24-11-2021 Audiëntie – De heilige Jozef in de heilsgeschiedenis

“Vandaag beschermt Jozef de Kerk” en “blijft hij het Kind en Zijn Moeder beschermen”, zegt paus Franciscus in zijn tweede catechese over de heilige Jozef, ter gelegenheid van het Sint-Jozefjaar (t/m 8-12-2021). De geschiedenis van Jozef is ook “een heel nauwkeurige aanwijzing over het belang van menselijke banden”.
De paus herinnert eraan dat het “aspect van de royale zorgverlening” van de heilige Jozef “het grote antwoord op het Genesisverhaal” is. En hij preciseert: “Wanneer God aan Kaïn rekenschap vraagt over het leven van Abel, antwoordt hij: “Moet ik dan op mijn broer passen?” (4,9).
De heilige Jozef “lijkt ons door zijn leven te willen zeggen dat wij altijd geroepen zijn om ons bewaarder te weten van onze broeders en zusters, bewaarder van degenen die dicht bij ons staan, van degenen die de Heer ons doorheen de omstandigheden van het leven toevertrouwt”.
Het Evangelie verhaalt de afstamming van Christus, “niet alleen om een theologische reden, maar ook om ons eraan te herinneren dat ons leven gemaakt is van banden die aan ons voorafgaan en die met ons meegaan”, benadrukt de paus. “Om ter wereld te komen, heeft de Zoon van God gekozen voor de weg van banden, voor de weg van de geschiedenis”, vat hij samen.
In een gebed om mensen te helpen die “zich alleen voelen”, die “geen kracht noch moed hebben om door te gaan”, vraagt de paus aan de heilige Jozef – die Maria en Jezus in moeilijke momenten tot steun was – om “ook ons op onze weg” tot steun te zijn.

Dierbare broeders en zusters, goeiedag!

Verleden woensdag zijn wij met een catechese begonnen over de figuur van de heilige Jozef – het jaar dat aan hem gewijd is, loopt ten einde. Vandaag gaan wij hiermee verder en staan we stil bij zijn rol in de heilsgeschiedenis.

In de Evangelies wordt Jezus aangewezen als “zoon van Jozef” (Lc 3,23 ; 4,22 ; Joh 1,45 ; 6,42) en “zoon van de timmerman” (Mt 13,55 ; Mc 6,3). De evangelisten Matteüs en Lucas geven aan de rol van Jozef, een plaats in hun verhaal over de kinderjaren van Jezus. Beiden stellen een “geslachtslijst” op om de historiciteit van Jezus in het licht te stellen. Matteüs richt zich vooral tot de christenen uit het Jodendom en begint bij Abraham om uit te komen bij Jozef, die “de man van Maria” genoemd wordt, “en uit haar werd geboren Jezus die Christus genoemd wordt” (1,16). Lucas gaat terug tot Adam en begint direct bij Jezus, die “de zoon van Jozef” was, maar hij preciseert: “in de opvatting der mensen” (3,23). Bijgevolg stellen de twee evangelisten Jozef niet voor als de biologische vader, maar als vader in volle zin, van Jezus. Door hem voltrok Jezus de geschiedenis van het verbond en het heil tussen God en de mens. Volgens Matteüs begint deze geschiedenis bij Abraham, volgens Lucas bij het eerste begin van de mensheid, namelijk bij Adam. De evangelist Matteüs helpt ons begrijpen dat de figuur van Jozef, die blijkbaar marginaal is, discreet en op de achtergrond, in tegendeel een centraal element betekent in de heilsgeschiedenis.

Jozef beleeft zijn hoofdrol zonder zich ooit naar voor te willen schuiven. Bij nader toezien, “worden onze levens samengeweven en onderhouden door gewone mensen, mensen die vaak over het hoofd worden gezien. Mensen die niet verschijnen in tijdschriften- en krantenkoppen, (…) Hoeveel vaders, moeders, grootouders en leraren laten aan onze kinderen zien, op allerlei kleine dagelijkse manieren, hoe je een crisis kunt aanvaarden en ermee omgaan: door hun routines te veranderen, vooruit te kijken en de praktijk van het gebed aan te moedigen. Hoe velen bidden, brengen offers en zijn een voorspraak voor het welzijn van iedereen” (Apostolische brief Patris corde, 1). Zo kan iedereen in de heilige Jozef de man vinden die ongemerkt voorbijgaat, de man van de dagelijkse aanwezigheid, van de discrete en verborgen aanwezigheid, een voorspreker, een steun en gids in moeilijke momenten. Hij herinnert ons eraan dat iedereen die schijnbaar verborgen is of “op de tweede rij” zit, een onvergelijkbare rol heeft in de heilsgeschiedenis. De wereld heeft deze mannen en vrouwen nodig: mannen en vrouwen op de tweede rij, maar die de ontwikkeling van ons leven, van ieder van ons dragen, en ons door hun gebed, hun voorbeeld, hun onderricht op onze levensweg tot steun zijn.

In het Evangelie volgens Lucas, verschijnt Jozef als de behoeder van Jezus en Maria. “In deze zin kan de heilige Jozef niet anders zijn dan de Beschermer van de Kerk, want de Kerk is de voortzetting van het Lichaam van Christus in de geschiedenis, net zoals Maria’s moederschap wordt weerspiegeld in het moederschap van de Kerk. In zijn voortdurende waken over de Kerk beschermt Jozef nog steeds het Kind en Zijn moeder, en ook wij, door onze liefde voor de Kerk, houden nog steeds van het Kind en Zijn moeder” (ibid., 5). Dit aspect van de royale zorgverlening van de heilige Jozef is het grote antwoord op het Genesisverhaal. Wanneer God aan Kaïn rekenschap vraagt over het leven van Abel, antwoordt hij: “Moet ik dan op mijn broer passen?” (4,9). Jozef lijkt ons door zijn leven te willen zeggen dat wij altijd geroepen zijn om ons de bewaarder te weten van onze broeders en zusters, bewaarder van degenen die dicht bij ons staan, van degenen die de Heer ons doorheen de omstandigheden van het leven toevertrouwt.

Een samenleving als de onze, wordt “waterachtig” genoemd omdat zij iedere stevigheid lijkt te missen. Ik zal de filosoof verbeteren die deze definitie uitgevonden heeft en ik zeggen: eerder gasvormig dan waterachtig, een werkelijk gasvormige samenleving. Deze waterachtige, gasvormige samenleving vindt in de geschiedenis van Jozef een heel nauwkeurige aanwijzing over het belang van menselijke banden. Het Evangelie verhaalt ons namelijk de afstamming van Christus, niet alleen om een theologische reden, maar ook om ons eraan te herinneren dat ons leven gemaakt is van banden die aan ons voorafgaan en die met ons meegaan. Om ter wereld te komen, heeft de Zoon van God gekozen voor de weg van banden, voor de weg van de geschiedenis: Hij is niet magisch in deze wereld gekomen, nee. Hij heeft de historische weg genomen die wij allemaal volgen.

Dierbare broeders en zusters, ik denk aan zo veel mensen die moeite hebben om zinvolle banden in hun leven te vinden en juist daarvoor vechten zij, die zich alleen voelen, die niet de kracht noch de moed hebben om door te gaan. Ik zou willen besluiten met een gebed om hen en ons allemaal te helpen, om in de heilige Jozef een bondgenoot te vinden, een vriend en een steun.

Heilige Jozef,
gij die de band met Maria en Jozef bewaard hebt,
help ons om zorg te dragen voor de relaties in ons leven.
Moge niemand dat gevoel van verlatenheid kennen
dat door eenzaamheid komt.
Moge iedereen zich verzoenen met zijn eigen geschiedenis,
met degenen die hem zijn voorafgegaan;
en ook in begane fouten
een manier zien waarop de Voorzienigheid zich een weg heeft gebaand
en het kwaad niet het laatste woord heeft gehad.
Toon u als vriend van degenen die het hardst strijden,
en zoals gij Maria en Jezus in de moeilijke ogenblikken tot steun bent geweest,
wees zo ook ons tot steun op onze weg. Amen.

Terug naar overzicht