2020-08-19 Audiëntie – De paus lanceert opnieuw de voorkeursoptie voor de armen

De voorkeursoptie voor de armen, “deze ethische en sociale vereiste die voortvloeit uit Gods liefde”, is geen “politieke optie”, noch “een ideologische optie”, verklaart paus Franciscus tijdens de algemene audiëntie, die nog steeds doorgaat in de bibliotheek van het Apostolisch Paleis.
In zijn derde catechese over het thema: “De wereld genezen”, herinnert de paus eraan dat “de voorkeursoptie voor de armen midden in het Evangelie staat”, zij is “een sleutelcriterium van christelijke authenticiteit” en “de zending van heel de Kerk”. Leerlingen van Jezus “zijn herkenbaar aan hun nabijheid bij de armen”.
De paus nodigt eveneens uit zorg te dragen voor “zieke sociale structuren” die beletten dat armen “van een toekomst dromen”, en de economie te transformeren die winst dikwijls “loskoppelt van de echte economie, waar de gewone mens baat bij heeft”. De paus waarschuwt: “Het zou droevig zijn indien dit vaccin (tegen Covid-19) het eigendom zou worden van een of ander volk en niet universeel is en voor iedereen dient”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

De pandemie heeft de moeilijke situatie van de armen en de grote ongelijkheid die in de wereld heerst, blootgelegd. En het virus, dat geen onderscheid tussen mensen maakt, heeft op zijn verwoestende weg, grote ongelijkheden en discriminaties gevonden. En het heeft ze vergroot!

Het antwoord op de pandemie is dus tweevoudig. Het is enerzijds onontbeerlijk dat een behandeling gevonden wordt voor een virus dat klein is maar angstaanjagend, en heel de wereld op de knieën krijgt. Anderzijds moeten wij een groot virus behandelen, dat van de sociale onrechtvaardigheid, van ongelijkheid van kansen, marginalisering en gebrek aan bescherming van de zwaksten. In dit dubbele antwoord is een keuze gelegen die volgens het Evangelie niet afwezig mag zijn: de voorkeursoptie voor de armen (cf. apost. Exhort. Evangelii gaudium, 195). Het gaat niet om een politieke optie, noch een ideologische optie, of een optie van partijen. De voorkeursoptie voor de armen staat midden in het Evangelie. En de eerste die ze beleefde, is Jezus. Wij hoorden het in de passage uit de Brief aan de Korintiërs die daarjuist voorgelezen werd. Hij die rijk was, is arm geworden om ons rijk te maken. Hij heeft zich tot één van de onzen gemaakt en daarom staat deze optie midden in het Evangelie, midden in de verkondiging van Jezus.

Christus zelf, die God is, heeft zich ontledigd door gelijk te worden aan de mensen; en Hij heeft geen geprivilegieerd leven gekozen, maar voor het leven van een dienaar (cf. Fil 2,6-7). Hij heeft zichzelf ontledigd, door dienaar te worden. Hij werd geboren in een eenvoudig gezin en heeft als handarbeider gewerkt. In het begin van Zijn verkondiging, verkondigde Hij dat de armen in het Rijk Gods gelukkig zijn (cf. Mt 5,3; Lc 6,20; EG, 197). Hij was te midden van zieken, armen en uitgestotenen, en toonde hun zo de barmhartige liefde van God (Catechismus van de Katholieke Kerk, 2444). En Hij werd dikwijls beoordeeld als een onreine omdat Hij naar zieken en melaatsen ging, die volgens de wet van die tijd, onrein waren. Hij nam risico’s om dicht bij de armen te zijn.

Daarom zijn leerlingen van Jezus herkenbaar aan hun nabijheid bij armen, kleinen, zieken en gevangenen, uitgestotenen, vergeten mensen, van hen die kleding noch voedsel hebben (cf. Mt 25, 31-36 ; KKK 2443). Wij kunnen deze fameuze parameter lezen op grond waarvan wij allemaal zullen geoordeeld worden. Wij zullen allemaal geoordeeld worden. Dat staat in Matteüs hoofdstuk 25.

Het is een sleutelcriterium van christelijke authenticiteit (cf. Gal 2,10 ; EG, 195). Sommigen denken ten onrechte dat deze voorkeursliefde voor de armen de taak is van enkelen, maar in feite is het de zending van heel de Kerk, zei de heilige Johannes Paulus II (cf. Enc. Sollicitudo rei socialis, 42). “Iedere christen en iedere gemeenschap is geroepen instrument van God te zijn voor de bevrijding en ontwikkeling van de armen” (EG, 187). Geloof, hoop en liefde stuwen ons noodzakelijk naar deze voorkeur voor de noodlijdenden, die meer is dan hulp, hoe noodzakelijk ook (cf. EG, 198). Dit impliceert namelijk dat we samen op weg gaan, dat we ons door hen laten evangeliseren, door hen die de lijdende Christus goed kennen, dat we ons laten “aansteken” door hun heilservaring, hun wijsheid en creativiteit (cf. ibid.). Met de armen delen, betekent ons onderling verrijken. En als er zieke sociale structuren zijn die hen beletten om van een toekomst te dromen, moeten wij samen werken om deze te genezen, te veranderen (cf. ibid., 195). Daarheen leidt de liefde van Christus, die ons ten einde toe bemind heeft (cf. Joh 13,1) en deze liefde gaat tot aan de grenzen, de marges, tot aan de grenzen van het bestaan. De periferieën in het centrum plaatsen, betekent ons leven op Christus centreren, die “arm geworden is” voor ons, om ons “door Zijn armoede” te verrijken (cf. 2 Kor 8,9).

Wij zijn allemaal bezorgd om de sociale gevolgen van de pandemie. Allemaal. Velen willen terugkeren naar de normaliteit en de economische activiteiten opnemen. Zeker, maar deze “normaliteit” zou geen sociale onrechtvaardigheid en ontwaarding van het milieu mogen inhouden.
De pandemie is een crisis en na een crisis is men niet zoals voordien: we komen er beter uit of slechter. We zouden er beter moeten uit komen, om de toestanden van sociale onrechtvaardigheid en ontwaarding van het milieu te verbeteren. Vandaag hebben wij een gelegenheid om aan iets anders te bouwen. Wij kunnen bijvoorbeeld een economie doen groeien die integrale ontwikkeling van de armen beoogt in plaats van bijstand. Hiermee wil ik de hulpverlening niet veroordelen, hulpverlening is belangrijk. Denken we aan vrijwilligerswerk, één van de mooiste structuren in de Italiaanse Kerk.

Doch wij moeten verder gaan door de problemen die ons tot hulpverlening brengen, op te lossen. De economie mag haar toevlucht niet nemen tot remedies die de samenleving eigenlijk vergiftigen, zoals winst die losstaat van het creëren van waardige werkgelegenheid (cf. EG, 204). Dit soort van winst staat los van een reële economie, waar de gewone mens baat bij heeft (Enc. Laudato si’, 109), en staat soms onverschillig tegenover de schade die aan ons gemeenschappelijk huis berokkend wordt. De voorkeursoptie voor de armen, deze ethische en sociale vereiste die komt van Gods liefde (cf. LS, 158), stimuleert ons om een economie te bedenken en te ontwerpen waar de mens, vooral de armste, centraal staat. En zij moedigt ons eveneens aan een behandeling van het virus te plannen waarbij degenen die ze het meest nodig hebben, bevoorrecht worden. Het zou droevig zijn indien de prioriteit voor het vaccin tegen Covid-19 aan de rijksten gegeven wordt! Het zou droevig zijn indien dit vaccin het eigendom zou worden van een of ander volk en niet universeel zou zijn en voor iedereen. Wat een ergernis, indien heel de economische bijstand zich zou concentreren – en grotendeels met openbaar geld – op het weer goed laten functioneren van industrieën die niet bijdragen tot de inclusie van de uitgestotenen, de ontwikkeling van de kleinsten, het algemeen welzijn of de zorg voor de schepping (ibid.). Dit zijn de criteria om te kiezen welke industrieën moeten geholpen worden: bijdragen tot de inclusie van de uitgestotenen, de ontwikkeling van de kleinsten, het algemeen welzijn en de zorg voor de schepping. Vier criteria.

Indien het virus opnieuw zou toenemen in een wereld die onrechtvaardig is voor de armen en de meest kwetsbaren, dan moeten wij deze wereld veranderen. Met het voorbeeld van Jezus, die de Geneesheer is van de integrale Goddelijke liefde, die namelijk lichamelijke, sociale en geestelijke genezing brengt (cf. Joh 5,6-9), moeten wij nu ingrijpen om de epidemie te genezen die veroorzaakt worden door een klein onzichtbaar virus, en epidemieën die veroorzaakt worden door de grote zichtbare sociale onrechtvaardigheden. Ik stel voor dit te doen vanuit de liefde van God, door de periferieën in het midden te zetten en de laatsten op de eerste plaats. Vergeten wij de parameter niet op grond waarvan wij zullen geoordeeld worden: Matteüs hoofdstuk 25. Brengen wij dat in praktijk in deze tijd van heropleving na de epidemie. Uitgaande van deze concrete liefde, verankerd in de hoop en gegrond in het geloof, zal een gezondere wereld mogelijk zijn. In het tegengestelde geval, zullen wij slechter uit de crisis komen. Moge de Heer ons helpen, moge Hij ons de kracht geven er beter uit te komen, door in te spelen op de behoeften van de wereld van vandaag.

Terug naar overzicht