barmhartig gelaat van God: “God manifesteert zich wanneer barmhartigheid verschijnt. Vergeet dat niet: (…) want dat is Zijn gelaat”.
Paus Franciscus legt ook uit dat “ons leven getekend wordt door de barmhartigheid die zich over ons heeft gelegd”, “gratuit”: “Wij werden om niet gered. Heil is gratuit. Het is het gratuite gebaar van Gods barmhartigheid voor ons. Dat verwezenlijkt zich sacramenteel op de dag van ons doopsel; maar zelfs degenen die niet gedoopt zijn, ontvangen Gods barmhartigheid, altijd, want God is daar, Hij wacht, Hij wacht tot de deur van de harten opengaat. Hij komt nader, als ik dat mag zeggen, Hij streelt ons door Zijn barmhartigheid”.
De paus besluit met een uitdrukking die herinnert aan zijn devies “miserando atque eligendo”: “Moge de Maagd Maria, tot wie wij nu bidden, ons helpen onze identiteit te bewaren, dat wil zeggen de identiteit van iemand “aan wie barmhartigheid betoond wordt”, wat aan de basis ligt van geloof en leven”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Wij vieren vandaag de Doop van de Heer. Enkele dagen geleden werd het Kind Jezus door de wijzen bezocht. Vandaag zien we Hem als volwassene aan de oever van de Jordaan. De liturgie laat ons een sprong maken van dertig jaar, dertig jaar waarvan wij één ding weten: het waren jaren van verborgen leven die Jezus in Zijn familie heeft doorgebracht. Eerst enkele jaren in Egypte, als migrant om de vervolging door Herodes te ontvluchten. Dan de jaren in Nazareth, om het beroep van Jozef te leren – in het gezin, gehoorzaam aan Zijn ouders, al lerend en werkend.

Het is treffend dat de Heer het grootste deel van de tijd die Hij doorbracht op aarde, een dagelijks leven geleid heeft, zonder op de voorgrond te treden. Denken wij aan het feit dat er volgens de Evangelies drie jaren van verkondiging, wonderen en zo veel andere dingen waren. Drie. En de andere jaren, al de andere jaren, was het een verborgen leven in het gezin. Dat is een mooie boodschap voor ons: dat openbaart ons de grootheid van het dagelijks leven, het belang dat elk gebaar en ogenblik heeft in Gods ogen, zelfs het meest eenvoudige, zelfs het meest verborgene.

Na deze dertig jaren verborgen leven, begint het openbaar leven van Jezus. En het begint precies door Zijn doop in de Jordaan. Maar Jezus is God: waarom laat Jezus zich dopen? Het doopsel door Johannes was een boeteritus, een teken van de wil om zich te bekeren, om beter te worden, door vergeving te vragen over zijn zonden. Jezus had dat niet nodig, dat is zeker. Trouwens, Johannes de Doper probeert er zich tegen te verzetten, doch Jezus insisteert.

Waarom? Omdat Hij met de zondaars wil zijn: daarom staat Hij met hen in de rij en stelt Hij hetzelfde gebaar. Hij doet het met de gezindheid van het volk, dat zoals een hymne uit de liturgie zegt: “met blote ziel en blote voeten” genaderd is. Blote ziel, dat wil zeggen, zonder iets te bedekken, gewoon als zondaar. Dat is het gebaar dat Jezus stelt en Hij daalt neer in de rivier om zich in onze conditie onder te dompelen. Het doopsel betekent namelijk juist “onderdompeling”.

Zo biedt Jezus ons op de eerste dag van Zijn optreden het “programma van Zijn manifest”. Hij zegt dat Hij ons niet redt uit den hoge, vanuit een soevereine beslissing of krachtdaad, vanuit een decreet, nee: Hij redt ons door ons tegemoet te komen en onze zonden op zich te nemen. Zo overwint God het kwaad van de wereld: door zich te verlagen, door onze zonden op zich te nemen.

Dat is ook de manier waarop wij de anderen kunnen verheffen: niet door hen te oordelen, niet door hen op te leggen wat zij moeten doen, maar door nabij te komen, mee te lijden, door Gods liefde te delen. Nabijheid is de stijl van God voor ons. Hij heeft het zelf tot Mozes gezegd: bedenk van welke volken de goden zo nabij zijn als Ik u nabij ben? Nabijheid is de stijl van God voor ons. Na dit gebaar van Jezus’ medelijden, doet zich iets bijzonder voor: de hemel gaat open en de Drie-eenheid maakt zich kenbaar. De Heilige Geest daalt neer in de vorm van een duif (cf Mc 1,10) en de Vader zegt tot Jezus: “Gij zijt Mijn Zoon, de veelgeliefde” (v. 11). God manifesteert zich wanneer de barmhartigheid verschijnt. Vergeet dat niet: God manifesteert zich wanneer de barmhartigheid verschijnt, want dat is Zijn gelaat.

Maar voor wij iets doen, wordt ons leven getekend door de barmhartigheid die zich over ons gelegd heeft. Wij werden om niet gered. Heil is gratuit. Dat is het gratuite gebaar van Gods barmhartigheid voor ons. Dat verwezenlijkt zich sacramenteel op de dag van ons doopsel; maar zelfs degenen die niet gedoopt zijn, ontvangen Gods barmhartigheid, altijd, want God is daar, Hij wacht, Hij wacht tot de deur van de harten opengaat. Hij komt nader, als ik dat mag zeggen, Hij streelt ons door Zijn barmhartigheid.

Moge de Maagd Maria tot wie wij nu bidden, ons helpen onze identiteit te bewaren, dat wil zeggen de identiteit van iemand “aan wie barmhartigheid betoond wordt”, wat aan de basis ligt van geloof en leven.

Terug naar overzicht