3-2-2021 Audiëntie – De liturgie, een ontmoeting met Christus

De liturgie “is een ontmoeting met Christus”, zegt paus Franciscus in zijn wekelijkse audiëntie. Aan wie verleid wordt “een intimistisch christendom te leiden”, herinnert hij dat liturgie “de handeling is die het geheel van de christelijke ervaring fundeert, en bijgevolg is gebed ook een gebeuren, een aanwezigheid, een ontmoeting”.
De paus vervolgt zijn lange catechese over het gebed met een catechese over liturgisch gebed, waarvan hij het belang benadrukt voor het leven van de christenen. “Christendom zonder liturgie is wellicht een christendom zonder Christus, zonder de hele Christus.” Er bestaat geen “christelijke spiritualiteit die niet in de viering” van de liturgie “verankerd is”, zo gaat de paus verder. Inderdaad, “zelfs in de meest sobere ritus, komt Christus werkelijk aanwezig en geeft Hij zich aan Zijn getrouwen”. In de Mis is Christus het centrum en “in de verscheidenheid van gaven en ambten, verenigen wij ons allen met Zijn handelen want Hij, Christus, heeft in de liturgie de hoofdrol”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
In de geschiedenis van de Kerk heeft men dikwijls de bekoring gezien om een intimistisch christendom te leiden, dat het spirituele belang van publieke liturgische riten niet erkent. Dikwijls eiste deze tendens de grootste zuiverheid op van een godsdienstigheid die niet zou afhangen van uitwendige ceremonieën, die beschouwd werden als een nutteloze en nadelige last. De kritiek was niet gericht op een bijzondere rituele vorm of op een specifieke manier van vieren, maar op de liturgie zelf, zoals zij gebed is in haar liturgische vormgeving.

Inderdaad, men kan in de Kerk bepaalde vormen van spiritualiteit vinden die het liturgisch moment niet op een gepaste manier wisten te integreren. Al namen ze nauwgezet deel aan de riten, vooral aan de zondagsmis, toch hebben vele gelovigen eerder geput aan andere bronnen van devotionele aard om hun geloof en leven te voeden.

De laatste decennia werd een lange weg afgelegd. In de Constitutie Sacrosanctum Concilium van het Tweede Vaticaans Concilie staat de kern van deze lange weg. Zij herinnert concreet en coherent aan het belang van de liturgie voor het leven van de christenen: in de liturgie vinden zij namelijk objectieve bemiddeling door het feit dat Jezus Christus geen idee of gevoel is, maar een levende Persoon, en Zijn mysterie een historische gebeurtenis. Het gebed van christenen gaat door concrete wijzen van bemiddeling: de Heilige Schrift, de sacramenten, de liturgische riten, de gemeenschap. De lichamelijk en materiële dimensie is niet uit het christenlieven verbannen omdat zij in Jezus Christus een heilsweg geworden is. Wij zouden kunnen zeggen dat wij ook met ons lichaam moeten bidden: het lichaam neemt deel aan het gebed.

Er bestaat dus geen christelijke spiritualiteit die niet zou verankerd zijn in de viering van de heilige geheimen. De Catechismus schrijft: “De zending van Christus en van de heilige Geest, die in de sacramentele liturgie van de kerk het heilsmysterie verkondigt, actueel maakt en het meedeelt, krijgt een vervolg in het hart dat bidt” (nr. 2655). Liturgie is op zich niet alleen spontaan gebed, het is iets meer en het is oorspronkelijker: zij is de handeling die het geheel van de christelijke ervaring fundeert, en bijgevolg is gebed ook een gebeuren, een aanwezigheid, een ontmoeting. Het is een ontmoeting met Christus. Christus komt in de Heilige Geest aanwezig door sacramentele tekens en daaruit volgt voor ons, christenen, de noodzaak om deel te nemen aan de goddelijke mysteries. Ik zou durven zeggen dat christendom zonder liturgie misschien christendom zonder Christus is, zonder de hele Christus. Zelfs in de meest sobere ritus, zoals die door sommige christenen gevierd werd en wordt in gevangenschap of verborgen in een woning ten tijde van vervolging, komt Christus werkelijk aanwezig en geeft Hij zich aan Zijn getrouwen.

Juist omwille van haar objectieve dimensie, vraagt de liturgie dat zij gevierd wordt met vrome toewijding, opdat de genade die in de ritus verspreid wordt, niet verloren zou gaan en ieders levende ervaring zou bereiken. De Catechismus legt het heel goed uit: “Het gebed maakt zich de liturgie tijdens en na de viering ervan eigen en neemt ze in zich op” (ibid.) Vele christelijke gebeden komen niet voort uit de liturgie maar, als zij christelijk zijn, veronderstellen zij allemaal de liturgie, namelijk de sacramentele overweging van Jezus Christus. Telkens wij een doopsel vieren of in de Eucharistie brood en wijn consacreren, of het lichaam van een zieke zalven met heilige olie, is Christus daar! Hij is het die handelt en aanwezig is, zoals toen Hij de zwakke ledematen van een zieke genas of op het laatste avondmaal Zijn testament doorgaf voor het heil van de wereld.

Het gebed van een christen maakt zich de sacramentele aanwezigheid van Jezus eigen. Wat buiten ons ligt, wordt een deel van ons: de liturgie drukt het uit door de zo natuurlijke handeling van het eten. De Mis kan niet alleen maar “gehoord” worden. De uitdrukking “mijn Mis horen”, is niet juist. De Mis kan niet alleen gehoord worden, alsof wij slechts luisteraars waren van iets dat over ons glijdt zonder ons erbij te betrekken. De Mis wordt altijd gevierd, niet uitsluitend door de priester die voorgaat, maar door alle christenen die ze meemaken. En het centrum is Christus! In de verscheidenheid van gaven en ambten, verenigen wij ons allen met Zijn handelen want Hij is het, Christus, die de hoofdrol heeft in de liturgie.

Toen de eerste christenen met hun eredienst begonnen, deden zij dat door de handelingen en woorden van Jezus te actualiseren, in het licht en met de kracht van de Heilige Geest, opdat hun leven, met de genade, een geestelijk offer zou worden voor God. Deze benadering was een echte revolutie. De heilige Paulus schreef in de Brief aan de Romeinen: “En nu, broeders, smeek ik u bij Gods erbarming: wijdt uzelf aan Hem toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijke eredienst die u past” (Rom. 12,1). Het leven is ertoe geroepen, eredienst te zijn voor God, maar dat kan niet zonder gebed, in het bijzonder het liturgisch gebed. Moge deze gedachte ons allen helpen wanneer wij naar de Mis gaan: ik ga bidden in gemeenschap, ik ga bidden met Christus die aanwezig is. Wanneer wij naar een doopselviering gaan bijvoorbeeld, is Christus daar aanwezig, en dient Hij het doopsel toe.
Maar vader, dat is een idee, een manier van spreken. – Nee, dat is geen manier van spreken, Christus is aanwezig en in de liturgie bid je met Christus die bij je is.

Terug naar overzicht