24-5-2020 Regina caeli – De stijl van de verrezen Heer

Tot besluit van de Laudato si’ – week, die de 5e verjaardag tekent van zijn sociale en ecologische encycliek, kondigde de paus na het Regina Caeli, een Laudato si’–jaar aan, “van deze 24e mei tot 24 mei 2021” om zorg te dragen voor het gemeenschappelijk Huis en onze meest kwetsbare broeders en zusters”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Vandaag wordt in Italië en in andere landen het hoogfeest gevierd van de Hemelvaart van de Heer. De passage uit het Evangelie (Mt 28,16-20) toont ons de apostelen die in Galilea samen zijn “op de berg die Jezus hun aangewezen had” (v. 16). Daar, op de berg, had de laatste ontmoeting plaats van de verrezen Heer met de Zijnen. De berg heeft een symbolische en suggestieve kracht.
Op de berg, verkondigt Jezus de zaligsprekingen (Mt 5,1-12). Op de berg, trok Hij zich terug om te bidden (Mt 14,23). Op de berg, spreekt Hij het volk toe en geneest Hij de zieken (Mt 15,29). Maar dit keer verricht de Meester op de berg geen handelingen en onderricht Hij niet, maar vraagt Hij als verrezen Heer aan de apostelen om te werken en te verkondigen, en vertrouwt Hij hun de zending toe Zijn werk voort te zetten.

Hij zendt hen tot alle volken en zegt: “Gaat dus en maakt alle volken tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb” (vv. 19-20). De inhoud van de zending die aan de apostelen toevertrouwd wordt, is deze: verkondigen, dopen, onderrichten en de weg gaan die de Meester gegaan is, met andere woorden het levend Evangelie. Deze heilsboodschap impliceert vooral de plicht om te getuigen – zonder getuigenis, is er geen verkonding – waartoe ook wij, de leerlingen van vandaag, geroepen zijn, en zo rekenschap te geven van ons geloof. Tegenover zo een veeleisende taak en uitgaande van onze zwakheden, voelen wij ons ongeschikt, zoals de apostelen zich zeker ook gevoeld hebben. Maar men mag niet ontmoedigd worden, doch zich Jezus’ woorden herinneren voor Hij ten hemel opsteeg: “Ik ben met u alle dagen tot aan de voleindig der wereld” (v. 20).

Deze belofte verzekert de blijvende en vertroostende aanwezigheid van Jezus onder ons. Maar hoe wordt deze aanwezigheid werkelijkheid? Door Zijn Geest, die de Kerk doorheen de geschiedenis als reisgezel doet zijn voor elke mens. Deze Geest die, gezonden door Christus en door de Vader, de vergeving van de zonden bewerkt en iedereen heiligt die zich met berouw en vertrouwen voor Zijn gave openstelt. Met de belofte tot het einde der tijden bij ons te blijven, maakt Jezus een begin van Zijn manier om als verrezen Heer aanwezig te zijn in de wereld. Jezus is in de wereld maar op een andere manier, de stijl van de verrezen Heer, dat wil zeggen een aanwezigheid die zich openbaart in het Woord, in de sacramenten, in de voortdurende en inwendige werking van de Heilige Geest. Alhoewel Jezus ten hemel opgevaren is om verheerlijkt aan de rechterhand van de Vader te blijven, zegt het feest van Hemelvaart ons dat Hij nog altijd onder ons is: daar komt onze kracht van, onze volharding en onze vreugde, namelijk van Jezus’ aanwezigheid onder ons met de kracht van de Heilige Geest.

Moge de Maagd Maria ons met Haar moederlijke bescherming op onze weg vergezellen. Leren wij van Haar de zachtmoedigheid en de moed om getuigen te zijn van de verrezen Heer in de wereld.

Terug naar overzicht