29-1-2020 Audiëntie – De weg van het geluk
Nieuwe catechesereeks over de zaligsprekingen

De “zaligsprekingen zijn de ‘identiteitskaart’ van de christen, omdat zij het gelaat, de levensstijl van Jezus Christus zelf tekenen”. Dit zegt paus Franciscus al meteen in zijn catechese over deze “weg van het geluk” die Jezus ons voorstelt, “Zijn” weg: “geduld, armoede, dienstbaarheid, troost … Wie op die vlakken voortgang maakt, is gelukkig en zal zalig zijn”, want, zo insisteert de paus, “de zaligsprekingen brengen u bij de vreugde, altijd; zij zijn de weg om de vreugde te bereiken”.
De paus begon een nieuwe catechesereeks over de passage uit het Evangelie volgens de heilige Matteüs, dat over de zaligsprekingen gaat (5, 1-11). Hij geeft in grote lijnen een tekstuele analyse van de bekende bergrede en benadrukt dat “het motief van de zaligspreking, niet de huidige situatie is, maar de nieuwe toestand die de zaligen als een geschenk van God ontvangen”, want, “God kiest dikwijls onvoorstelbare wegen, misschien die van onze beperkingen, onze tranen, onze mislukkingen” om ons naar “de paasvreugde” te leiden, “die de stigmata draagt, maar levend is, die door de dood is gegaan en de ervaring van Gods kracht heeft opgedaan”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Wij beginnen vandaag met een nieuwe catechesereeks over de zaligsprekingen in het Evangelie van Matteüs (5,1-11). Deze tekst is het begin van de bergrede. Hij heeft het leven van de gelovigen verlicht en zelfs van vele ongelovigen. Het is moeilijk, niet geraakt te worden door deze woorden van Jezus, en het is terecht dat men verlangt ze te begrijpen en altijd dieper in zich op te nemen. De zaligsprekingen bevatten de identiteitskaart van de christen – zij zijn onze identiteitskaart – omdat zij het gelaat van Jezus zelf, Zijn levensstijl tekenen.

Wij gaan nu deze woorden van Jezus situeren in hun geheel. In de volgende catecheses zullen wij dan bij elke zaligspreking commentaar geven.

Om te beginnen is het belangrijk te zien, hoe de verkondiging van deze boodschap plaatshad: Jezus ziet de menigte die Hem volgt, gaat de zachte helling op rond het meer van Galilea, gaat zitten en richt zich tot Zijn leerlingen met de zaligsprekingen. De boodschap is dus aan de leerlingen gericht, maar aan de horizont is er de menigte, dat wil zeggen heel de mensheid. Het is een boodschap voor heel de mensheid. Bovendien verwijst de berg naar de Sinaï, waar God aan Mozes de geboden gaf. Jezus begint het onderricht van een nieuwe wet: arm zijn, zachtmoedig zijn, barmhartig zijn … Deze “nieuwe geboden” zijn heel wat meer dan regels. Jezus legt namelijk niets op, maar onthult de weg van het geluk – Zijn weg – en herhaalt acht keer het woord “zalig”.

Elke zaligspreking bestaat uit drie delen. Eerst is er altijd het woord “zalig”; daarna komt de situatie waarin degenen die zalig zijn, zich bevinden: arm van hart, bedroefd, hongerig en dorstig naar gerechtigheid, enz. Tenslotte is er het motief van de zaligspreking, dat ingeleid wordt door het voegwoord “want”: “zalig zij die … want …”. Dat zijn de acht zaligspreking en het zou mooi zijn ze van buiten te leren om ze te herhalen, om deze wet die Jezus ons gegeven heeft, werkelijk in het hoofd en het hart te hebben.

Laat ons op dit aspect letten: het motief van de zaligspreking is niet de huidige situatie maar de nieuwe die de zaligen als een geschenk van God ontvangen: “want aan hen behoort het Rijk der hemelen”, “want zij zullen getroost worden”, “want zij zullen het land bezitten”, enz.

In het derde element, namelijk het motief van het geluk, gebruikt Jezus dikwijls een toekomstige tijd in de passieve wijs: “zij zullen getroost worden”, “zij zullen verzadigd worden”, “zij zullen kinderen van God genoemd worden”.

Maar wat betekent het woord “zalig”? Waarom begint elke zaligspreking met het woord “zalig”? Het originele woord wijst niet op iemand met een volle maag of een gemakkelijk leven, maar iemand die in een genadevolle toestand verkeert, die in Gods genade wandelt en Gods wegen gaat: geduld, armoede, dienstbaarheid, troost … Degenen die deze wegen gaan, zijn gelukkig en dus zalig.

Om zich aan ons te geven, kiest God dikwijls onvoorstelbare wegen, misschien die van onze grenzen, onze tranen, onze mislukkingen. Dat is de paasvreugde waarover onze oosterse broeders spreken, en die de stigmata draagt maar die ook leeft, die door de dood is gegaan en Gods macht ervaren heeft. De zaligsprekingen brengen u bij de vreugde, altijd: zij zijn de weg om de vreugde te bereiken.

Het zal ons goed doen vandaag het Evangelie van Matteüs te nemen, hoofdstuk vijf, de verzen één tot elf, en de zaligsprekingen te lezen – misschien meerdere keren in de loop van de week – om deze weg die zo mooi en zeker is, te begrijpen, de weg van het geluk dat de Heer ons aanbiedt.

Terug naar overzicht