26-4-2020 Regina Caeli: Twee tegengestelde wegen
De weg van God en de weg van het ik

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Het Evangelie van vandaag, dat plaatsheeft op de dag van Pasen, vertelt de geschiedenis van de twee leerlingen van Emmaüs (Lc 24,13-35). Een geschiedenis die onderweg begint en onderweg eindigt. Er is namelijk de heenreis van de leerlingen, die bedroefd om wat met Jezus gebeurd is, Jeruzalem verlaten en terug naar huis keren in Emmaüs, een weg van ongeveer 11 km. Een tocht overdag, met een groot stuk dalende weg. En de terugreis: 11 km terug, maar bij valavond, en een groot stuk klimmende weg, na de vermoeienis van de heenreis en de voorbije dag. Twee tochten: één gemakkelijk en overdag en de andere moeizaam en ’s nachts. En toch verloopt de eerste in droefheid en de tweede in vreugde. Op de eerste tocht, gaat de Heer naast hen, maar zij herkennen Hem niet. Op de tweede, zien zij Hem niet meer, maar voelen zij Hem dichtbij. Tijdens de eerste zijn zij ontmoedigd en zonder hoop. Tijdens de tweede, haasten zij zich om de anderen het goede nieuws te brengen van de ontmoeting met de verrezen Jezus.

De twee verschillende wegen van deze eerste leerlingen zeggen ons, leerlingen van Jezus vandaag, dat in het leven twee tegengestelde richtingen voor ons openliggen: de weg van wie zich, zoals zij op de heenreis, laat verlammen door de ontgoochelingen van het leven en bedroefd verdergaat; en de weg van wie niet zichzelf en zijn problemen op de eerste plaats zet maar Jezus die ons bezoekt en de broeders die Zijn bezoek verwachten, dat wil zeggen de broeders die verwachten dat wij voor hen zorg dragen. Dat is de kering: ophouden met rond mijzelf te draaien, rond de ontgoochelingen van het verleden en de niet gerealiseerde idealen, rond alle slechte dingen die mij overkomen zijn. Zo dikwijls word ik ertoe gebracht rond mijzelf te draaien … Laat dat allemaal achter u en ga door, kijk naar een werkelijkheid die groter is en echter: Jezus leeft, Jezus houdt van mij. Dat is de grootste werkelijkheid. En ik kan iets voor de anderen doen. Een mooie, positieve, zonnige werkelijkheid!

De keerzijde is: van de gedachten over mijn ik overgaan naar de realiteit van mijn God, van het ik naar het ja. Wat betekent dat? Als Hij ons bevrijd had, als God naar mij geluisterd had, als het leven gegaan was zoals ik wou, als ik dit en dat had … – en maar klagen. Dat helpt niet, dat is niet vruchtbaar, dat helpt noch mijzelf noch de anderen. Dat is mijn ik. Gelijk bij de twee leerlingen.
Doch die twee doen de overstap naar het ja. Ja, de Heer leeft, Hij is met ons op weg. Dus nu, niet morgen, gaan wij terug op weg om Hem te verkondigen. Ja, ik kan dat doen zodat de mensen gelukkiger en beter worden. Mensen helpen. Ja, ik kan dat. Van het ik naar het ja, van het klagen naar vreugde en vrede. Want als wij klagen, hebben wij geen vreugde, dan zijn wij in die grijze zone van droefheid. En dat helpt ons niet vooruit als wij willen groeien. Van het ik naar het ja, van het klagen naar de vreugde van de dienstbaarheid.

Hoe is deze verandering van het ik naar God, van het ik naar het ja, er bij de leerlingen gekomen? Door Jezus te ontmoeten: de twee leerlingen van Emmaüs openen eerst hun hart voor Hem; daarna horen zij hoe Hij de Schrift uitlegt; en zij nodigen Hem bij zich uit. Dat zijn drie overgangen die wij thuis ook kunnen doen. Eerst ons hart openen voor Jezus: Hem de last, de inspanningen, de ontgoochelingen, het ik toevertrouwen. Ten tweede, naar Jezus luisteren, het Evangelie ter hand nemen, vandaag de passage lezen uit Lc 24. Ten derde, tot Jezus bidden met de woorden van Zijn leerlingen: Heer, “blijf bij ons” (v. 29). Heer, blijf bij mij, blijf bij ons allemaal want wij hebben U nodig om de weg te vinden. En zonder U is het nacht.

Dierbare broeders en zusters, wij zijn in het leven allemaal onderweg. En wij worden datgene waarnaar wij op weg zijn. Laat ons de weg naar God kiezen, niet die van het ik. De weg van het ja, niet die van het ik. Wij zullen ontdekken dat er niets onverwacht, geen klim is, geen nacht, die we met Jezus niet kunnen aanpakken.

De Heilige Maagd Maria, Moeder van de Weg, die het Woord aanvaard heeft en van heel Haar leven een ja maakte aan God, toont ons de weg.

Terug naar overzicht