22-3-2020 Angelus – De vergeving van de Heer neemt het donker van de zonde weg
Tot de Heer naderen en Zijn erbarmen vragen

“Zonde is als een donker vergif dat ons gezicht bedekt en dat ons belet duidelijk te zien … de vergeving van de Heer neemt die schaduw en duisternis weg”, benadrukt paus Franciscus in zijn Angelustoespraak vanuit de bibliotheek van het apostolisch paleis.
Moge de Vasten “een gunstige en kostbare tijd zijn om tot de Heer te naderen en Zijn erbarmen te vragen onder de verschillende vormen die onze Moeder de Kerk ons aanbiedt”.

Dierbare broeders en zusters, goeiedag!

In het midden van de liturgie van deze vierde zondag in de Vasten, staat het thema van het licht. Het Evangelie (Joh 9,1-41) vertelt de geschiedenis van de blindgeboren man, aan wie Jezus het zicht geeft. Dit wonderteken bevestigt wat Jezus over zichzelf zegt: “Ik ben het licht der wereld” (cf v. 5), het licht dat onze duisternis verlicht. Zo is Jezus. Hij verlicht op twee niveaus: fysisch en spiritueel. De blinde krijgt eerst het zicht van de ogen, en daarna wordt hij tot geloof in de “Mensenzoon” gebracht (v. 35), dat wil zeggen in Jezus. Het is een hele weg. Het zou goed zijn dat u vandaag het Evangelie van Johannes neemt, hoofdstuk 9, en deze passage leest: ze is zo mooi en het zal ons deugd doen ze opnieuw te lezen, één of twee keer. De wonderen die Jezus doet, zijn geen spectaculaire gebaren, maar hebben tot doel via een weg van innerlijke transformatie tot geloof te leiden.

De farizeeën en wetgeleerden – die daar als groep waren – willen het wonder hardnekkig bestrijden en stellen listige vragen aan de genezen man. Maar hij verrast hen met de kracht van de realiteit: “ Eén ding weet ik wel: dat ik blind was en nu zie” (v. 25). Te midden van het wantrouwen en de vijandigheid van degenen die hem omringen en met ongeloof ondervragen, legt hij een weg af die hem geleidelijk de identiteit doet ontdekken van Degene die hem de ogen geopend heeft en die hem zijn geloof in Hem doet belijden. Eerst beschouwt hij Hem als een profeet (cf v. 17); daarna erkent hij Hem als iemand die van God komt (cf v. 33); en tenslotte aanvaardt hij Hem als de Messias en werpt hij zich voor Hem neer (cf v. 36-38). Hij heeft begrepen dat Jezus “de werken Gods geopenbaard heeft” (cf v. 3), door hem het zicht te geven.

Konden ook wij die ervaring opdoen! Door het licht van het geloof ontdekt degene die blind was, zijn nieuwe identiteit. Voortaan is hij een “nieuwe schepping”, in de mate dat hij de wereld die hem omringt, in een nieuw licht ziet. Omdat hij in gemeenschap met Christus gekomen is, is hij een andere dimensie binnengegaan. Hij is niet langer een bedelaar, door de gemeenschap gemarginaliseerd; hij is niet langer slaaf van blindheid en vooroordelen. Zijn weg van verlichting is een beeld van de weg van bevrijding van zonde, en daartoe zijn wij geroepen. Zonde is als een donker vergif dat ons gezicht bedekt en dat ons belet duidelijk te zien … de vergeving van de Heer neemt die schaduw en duisternis weg en geeft ons nieuw licht. Moge de Vasten een gunstige en kostbare tijd zijn om tot de Heer te naderen en Zijn erbarmen te vragen onder de verschillende vormen die onze Moeder de Kerk ons aanbiedt.

De genezen blinde, die voortaan zowel ziet met de ogen van het lichaam als met de ogen van de ziel, is het beeld van elke gedoopte, die ondergedompeld in de genade, vrijgekocht wordt van de duisternis en geplaatst werd in het licht van het geloof. Maar het volstaat niet het licht te ontvangen, men dient licht te worden. Ieder van ons is geroepen het goddelijk licht op te nemen om het met heel zijn leven zichtbaar te maken. De eerste christenen, de theologen van de eerste eeuwen, zeiden dat de gemeenschap van de christenen, dat is de Kerk, het ‘mysterie van de maan’ is, want zij geeft haar licht, maar is niet haar eigen licht, zij is het licht dat zij van Christus ontvangt. Ook wij moeten het ‘mysterie van de maan’ zijn: het licht, gekregen van de zon, die Christus is, de Heer, doorgeven. De heilige Paulus brengt ons vandaag in herinnering: “leef als kinderen van het licht, en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid” (Ef 5,8-9). Het zaad van het nieuwe leven dat door het doopsel in ons gelegd wordt, is als de vonk van een vuur, dat eerst en vooral onszelf zuivert, het kwaad in ons hart verteert, en dat ons doet stralen en licht geven. Met het licht van Jezus.

Moge de Allerheiligste Maagd Maria ons helpen de blinde man uit het Evangelie na te volgen, zodat wij zouden ondergedompeld zijn in het licht van Christus en ons met Hem op de weg van het heil begeven.

Terug naar overzicht