7-5-2020 De geschiedenis achter Jezus
De herinnering niet kwijtraken

Wanneer Paulus gevraagd wordt het woord te nemen in de synagoge van Antiochië om de nieuwe leer uit te leggen, ’t is te zeggen om te verklaren wie Jezus is, om Jezus te verkondigen, begint hij over de heilsgeschiedenis (cf Hand 13,13-21). Paulus staat op en begint: “De God van dit volk Israël heeft onze vaderen uitverkoren en het volk groot gemaakt tijdens het verblijf in Egypte” (v. 17) … en hij vertelt heel de heilsgeschiedenis. Dat deed ook Stefanus voor zijn martelaarschap (cf Hand 7,1-54). En Paulus doet het ook nog eens in de brief aan de Hebreeën, waar hij de geschiedenis vertelt van Abraham en al de vaderen (cf Hebr. 11,1-39). Dat is wat wij vandaag zongen: “Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht” (Ps 89/88,2). Wij hebben de geschiedenis van David bezongen: “Mijn dienaar David heb Ik opgezocht en hem gezalfd met mijn gewijde olie” (v. 21). Matteüs (cf 1,1-14) en Lucas (cf 3,23-38) doen het ook: wanneer zij over Jezus beginnen te spreken, beginnen zij met Zijn geslachtslijst.

Wat ligt achter Jezus? Een geschiedenis. Een geschiedenis van genade, uitverkiezing en belofte. De Heer heeft Abraham gekozen en is met Zijn volk op weg gegaan. Bij het begin van de Mis, zeiden wij in het openingslied: “God, wanneer Gij uitgetrokken zijt aan het hoofd van Uw volk, wanneer Gij op weg ging door de woestijn”. Er bestaat een geschiedenis van God met Zijn volk. Wanneer Paulus gevraagd wordt het waarom uit te leggen van het geloof in Jezus Christus, begint hij daarom niet bij Jezus, maar met de geschiedenis. Het christendom is een leer, ja, maar niet alleen dat. Wij geloven niet alleen dingen. Het is een geschiedenis die deze leer brengt en die is de belofte van God, het verbond van God, de uitverkiezing door God.

Het christendom is niet alleen ethiek. Ja, het is waar, er zijn morele principes, maar men is niet alleen christen door een ethische visie. Er is meer. Het christendom is geen elite van mensen die voor de waarheid uitverkozen zijn. Er leeft nog altijd een elitair gevoel in de Kerk, nietwaar? Bijvoorbeeld, ik ben van dat instituut, ik behoor tot die beweging en die is beter dan de uwe, … Een elitair gevoel. Nee, dat is het christendom niet: christendom is tot een volk behoren, een volk dat God belangloos gekozen heeft. Zonder het besef tot een volk te behoren, zijn wij ideologische christenen. (…)

Wanneer Paulus uitlegt Paulus wie Jezus is, begint hij bij het begin, het toebehoren tot een volk. Doch wij vervallen dikwijls in een partijdige, dogmatische, moraliserende of elitaire geest, niet? Het gevoel tot een elite te behoren, doet ons veel kwaad en doet ons het gevoel verliezen dat wij tot het heilig volk van Godgetrouwen behoren. God heeft hen in Abraham uitverkoren, Hij heeft hen de grote belofte van Jezus gedaan, Hij gaf hen hoop en smeedde een verbond met hen. Het besef een volk te zijn.

Ik word dikwijls getroffen door de passage uit Deuteronomium (26,1-11) waar staat: als ge eens per jaar uw offergaven, de eerstelingen gaat brengen aan de Heer, en uw zoon vraagt: papa, waarom doet ge dat? dan moet ge niet antwoorden: omdat God dat bevolen heeft, nee, maar: wij waren een volk, … en de Heer heeft ons bevrijd … Een geschiedenis vertellen, zoals Paulus doet. De heilsgeschiedenis doorgeven. Ook in Deuteronomium geeft de Heer als raad: “Wanneer ge zijt gekomen in het land dat Jahwe uw God u in eigendom geeft” – gij hebt het niet zelf veroverd, Ik heb het veroverd, en gij eet de vruchten die gij niet zelf geplant hebt en gij woont in huizen die gij niet gebouwd hebt, zeg dan wanneer gij uw offergave aanbiedt, en hier herneemt hij de bekende geloofsbelijdenis uit Deuteronomium: “Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij is met een klein getal mensen naar Egypte gegaan” (v. 5) … Het volk is er 400 jaar gebleven, dan heeft de Heer het bevrijd, het geleid … Geschiedenis, de herinnering van het volk, het feit een volk te zijn.

In die geschiedenis van het volk Gods tot aan Jezus, waren er heiligen, zondaars en veel gewone mensen, goede mensen, met hun deugden en zonden, iedereen. Het fameuze “volk” dat Jezus volgde, dat de flair had tot een volk te behoren. Een christen die deze flair niet heeft, is geen echte christen; hij voelt zich een beetje anders en een beetje gerechtvaardigd als lid van dat volk. Tot een volk behoren, de herinnering hebben aan het volk Gods. Paulus, Stefanus en de apostelen, zij leren ons dat … En de schrijver van de Hebreeënbrief geeft de raad: herinner u de ouden, dat wil zeggen degenen die ons zijn voorgegaan op deze weg van heil.

Als men mij zou vragen: wat is volgens u een afwijking van de christenen vandaag en van altijd? wat zou volgens u de gevaarlijkste afwijking van christenen zijn? dan zou ik zonder aarzelen zeggen: dat zij zich niet herinneren tot een volk te behoren. Als dat afwezig is, ziet men dogmatisme, moralisme en elitaire bewegingen. Zonder het besef van een volk . Zondig is het volk altijd, dat zijn wij allemaal, maar in het algemeen vergist het zich niet, heeft het de flair tot een uitverkoren volk te behoren, gaat het achter de belofte en het verbond aan, dat het misschien niet respecteert, maar het heeft er ten minste weet van.

Vragen wij aan de Heer het besef een volk te zijn, dat de Maagd Maria in Haar Magnificat (cf Lc 1,46-56) en Zacharias in zijn Benedictus (cf Lc 1,67-79) zo goed bezongen heeft. Hymnen die wij alle dagen bidden, ’s morgens en ’s avonds. Het besef een volk te zijn: wij zijn het heilig gelovige volk van God dat, zoals de Concilies Vaticanum I en daarna Vaticanum II zeggen, in zijn geheel de flair heeft van het geloof en dat onfeilbaar is in deze manier van geloven.

Terug naar overzicht