14-4-2021 Audiëntie – De Kerk, lerares in het bidden
Degenen die de wereld ondersteunen

“Veranderingen in de Kerk zonder gebed, zijn geen veranderingen van de Kerk, maar veranderingen van een groep”, luidt de waarschuwing van paus Franciscus tijdens deze algemene audiëntie. “Wanneer de vijand, de boze, de Kerk wil bestrijden, doet hij dat eerst door haar bronnen droog te leggen, door het gebed te verhinderen”. “Sommige groepen zijn het eens om hervormingen in de Kerk, veranderingen in het leven van de Kerk door te voeren … maar er is geen gebed te zien, er wordt niet gebeden … Het voorstel is interessant … maar waar is het gebed? Gebed opent de deur voor de Heilige Geest, Hij is degene die inspiratie geeft om door te gaan”.
“Het gewaad van het geloof is niet gesteven, het ontwikkelt zich met ons; het is niet strak, het groeit, ook door ogenblikken van crisis en opstanding … En de adem van het geloof is het gebed: hoe meer wij leren bidden, des te meer groeien wij in het geloof.”
“Heiligen, die dikwijls weinig tellen in de ogen van de wereld, zijn in feite degenen die haar ondersteunen, niet met de wapens van geld en macht, niet met de communicatiemedia en zo voort, maar met de wapens van het gebed”, bevestigt paus Franciscus.
Hij nodigt uit tot een gewetensonderzoek: “bid ik? hoe bid ik? als een papegaai of met het hart? bid ik vanuit de zekerheid in de Kerk te zijn en met de Kerk te bidden of bid ik een beetje volgens mijn gedacht en zie ik mijn gedachten als gebed? dat is heidens bidden, maar niet christelijk”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De Kerk is een grote gebedsschool. Velen onder ons hebben hun eerste gebeden geleerd op de schoot van hun ouders of grootouders. Misschien bewaren wij de herinnering aan onze moeder en vader die ons voor het slapengaan gebeden leerden opzeggen. Die momenten van inkeer zijn dikwijls momenten waarop ouders hun kinderen iets vertrouwelijks horen zeggen en hun raad kunnen geven vanuit het Evangelie. Daarna heeft men op zijn levensweg andere ontmoetingen, met andere getuigen en meesters in het gebed (Catechismus van de Katholieke Kerk, nrs. 2686-2687). Het is goed daaraan terug te denken.

Het leven van een parochie en van iedere christengemeenschap wordt geritmeerd door de tijden van de liturgie en het gemeenschapsgebed. Wij bemerken dat deze gave die wij heel eenvoudig in de kinderjaren kregen, een groot bezit is, heel rijk, en dat de ervaring van het gebed waard is steeds meer verdiept te worden (ibid., nr. 2688). Het gewaad van het geloof is niet gesteven, het ontwikkelt zich met ons, het is niet strak, het groeit, ook door ogenblikken van crisis en opstanding, trouwens het kan niet groeien zonder momenten van crisis, want een crisis doet iemand groeien: in crisis gaan is noodzakelijk om te groeien. En de adem van het geloof is het gebed: hoe meer wij leren bidden, des te meer groeien wij in het geloof. Na sommige fases in het leven, bemerken wij dat wij er zonder geloof niet geraakt waren en dat het gebed onze kracht was. Niet alleen het persoonlijk gebed, maar ook dat van onze broeders en zusters en van de gemeenschap die ons vergezelt en ondersteunt, van de mensen die ons kennen, mensen aan wie wij gebed gevraagd hebben.

Het is ook daarom dat in de Kerk onophoudelijk gemeenschappen en groepen bloeien die aan gebed gewijd zijn. Sommige christenen voelen zelfs de oproep om van het gebed de belangrijkste activiteit van de dag te maken. In de Kerk zijn er kloosters, kluizen, waar mensen leven die aan God gewijd zijn en dikwijls centra worden van geestelijke uitstraling. Het zijn gemeenschappen van gebed waaruit de spiritualiteit straalt. Het zijn kleine oasen waar men intens gebed deelt en dag na dag de broedergemeenschap opbouwt. Het zijn vitale cellen, niet alleen voor het weefsel van de Kerk, maar ook van de samenleving. Denken wij bijvoorbeeld aan de rol die het monnikendom had bij het ontstaan en de groei van de Europese beschaving en ook van andere culturen. Bidden en werken in gemeenschap doet de wereld vooruitgaan. Het is een motor. Veranderingen in de Kerk zonder gebed, zijn geen veranderingen van de Kerk, maar van een groep. En wanneer de vijand – zoals ik zei – de Kerk wil bestrijden, doet hij dat eerst door haar bronnen droog te leggen, door het gebed te verhinderen, en door haar te stimuleren andere initiatieven te nemen. Als het gebed ophoudt, lijkt het even dat alles kan doorgaan zoals vroeger – door inertie – maar kort daarna, bemerkt de Kerk dat zij als een lege enveloppe geworden is, dat zij haar centrale as verplaatst heeft, dat zij niet meer de bron bezit van warmte en liefde.

Heilige mannen en vrouwen hebben geen gemakkelijker leven dan de anderen, integendeel, zij hebben ook problemen waarmee ze geconfronteerd worden en bovendien zijn zij dikwijls het voorwerp van tegenwerking. Maar hun kracht is het gebed, dat altijd put aan de nooit opdrogende put van onze moeder de Kerk. Door het gebed, voeden zij de vlam van hun geloof, zoals men met olielampen deed. En zo gaan zij verder in geloof en hoop. Heiligen, die dikwijls weinig tellen in de ogen van de wereld, zijn in feite degenen die haar ondersteunen, niet met de wapens van geld en macht, niet met de communicatiemedia en zo voort, maar met de wapens van het gebed.

In het Evangelie volgens Lucas, stelt Jezus een dramatische vraag die ons steeds weer doet nadenken: “zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” (18,8), of zal Hij slechts organisaties vinden, zoals een groep ondernemers van het geloof, allemaal goed georganiseerd, die aan liefdadigheid doen, veel dingen …, of zal Hij geloof vinden? “Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” Deze vraag staat aan het slot van een parabel die de noodzaak toont om met volharding te bidden, zonder op te geven (vv. 1-8).

Wij kunnen dus besluiten, dat de lamp van het geloof op aarde altijd zal branden, zolang de olie van het gebed er is. De lamp van het ware geloof van de Kerk zal op aarde altijd branden zolang de olie van het gebed er is. Dat doet het geloof vooruitgaan en ook ons arm, zwak, zondig leven, maar met gebed gaat het zeker vooruit. Het is een vraag die wij ons, christenen, moeten stellen: bid ik? bidden wij? hoe bid ik? als een papegaai of met het hart? bid ik vanuit de zekerheid in de Kerk te zijn en met de Kerk te bidden of bid ik een beetje volgens mijn gedacht en zie ik mijn gedachten als gebed? dat is heidens bidden, maar niet christelijk. Ik herhaal: wij mogen besluiten dat de lamp van het geloof op aarde altijd zal branden zolang de olie van het gebed er is.

Het is een essentiële taak van de Kerk: bidden en leren bidden. Van generatie op generatie de lamp van het geloof doorgeven met de olie van het gebed. De lamp van het geloof die brandt, die de dingen echt ordent zoals het moet, maar die niet kan vooruitgaan tenzij met de olie van het gebed. Anders dooft ze. Zonder het licht van deze lamp, zullen wij de weg om te evangeliseren niet kunnen zien, zullen wij zelfs de weg om goed te geloven niet zien, zullen wij het gelaat van onze broeders niet zien die we moeten benaderen en dienen, zullen we de ruimte niet kunnen verlichten waar we in gemeenschap samenkomen … Zonder geloof, stuikt alles ineen, en zonder gebed, dooft het geloof. Geloof en gebed, samen. Er is geen andere weg. Daarom is de Kerk, die een huis en school van gemeenschap is, ook huis en school van geloof en gebed.

Terug naar overzicht