3-11-2021 Audiëntie – De hoogste regel voor de broederlijke vermaning is de liefde
Het goede willen voor onze broeders en zusters

“En als je je stem verheft, bemin dan van binnen”, voegt de paus eraan toe.
Dit is de 14e catechese over de Brief aan de Galaten: leef naar de Geest.

Dierbare broeders en zusters, goeiedag!
In de passage uit de Brief aan de Galaten die we zojuist hoorden, roept de heilige Paulus de christenen op om naar de Geest te leven (5,16.25). Leven naar de Heilige Geest, is een stijl. Inderdaad, in Jezus geloven, betekent Hem volgen, Hem achterna gaan op Zijn weg, zoals de eerste leerlingen. En tegelijk betekent het, de tegengestelde weg vermijden, die van egoïsme, eigenbelang, wat de apostel “de begeerte van de zelfzucht” noemt (v. 16). De Geest is op deze weg van Christus, de gids. Een heerlijke maar ook vermoeiende weg die begint bij het doopsel en heel het leven duurt. Denken we aan een lange trektocht in het hooggebergte: fascinerend, aantrekkelijk door de top, maar met grote inspanningen en doorzetting.

Dit beeld kan nuttig zijn om de verdienste aan te voelen van de woorden van de apostel: “leven naar de Geest”, “zich laten leiden” door Hem. Het zijn woorden die op een activiteit wijzen, een beweging, een dynamiek die ons belet stil te staan bij de eerste moeilijkheden en die ons stuwt om te vertrouwen “op de kracht die van boven komt” (Hermas, De Herder, 43,21). Onderweg verwerft de christen een positieve kijk op het leven. Dat betekent niet dat het kwaad in de wereld verdwenen is, of dat de negatieve impulsen van egoïsme en hoogmoed verdwenen zijn. Dat betekent eerder geloven dat God altijd sterker is dan onze weerstand en groter dan onze zonden. En dat is belangrijk: geloven dat God groter is, altijd. Groter dan onze weerstand, groter dan onze zonden.

Als de apostel de Galaten oproept om deze weg te gaan, plaatst hij zich op hun niveau. Hij laat het werkwoord in de gebiedende wijs – “leef” – achterwege en gebruikt het “wij” in de indicatief: “wij leven door de Geest” (v. 25). Alsof hij wil zeggen: laat ons op dezelfde lijn blijven en ons door de Heilige Geest laten leiden. Dat is een oproep, een vermanende wijs. Deze oproep vindt de heilige Paulus ook nodig voor zichzelf. Al weet hij dat Christus in Hem leeft (cf 2,20), toch is hij ook overtuigd dat hij het doel, de top van de berg nog niet bereikt heeft (cf Fil 3,12).

De apostel plaatst zich niet boven de gemeenschap. Hij zegt niet: ik ben de leider, jullie zijn de anderen, ik heb de bergtop bereikt, jullie zijn onderweg. Dat zegt hij niet, maar hij plaatst zich te midden van de trekkers, om het concrete voorbeeld te geven dat het noodzakelijk is aan God te gehoorzamen, steeds meer en steeds beter te beantwoorden aan de leiding van de Geest. Hoe mooi is het wanneer herders op weg zijn met hun volk, dat zij niet gescheiden zijn – ik ben belangrijker, ik ben een herder; jij …; ik ben priester, ik ben bisschop … de neus in de lucht. Nee: herders op weg met het volk. Dat is zo mooi. Dat doet de ziel goed.

Deze tocht met de Geest is niet alleen een individuele activiteit, hij gaat ook de gemeenschap in haar geheel aan. Een gemeenschap opbouwen op de weg die de apostel aanwijst, is namelijk begeesterend maar ook veeleisend. De “begeerte van de zelfzucht”, de bekoringen als het ware, die wij allemaal hebben, dat wil zeggen jaloezie, vooroordelen, hypocrisie en wrok, laten zich blijvend gevoelen en het kan een gemakkelijke bekoring zijn, zijn toevlucht te nemen in strakke voorschriften, maar zo verlaat men de weg van de vrijheid en in plaats van naar de top te klimmen, zou men terug naar beneden keren. De weg van de Geest vereist vooreerst dat wij plaatsmaken voor de genade en de naastenliefde. Plaatsmaken voor Gods genade.

Niet bang zijn. Na streng gesproken te hebben, nodigt Paulus de Galaten uit elkaars lasten te dragen en als iemand een fout zou begaan, blijk te geven van zachtmoedigheid (cf 5,22). Luisteren wij naar zijn woorden: “Broeders, als iemand op een misstap betrapt wordt, moet gij, geestelijke mensen, zo iemand in een geest van zachtmoedigheid oprichten; let tegelijk op jezelf, jij kunt ook in verzoeking komen. Helpt elkaar zulke lasten te dragen; op die manier zult ge de wet van Christus vervullen” (6,1-2). Een heel andere houding dan te roddelen wanneer men iets ziet. Over de naaste roddelen. Nee, dat is niet volgens de Geest. Volgens de Geest, dat is zachtmoedigheid voor de naaste bij het corrigeren en waken dat wij zelf niet in die zonde vallen. Dat is nederigheid.

Wanneer wij bekoord worden om anderen te veroordelen, wat dikwijls het geval is, moeten wij vooreerst nadenken over onze eigen kwetsbaarheid. Hoe gemakkelijk is het op anderen kritiek te geven! Er zijn mensen die daar een diploma van lijken te hebben. Alle dagen, kritiek op de anderen. Maar kijk eens naar uzelf! Het is goed zich de vraag te stellen wat ons drijft om een broeder of zuster te corrigeren en of wij niet enigszins medeverantwoordelijk zijn voor hun fout. De Heilige Geest geeft ons niet alleen de gave van zachtmoedigheid maar nodigt ook uit tot solidariteit, tot het dragen van elkaars lasten. Hoeveel lasten zijn er niet in iemands leven: ziekte, werkloosheid, eenzaamheid, verdriet …! En nog zoveel andere beproevingen die de nabijheid en liefde vragen van broeders en zusters!

De commentaar van de heilige Augustinus bij dezelfde passage kan ons ook helpen: “Dus, broeders, wanneer iemand op een fout betrapt wordt (…) verbeter hem met zachtheid, zachtmoedigheid. En als je je stem verheft, bemin hem dan innerlijk. Of je iemand aanmoedigt, of je vaderlijk toont, of iemand berispt, of streng bent, bemin” (Sermoenen, 163/B3). Bemin altijd. De hoogste regel van de broederlijke vermaning is de liefde: het goede willen voor onze broeders en zusters. En ook de problemen van de anderen verdragen, hun gebreken in stilte en gebed, om vervolgens de gepaste manier te vinden om hem te helpen zich te verbeteren. Dat is niet gemakkelijk. Roddel is het simpelste. Over iemand roddelen alsof ik volmaakt ben. Dat zou niet mogen. Zachtmoedigheid. Geduld. Gebed. Nabijheid.

Laat ons blij en geduldig deze weg gaan en ons daarbij door de Heilige Geest laten leiden.
Dank u.

Terug naar overzicht