26-8-2020 Audiëntie – De wereld genezen
De universele bestemming van de goederen en de deugd van hoop

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Ten overstaan van de pandemie en de sociale gevolgen ervan, lopen vele personen het gevaar de hoop te verliezen. In deze tijd van onzekerheid en angst, nodig ik iedereen uit de gave van de hoop aan te nemen die van Christus komt. Hij is het die ons helpt in deze woelige wateren te varen van ziekte, dood en onrechtvaardigheid, die niet het laatste woord hebben over onze eindbestemming.

De pandemie heeft de sociale problemen benadrukt en vergroot, vooral de ongelijkheid. Sommigen kunnen thuis werken, terwijl dat voor vele anderen niet mogelijk is. Sommige kinderen kunnen ondanks de moeilijkheden, onderwijs blijven krijgen, terwijl dit voor vele anderen plots onderbroken wordt. Sommige machtige landen kunnen geld uitgeven om de noden te lenigen, terwijl dit voor anderen een hypotheek op hun toekomst zou betekenen.

Deze symptomen van ongelijkheid brengen een sociale ziekte aan het licht, een virus dat uit een zieke economie voortkomt. Wij moeten eenvoudig zeggen: de economie is ziek. Zij is ziek geworden. En dat is het resultaat van een zeer onrechtvaardige groei – die geen rekening houdt met fundamentele menselijke waarden. In de wereld van vandaag bezitten enkele heel rijke mensen meer dan al de andere. Ik herhaal dit omdat het ons zal doen nadenken: enkele heel rijke personen, een kleine groep, bezit meer dan al de andere. Dat is een puur statistisch gegeven. Een onrechtvaardigheid die ten hemel roept! Dit economisch model is bovendien onverschillig voor de schade die aan het gemeenschappelijk huis toegebracht wordt. Men zorgt niet voor het gemeenschappelijk huis. Wij gaan weldra een groot aantal limieten van onze wondermooie planeet overschrijden, met ernstige en onomkeerbare gevolgen: van het verlies van de biodiversiteit en de klimaatverandering naar de verhoging van het waterpeil van de zeeën en de vernietiging van de tropenwouden. Sociale ongelijkheid en ontwaarding van het milieu gaan samen en hebben dezelfde oorsprong (cf. Enc. Laudato si’, nr. 101): de zonde van hebzucht, van te willen domineren over zijn broeders en zusters, de natuur en God zelf willen bezitten en domineren. Maar dat is niet de bestemming van de schepping.

“In den beginnen heeft God aan de menselijke gemeenschap het gezamenlijk beheer van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen toevertrouwd” (Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 2402). God heeft ons gevraagd de aarde in Zijn naam te beheren (cf Gen 1,28), door haar te cultiveren en ervoor te zorgen als voor een tuin, de tuin van iedereen (cf Gen 2,15). “Terwijl “cultiveren” bebouwen betekent of bewerken, betekent “zorg dragen” behoeden en beschermen” (cf LS, nr. 67). Maar opgelet, dat we dit niet interpreteren als een vrijgeleide om met de aarde te doen wat we willen. Nee. Er bestaat “een band van wederzijdse verantwoordelijkheid” (ibid.) tussen ons en de natuur. Een band van verantwoordelijke wederkerigheid tussen ons en de natuur. Wij ontvangen van de schepping en wij geven op onze beurt. “Elke gemeenschap kan van de goedheid van de aarde afnemen wat voor hem noodzakelijk is om te overleven, maar zij moet ook de taak op zich nemen haar te beschermen” (ibid.). Beide.

Inderdaad, de aarde “gaat ons vooraf en werd ons gegeven” (ibid.). Zij werd door God gegeven “voor de hele mensheid” (KKK, 2402). Het is dus onze plicht ervoor te zorgen dat de vruchten ervan tot bij iedereen geraken en niet alleen tot bij enkelen. En dat is een sleutelelement in onze omgang met de aardse goederen. Zoals de concilievaders van Vaticanum II in herinnering brachten: “de mens moet, in het gebruik van deze goederen, de uitwendige dingen die hij gewettigd bezit niet slechts beschouwen als zijn privé-eigendom, maar ook als gemeenschappelijk” (Past. Const. Gaudium et spes, n. 69). Inderdaad, “iemand die een goed in eigendom bezit, is als het ware een rentmeester van de voorzienigheid, die dat goed moet laten renderen en daarin anderen moet laten delen” (KKK, 2404). Wij zijn beheerders van bezit, geen eigenaars. Beheerders. ‘Ja, maar dat is van mij. – Dat is waar, het is van u, maar om het te beheren, niet om het op een egoïstische manier voor u te houden.’

Om te verzekeren dat hetgeen wij bezitten, waarde toevoegt aan de gemeenschap, “heeft de burgerlijke overheid het recht en de plicht om, met het oog op het algemeen welzijn, de wettelijke uitoefening van het eigendomsrecht te regelen” (KKK, 2406; cf GS, 71; H. Johannes Paulus II, Enc. Sollicitudo rei socialis, 42; Enc. Centesimus annus, 40.48). Het “ondergeschikt maken van privébezit aan de universele bestemming van goederen is een gouden regel voor het sociaal gedrag en het eerste principe van iedere ethische en sociale orde” (cf LS, 93; cf H. Johannes Paulus II, Enc. Laborem exercens, 19).

Eigendom en geld zijn instrumenten die dienstbaar kunnen zijn voor de missie. Maar wij maken er gemakkelijk een doel van, individueel of collectief. En wanneer dat gebeurt, pleegt men een aanslag op de essentiële menselijke waarden. De homo sapiens vervormt zich en wordt een soort van homo oeconomicus – in de slechte betekenis van het woord – individualistisch, berekenend en dominerend. Wij vergeten dat wij die geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis, sociale wezens zijn, creatief en solidair, met een immense capaciteit om lief te hebben. Wij vergeten dat dikwijls. Wij zijn namelijk de meest coöperatieve wezens onder de soorten en wij ontplooien ons in gemeenschap, zoals men dat goed ziet in de ervaring van de heiligen. Een Spaans gezegde heeft mij geïnspireerd: Florecemos en racimo, como los Santo – wij ontplooien ons in gemeenschap, zoals men dat ziet in de ervaring van de heiligen.

Wanneer de obsessie om te bezitten en te domineren miljoenen personen uitsluit van de voorziening in hun basisbehoeften; wanneer economische en technologische ongelijkheid zodanig is dat zij het sociale weefsel verscheurt; en wanneer de afhankelijkheid van onbegrensde materiële vooruitgang het gemeenschappelijk huis bedreigt, dan kunnen wij niet onbewogen blijven. Nee, het is bedroevend. Wij mogen niet onbewogen blijven! Met de blik op Jezus gericht (cf Hebr 12,2) en de zekerheid dat Zijn liefde werkt doorheen de gemeenschap van Zijn leerlingen, moeten wij allemaal samen handelen, in de hoop dat zo iets anders en beter ontstaat. Christelijke hoop, geworteld in God, is ons anker. Zij ondersteunt de wil om te delen, zij versterkt onze zending als leerlingen van Christus, die alles met ons gedeeld heeft.

En dat hebben de eerste christengemeenschappen, die evenals wij moeilijke tijden gekend hebben, begrepen. Bewust één van hart en één van ziel te zijn, bezaten zij al hun bezittingen gemeenschappelijk en getuigden zo van de overvloedige genade van Christus in hen (cf Hand 4,32-35). Wij beleven momenteel een crisis. De pandemie heeft ons in een crisis gedompeld. Maar herinner u: men komt niet hetzelfde uit een crisis, ofwel komt men er beter uit ofwel slechter. Dat is de keuze die zich voor ons aandient. Zullen wij na de crisis doorgaan met dit economisch systeem van sociale onrechtvaardigheid en minachting voor het milieubehoud, voor de schepping, voor het gemeenschappelijk huis? Laat ons daarover nadenken. Mogen de christengemeenschappen van de 21e eeuw deze realiteit terugvinden – het behoud van de schepping en de sociale rechtvaardigheid: de twee gaan samen – en getuigen wij zo van de Verrijzenis van de Heer. Als wij zorg dragen voor de goederen die de Schepper ons geeft, als wij ons bezit gemeenschappelijk hebben zodat niemand iets tekort komt, dan zullen wij werkelijk hoop geven op een wereld die gezonder en rechtvaardiger is.

En om te eindigen, denken we aan de kinderen. Lees de statistieken: hoeveel kinderen sterven vandaag van honger door een slechte verdeling van de rijkdommen, door een economisch systeem waarover ik al gesproken heb? En hoeveel kinderen hebben vandaag geen recht op onderwijs, om dezelfde reden? Moge dit beeld, kinderen die in nood zijn door honger en gebrek aan onderwijs, ons helpen begrijpen dat wij beter uit deze crisis moeten geraken. Dank u.

Terug naar overzicht