25-8-2019 Angelus – De nauwe deur, dat is God beminnen en de naaste

“Om gered te worden, dient men God en zijn naaste te beminnen, en dat is niet gemakkelijk!”, zei paus Franciscus. Het is een “nauwe deur”, want “liefde is altijd veeleisend”, dat vraagt “een inspanning van elke dag, van heel de dag, om God en zijn naaste te beminnen”. Om het paradijs binnen te gaan, zei de paus nog met humor, “tellen geen titels”; wat telt is een “nederig, een goed leven, een leven van geloof dat tot uiting komt in werken”.
Paus Franciscus gaf commentaar bij de passage uit het Evangelie volgens Lucas waar Jezus het heil vergelijkt met een nauwe deur, een “doorgang” die “voor iedereen is, maar nauw”, benadrukt hij.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Het Evangelie van vandaag (Lc 13,22-30) stelt ons Jezus voor die onderricht geeft wanneer Hij door steden en dorpen gaat, richting Jeruzalem, waar Hij weet dat Hij moet sterven op het kruis voor ons aller heil. Het is in die context dat iemand Hem vraagt: “Heer, zijn het er weinig die gered worden?” (v. 23). De vraag was in die tijd een open vraag – hoeveel zullen er gered worden, hoeveel niet … – en er waren verschillende manieren om de Schrift hierover te interpreteren, naargelang de tekst die men daarvoor uitkoos. Doch Jezus keert de vraag om – die over het aantal gaat, “weinig …?” – en Hij ziet het antwoord in tegendeel op het vlak van de verantwoordelijkheid, waarbij Hij ons uitnodigt de tijd goed te gebruiken. Hij zegt namelijk: “Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want, Ik zeg u, velen zullen het proberen, maar er niet in slagen binnen te komen” (v. 24).

Met deze woorden doet Jezus ons begrijpen dat het geen kwestie is van aantal, er is geen “numerus clausus” in het paradijs! Maar het gaat erom vanaf nu door de goede deur te gaan, en die goede doorgang is er voor iedereen, maar hij is nauw. Ziedaar het probleem. Jezus wil niet dat wij in de illusie leven: ja, wees gerust, het is gemakkelijk, er is een mooie autostrade en op het einde een grote poort … Dat zegt Hij ons niet: Hij spreekt ons over een nauwe deur. Hij zegt ons de dingen zoals ze zijn: de doorgang is nauw. In welke zin? In de zin dat, om gered te worden, men God en zijn naaste dient te beminnen, en dat is niet gemakkelijk! Het is een “nauwe deur” want het is veeleisend, liefde is altijd veeleisend, liefde vraagt engagement, of eerder een inspanning, dat wil zeggen een vastberaden en volhardende wil om volgens het Evangelie te leven. De heilige Paulus noemt het “de goede strijd van het geloof” (1 Tim 6,12). Er is alle dagen een inspanning nodig, elke dag, om God en zijn naaste te beminnen.

En om zich nader te verklaren, vertelt Jezus een parabel. Er is een huisvader, die de Heer voorstelt. Zijn huis symboliseert het eeuwig leven, dat wil zeggen het heil. En het beeld van de deur komt hier terug. Jezus zegt: “Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft en gij dan buiten op de deur begint te kloppen en te roepen: Heer, doe open! zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt” (v. 25). Dan zullen deze mensen proberen zich kenbaar te maken, en zij herinneren de huismeester eraan: “In uw tegenwoordigheid hebben wij gegeten en gedronken, en in onze straten hebt Gij onderricht gegeven” (v. 26). Maar de Heer zal opnieuw zeggen dat Hij hen niet kent, en Hij richt zich tot hen met de woorden “gij allen, bedrijvers van ongerechtigheid”.

Ziedaar het probleem! De Heer zal ons herkennen, niet aan onze titels – maar Heer, ik behoorde tot die vereniging, ik was bevriend met monseigneur …., met kardinaal …, met die priester … Nee, titels tellen niet. De Heer zal ons alleen herkennen aan ons nederig, goed leven, een leven van geloof dat tot uiting komt in werken.

En voor ons, christenen, betekent het dat wij geroepen zijn om een echte gemeenschap met Jezus aan te knopen, door te bidden, naar de kerk te gaan, te sacramenten te ontvangen en ons met Zijn woord te voeden. Dat bewaart ons in het geloof, voedt onze hoop en verlevendigt onze naastenliefde. En zo, met Gods genade, kunnen en moeten wij ons leven besteden voor het welzijn van onze broeders, en iedere vorm van kwaad en ongerechtigheid bestrijden.

Moge de Maagd Maria ons daarbij helpen. Zij is door de nauwe deur, die Jezus is, gegaan. Zij heeft Hem met heel Haar hart ontvangen en is Hem alle dagen van Haar leven gevolgd, ook als Zij het niet begreep, zelfs toen een zwaard Haar ziel doorboorde. Daarom aanroepen wij Haar als “Deur van de Hemel”: Maria, Deur van de Hemel, een deur die exact de vorm heeft van Jezus, de deur van het Hart van God, een veeleisende deur, maar open voor iedereen.

Terug naar overzicht