30-9-2020 Audiëntie – De toekomst voorbereiden met Jezus die redt en geneest
Niet terugkeren naar een ongezonde normaliteit

Paus Franciscus vraagt “de samenleving” na de pandemie  “te regenereren”, “niet terug te keren naar de zogenaamde normaliteit”, want het was “een ongezonde normaliteit”: zij was “voor de pandemie al ziek”, “ziek door onrechtvaardigheden, ongelijkheden en de verontreiniging van het milieu”.
“De normaliteit waartoe wij geroepen zijn, is die van het Rijk Gods”, zegt de paus. Hij vervolgt zijn catechesereeks “De wereld genezen” met: “De toekomst voorbereiden met Jezus die redt en geneest”.
“Wij zullen nooit op een mechanische manier uit de crisis geraken”, die de pandemie veroorzaakt heeft, benadrukt paus Franciscus: “de meest gesofisticeerde middelen” kunnen “veel doen”, maar kunnen geen tederheid geven. “En tederheid is het teken dat eigen is aan de aanwezigheid van Jezus, die de naaste naderbij komt om hem te laten stappen, hem te genezen, te helpen, om zich voor de andere op te offeren”.
In de “normaliteit van het Rijk Gods”, legt de paus uit, “is er brood voor iedereen, sociale organisatie is gebaseerd op bijdragen, op delen en verdelen, met tederheid”, “niet op bezit, uitsluiting en opstapeling”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Deze laatste weken hebben wij samen en in het licht van het Evangelie nagedacht over de manier om de wereld te genezen die onder een onbehagen lijdt, dat door de pandemie benadrukt en geaccentueerd werd. Er was al een onbehagen: de pandemie heeft het nog meer in het licht gesteld, geaccentueerd. Wij zijn langs de wegen gegaan van waardigheid, solidariteit en subsidiariteit, onmisbare wegen om de waardigheid van de mens en het algemeen welzijn te bevorderen. Als leerlingen van Jezus, hebben wij het voornemen gemaakt om in Zijn stappen te gaan door te kiezen voor de armen, door opnieuw na te denken over het gebruik van de goederen en zorg te dragen voor het gemeenschappelijk huis. Te midden van de pandemie die ons treft, hebben wij ons verankerd in de principes van de sociale leer van de Kerk, door ons te laten leiden door het geloof, de hoop en de liefde. Wij hebben daar solide hulp gevonden om bewerkers te zijn van een hervorming die grootse dromen heeft, die niet blijft staan bij kleingeestigheden die verdelen en kwetsen, maar de moed geeft om een nieuwe en betere wereld voort te brengen.

Ik zou willen dat die weg niet eindigt bij mijn catecheses, maar dat wij samen zouden verder gaan, “door de blik op Jezus gericht te houden” (cf Hebr 12,2), zoals wij bij de aanvang hoorden. De blik op Jezus, die de wereld redt en geneest. Zoals het Evangelie ons toont, geneest Jezus allerlei zieken (cf Mt 9,35): Hij geeft het zicht terug aan blinden, het woord aan stommen, het gehoor aan doven. En wanneer Hij lichamelijke ziekten en zwakheden geneest, geneest Hij ook de geest door de zonde te vergeven, want Jezus vergeeft altijd, evenals de “sociale pijn”, ook die van de uitgestotenen (cf Catechismus van de Katholieke Kerk, 1421). Jezus die ieder schepsel vernieuwt en verzoent (cf 2 Kor 5, 17; Kol 1,19-20), geeft ons de nodige gaven om te beminnen en te genezen zoals Hij dat kon (cf Lc 10,1-9; Joh 15,9-17), om voor iedereen zorg te dragen zonder onderscheid van ras, taal of volk.

Opdat dit werkelijk zou gebeuren, moeten wij elke mens en elk schepsel beschouwen en de schoonheid ervan waarderen. Wij zijn ontvangen in het hart van God (cf Ef 1,3-5). “Iedereen van ons is de vrucht van een gedachte van God. Ieder van ons is gewild, ieder van ons wordt bemind, ieder is nodig” (Benedictus XVI, Homilie bij de aanvaarding van het Petrusambt, 24 april 2005); cf Enc. Laudato si’, nr. 65). Bovendien heeft elk schepsel ons iets te zeggen van God de Schepper (cf ibid., nrs. 69.239). Deze waarheid erkennen en danken voor de intieme band van de universele gemeenschap met alle mensen en alle schepselen, zet “een edelmoedige bescherming, vol tederheid” in werking” (ibid., nr. 220). En helpt ons eveneens om Christus te erkennen die aanwezig is in onze arme en lijdende broeders en zusters, hen te ontmoeten en naar hun kreet te luisteren en de kreet van de aarde die er de echo van is (cf ibid., nr. 49).

Innerlijk opgeroepen door deze kreten, die vragen dat wij een andere weg zouden inslaan (cf ibid. nr. 53), die vragen dat wij zouden veranderen, kunnen wij bijdragen tot de genezing van de manier waarop wij met onze gaven en capaciteiten omgaan (cf ibid., nr. 19). Wij zullen de samenleving kunnen regenereren en niet terugkeren naar de zogenaamde normaliteit, die een ongezonde normaliteit is, en trouwens al ziek was voor de pandemie: de pandemie heeft het alleen in het licht gesteld! “Laat ons nu tot de normaliteit terugkeren”: nee, dat niet, want deze normaliteit is ongezond door onrechtvaardigheden, ongelijkheden en de verontreiniging van het milieu. De normaliteit waartoe wij geroepen zijn is die van het Rijk Gods, waar “blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden opstaan en aan armen de Blijde Boodschap verkondigd wordt” (cf Mt 11,5).

En dat niemand de onschuldige uithangt door de andere kant op te kijken. Wij moeten veranderen. In de normaliteit van het Rijk Gods, komt het brood bij iedereen terecht en blijft er over, de sociale organisatie baseert zich op bijdragen, delen en verdelen, niet op bezit, uitsluiting en opstapeling (cf Mt 14,13-21). Het gebaar dat de samenleving, een gezin, een wijk, een stad, heel de wereld vooruit helpt, is zich te geven, is geven. Het is niet een aalmoes geven, maar een manier om zichzelf te geven die uit het hart komt. Een gebaar dat egoïsme en hebzucht ver weg houdt. Maar de christelijke manier om dat te doen is geen mechanische manier: het is een menselijke manier. We zullen nooit op een mechanische manier uit de crisis geraken met nieuwe middelen – die heel belangrijk zijn, die ons vooruit helpen en waarvoor we niet bang moeten zijn – want we weten dat zelfs de meest gesofisticeerde middelen één ding niet kunnen: tederheid geven. Tederheid is het teken dat eigen is aan de aanwezigheid van Jezus. Het is de manier om zijn naaste naderbij te komen opdat hij zou stappen, genezen, om hem te helpen, om zich voor de ander op te offeren.

Deze normaliteit van het Rijk Gods is dus belangrijk: dat het brood tot bij iedereen komt, dat de sociale organisatie zich baseert op bijdragen, delen, verdelen, met tederheid, niet op bezit, uitsluiting en opstapeling. Want op het einde van ons leven zullen wij niets meenemen naar het andere leven!

Een klein virus blijft diepe wonden veroorzaken en ontmaskert onze lichamelijke, sociale en geestelijke kwetsbaarheid. Het onthult de grote ongelijkheid die in de wereld heerst: de ongelijkheid van kansen, bezit, toegang tot de gezondheidszorg, de technologie, het onderwijs: miljoenen kinderen kunnen niet naar school, en de lijst is lang. Deze onrechtvaardigheden zijn niet natuurlijk noch onvermijdelijk. Zij zijn het werk van de mens, zij komen voort uit een groeimodel dat losstaat van diepe waarden. Verspilling van de resten van een maaltijd: met wat verspild wordt, kan men iedereen te eten geven. En daardoor hebben veel mensen de hoop verloren en zijn onzekerheid en angst toegenomen. Om uit de pandemie te geraken, moeten wij niet alleen de remedie vinden tegen het coronavirus – hoe belangrijk dat ook is! – maar ook tegen de grote menselijke en sociaal-economische virussen. We moeten ze niet verbergen met een laagje verf zodat men ze niet meer ziet. En wij moeten zeker niet verwachten dat het economisch model dat aan de basis ligt van een zeer onrechtvaardige en niet duurzame ontwikkeling, onze problemen oplost. Het heeft het niet gedaan en het zal het niet doen, want het kan het niet, ook al blijven sommige valse profeten “het watervaleffect” beloven, dat nooit zal komen (Trickle-down effect”; cf. Apost. Exhort. Evangelii gaudium, nr. 54). Misschien hoorde u spreken over het theorema van het glas: belangrijk is dat het glas vol is, zo verspreidt de inhoud zich over de armen en de anderen en ontvangen zij rijkdom. Maar dit is wat er gebeurt: het glas begint zich te vullen en wanneer het bijna vol is, wordt het groter, steeds groter en er komt geen waterval. We moeten oppassen.

Wij moeten ons dringend aan het werk zetten om een goed politiek beleid te voeren, sociale organisatiesystemen in het leven te roepen waar veeleer participatie, zorgverlening en edelmoedigheid beloond worden dan onverschilligheid, uitbuiting en eigenbelang. Wij moeten met tederheid vooruitgaan. Een solidaire en rechtvaardige samenleving is een gezondere samenleving. Een participatieve samenleving, die zowel met de laatsten rekening gehouden wordt als met de eersten, versterkt de gemeenschap. Een samenleving waar de verscheidenheid gerespecteerd wordt, heeft veel meer weerstand tegen ieder soort van virus.

Laten wij deze weg van genezing onder de bescherming plaatsen van de Maagd Maria, Moeder van de gezondheid. Moge Zij die Jezus in Haar schoot droeg, ons helpen om vertrouwen te hebben. Bezield door de Heilige Geest, zullen wij kunnen samenwerken aan het Rijk van God, dat Christus in deze wereld heeft ingesteld door midden onder ons te komen. Het is een Rijk van licht te midden van de duisternis, van gerechtigheid te midden van talrijke misdrijven, van vreugde te midden van veelzijdig leed, van genezing en heil te midden van ziekten en dood, van tederheid te midden van de haat. Moge God ons geven van de liefde een virus te maken en de hoop wereldwijd te maken in het licht van het geloof.

 

Terug naar overzicht