26-10-2022 De uitdaging is hoe verslagenheid te lezen en ervan te leren

Paus Franciscus had het in zijn catechese over onderscheiding tijdens de algemene audiëntie over mentale verslagenheid.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

In de voorbije catecheses hebben we gezien dat de onderscheiding voornamelijk geen logische werkwijze is. Het gaat over activiteiten en activiteiten hebben ook een gevoelsmatige dimensie. Dat moet onderkend worden omdat God tot het hart spreekt. Beginnen we dus met een gevoelsmatig gegeven, voorwerp van onderscheiding en dat is de verslagenheid. Waarover gaat het?

Verslagenheid

Verslagenheid werd als volgt omschreven: De duisternis van de ziel, inwendige verwarring, zucht naar lage en aardse dingen, onrust ten gevolge van verschillende vormen van opgejaagdheid en bekoringen. Zo neigt de ziel tot wantrouwen, zonder hoop en zonder liefde. Ze wordt lui, lauw, droef als ware zij gescheiden van haar Schepper en Heer (S. Ignatius van Loyola, Geestelijke oefeningen, 317). Wij allen hebben die ervaring. Ik geloof dat wij op een of andere wijze hiervan ervaring hebben gehad: van de verslagenheid. De uitdaging is hoe ze te lezen, want ook zij heeft ons iets belangrijks te vertellen. Als we er ons snel willen van bevrijden, lopen we het gevaar ze te verliezen.

Wroeging

Niemand wil verslagen, bedroefd zijn. Dat is waar. Allemaal wensen we een immer blij, vrolijk en voldaan leven. En toch zou dit, afgezien van het feit dat het niet mogelijk is – omdat het niet mogelijk is – voor ons geen goed zijn. Immers de verandering van een leven gericht op het kwade, kan beginnen bij een situatie van droefheid, van wroeging over wat men heeft bedreven. (…) Alessandro Manzoni heeft in de Promessi sposi een schitterende beschrijving gegeven van de wroeging als gelegenheid om van levenswijze te veranderen. Het gaat om de beroemde dialoog tussen kardinaal Federico Borromeo en iemand die niet genoemd wordt en zich na een verschrikkelijke nacht vermorzeld bij de kardinaal aandient, die tot hem deze merkwaardige woorden spreekt: Jij hebt goed nieuws voor mij en je doet mij zo lang wachten? Ik goed nieuws – zegt de andere. Ik heb de hel in mijn hart (…) Zegt gij mij, als ge het weet, wat dat goed nieuws is. Dat God je hart geraakt heeft en je tot de zijne wil maken – antwoordt de kardinaal sussend (cap. XXIII).

God raakt het hart en veroorzaakt iets in jou, de droefheid, de wroeging over iets en dat is de uitnodiging om een weg te gaan.

De man van God merkt in de diepte wat zich in het hart afspeelt.

Alarmbel

Het is belangrijk de droefheid te leren lezen. Allemaal weten we wat droefheid is. Allen. Maar, kunnen we haar lezen? Weten we wat het voor mij betekent, die droefheid vandaag? Op onze dagen wordt zij – de droefheid – meestal negatief beschouwd. Als een ten allen prijzen te ontvluchten kwaad. Maar daarentegen kan ze een onmisbare alarmbel van het leven zijn, die ons uitnodigt rijkere en meer vruchtbare landschappen te verkennen. Wat de vluchtigheid en de ontvluchting niet bieden. Sint-Thomas omschrijft de droefheid als een pijn van de ziel. Zoals de zenuwen in het lichaam, doet zij de aandacht herleven ten aanzien van mogelijk gevaar of voor een onverwacht goed (cf. Summa Th. I-II, q. 36,a. 1).Hierom is zij onmisbaar voor onze gezondheid, ze behoedt ons voor het bedrijven van kwaad aan onszelf en aan andere. Het zou veel erger en gevaarlijker zijn dit gevoel niet op te merken en verder te gaan.

Soms werkt de droefheid als verkeerslicht: ‘Stop, stop! Het is rood hier. Stop!’

Ontmoediging

Voor wie echter het verlangen koestert het goede te doen, is de droefheid een hinderpaal waardoor de bekoorder ons wil ontmoedigen. In dat geval moet men op de tegengestelde wijze handelen dan die wordt voorgesteld, vastbesloten, verder te doen wat men zich had voorgenomen (cf. Geestelijke oefeningen, 318). Denken we aan het werk, aan de studie, aan het gebed, aan een gedane belofte: als we ze loslaten vanaf het ogenblik dat we verveling of droefheid merken, zullen we nooit iets bereiken. Ook dat is een algemene ervaring in het geestelijk leven. De weg naar het goede, zo herinnert ons het Evangelie, is smal en steil, het vraagt om een gevecht, zichzelf overwinnen. Ik begin te bidden, of ik wijd mij aan een goed werk en, eigenaardig, precies dan herinner ik mij dingen die ik dringend moet doen – om niet te bidden en om goede dingen niet te doen. Allen hebben we deze ervaring. Het is belangrijk, voor wie de Heer wil dienen, zich niet te laten leiden door ontmoediging. En dit … Maar neen, ik heb geen zin, dat is zo vervelend … wees op je hoede. Spijtig, maar sommigen beslissen het gebedsleven op te geven, of de begonnen onderneming, huwelijk of godgewijd leven, gedreven door de ontmoediging, zonder eerst halt te houden en deze staat van de ziel te lezen en vooral zonder de hulp van een gids.

Een wijze regel zegt geen veranderingen doen wanneer men ontmoedigd is.

De toekomst, meer dan de stemming van het ogenblik, zal de goedheid of niet bepalen van onze keuzen.

Vastberadenheid

Het is goed op te merken dat in het Evangelie Jezus de bekoringen verdrijft door een houding van krachtige vastberadenheid (cf. Mt 3, 14-15; 4, 1-11; 16, 21-23). De uitdagingen komen op Hem af vanuit allerlei richtingen, maar steeds verminderen ze en houden op zijn weg te versperren door die besliste standvastigheid om de wil van de Vader te doen. In het geestelijke leven is de beproeving een belangrijk gebeuren. De Schrift herinnert er uitdrukkelijk aan en zegt het zo: Mijn kind, wanneer je de Heer gaat dienen, bereid je dan voor op beproevingen (Sir 2,1).

Als je de goede weg wil gaan, bereid je dan voor: er zullen hinderpalen zijn, bekoringen, ogenblikken van droefheid.

Het is zoals wanneer een leraar een leerling ondervraagt: wanneer hij merkt dat de wezenlijke elementen gekend zijn, dringt hij niet aan. Hij is geslaagd. Maar hij moet de proef ondergaan.

Vooruit

Als we doorheen de eenzaamheid en de verslagenheid komen met openheid en bewustzijn dan kunnen we er versterkt doorkomen, in menselijk en spiritueel opzicht. Geen beproeving ligt buiten ons bereik, geen enkele beproeving zal groter zijn dan die wij aankunnen. Maar niet vluchten voor beproevingen. Zien wat deze beproeving betekent. Wat betekent het dat ik bedroefd ben? Waarom ben ik bedroefd? Wat betekent het dat ik op dit ogenblik in verslagenheid verkeer? Wat betekent het dat ik in verlatenheid verkeer en niet verder kan gaan? Sint-Paulus herinnert eraan dat niemand bekoord wordt boven zijn mogelijkheden, want de Heer verlaat ons nooit en met Hem in de nabijheid, kunnen we elke bekoring overwinnen (cf. 1 Kor 10, 13).

En als we ze vandaag niet overwinnen, zal het een andere keer gebeuren, we gaan op weg en zullen morgen overwinnen.

Maar – laten we zeggen – niet doodblijven, niet overwonnen zijn door een ogenblik van droefheid, van ontmoediging: gaat vooruit. Dat de Heer je op deze weg van het geestelijke leven zegene – jij moedige – want dat is immer op weg gaan.