2-5-2020 Een moment van crisis is een moment om een keuze te maken
Standhouden in het geloof

De eerste Lezing begint met “Nu genoot de Kerk in heel Judea, Galilea en Samaria vrede; zij werd steeds meer bevestigd in de vreze des Heren en nam gestadig in aantal toe door de vertroosting van de heilige Geest” (Hand 9,31). Een tijd van vrede. En de Kerk groeit. De Kerk kent rust, zij wordt vertroost door de Heilige Geest. Een mooie tijd … Dan volgt de genezing van Eneas, daarna wekt Petrus Tabita op … en alles verloopt in vrede.

Doch de primitieve Kerk kent ook tijden van onvrede: tijden van vervolging, moeilijke tijden, tijden die de gelovigen in crisis brengen. Tijden van crisis. Vandaag vertelt het Evangelie volgens Johannes ons over een tijd van crisis (cf 6,60-69). Deze passage uit het Evangelie is de laatste van een hele reeks die begint met de broodvermenigvuldiging, toen men Jezus koning wou maken. Jezus gaat bidden, de mensen vinden Hem niet, zij gaan Hem zoeken, en Jezus verwijt hun dat ze Hem zoeken omdat Hij hun te eten gaf en niet om Zijn woorden van eeuwig leven … Heel die geschiedenis eindigt daar. Zij zeggen: “Heer, geef ons altijd dat brood” (v. 34) en Jezus legt hun uit dat het brood dat Hij zal geven, Zijn lichaam en Zijn bloed is.

“Toen zij dit hoorden, zeiden velen van zijn leerlingen: ‘Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie kan daar naar luisteren?’ (v. 60). Jezus had gezegd dat wie Zijn lichaam niet eet en Zijn bloed niet drinkt, het eeuwig leven niet zou hebben. En Hij zei ook: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en ik zal hem doen opstaan op de laatste dag” (v. 54). Dat had Jezus gezegd. “Deze taal stuit iemand tegen de borst” (v. 60), denken de leerlingen. Dat is te veel. Die man gaat te ver. Een moment van crisis. Er waren momenten van vrede en momenten van crisis. Jezus wist dat de leerlingen morden. Hier wordt onderscheid gemaakt tussen de leerlingen en de apostelen: de leerlingen waren met 72 of meer, de apostelen zijn de Twaalf. “Jezus wist inderdaad van het begin af aan wie het waren die niet geloofden en wie Hem zou overleveren” (v. 64). Ten overstaan van deze crisis, brengt Hij hun in herinnering: “Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij kan komen, als het hem niet door de Vader gegeven is” (v. 65). Hij spreekt opnieuw over het aangetrokken worden door de Vader: de Vader trekt ons naar Jezus. Zo wordt de crisis opgelost.

“Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap” (v. 66). Zij namen afstand. Die man is een beetje gevaarlijk … Maar Zijn leer … Ja, Hij is een goed mens, Hij geeft onderricht en geneest, maar als het over die eigenaardige dingen gaat … Alstublieft, laat ons gaan. – De leerlingen van Emmaüs deden hetzelfde de morgen van de verrijzenis: ja, het is vreemd … de vrouwen zeggen dat het graf … daar zit een reukje aan … laat ons vlug weggaan want anders komen de soldaten en worden we gekruisigd. – De soldaten die het graf bewaakten, deden ook hetzelfde: zij hadden de waarheid gezien, maar verkozen hun geheim te verkwanselen: laten we het veilig houden … en ons niet in die dingen mengen, het is gevaarlijk … (cf Mt 28,11-15).

Een moment van crisis is een moment om een keuze te maken, een moment dat ons confronteert met beslissingen die wij moeten nemen. iedereen kent momenten van crisis: in de familie, in het huwelijk, in de samenleving, op het werk, zoveel crisissen … Ook deze pandemie is een moment van sociale crisis.

Hoe reageren in momenten van crisis? “Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap” (v. 66). Jezus besluit de apostelen te bevragen: “Wilt ook gij soms weggaan?” (v. 67). Neem een beslissing. En Petrus doet zijn tweede belijdenis: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt” (v. 68-69). Petrus belijdt in naam van de Twaalf, dat Jezus de Heilige Gods is, de Zoon van God. De eerste belijdenis – “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God” – en onmiddellijk daarna, wanneer Jezus het lijden begint uit te leggen dat Hem zal overkomen, stopt hij: nee, nee, Heer dat niet! En Jezus zal hem terechtwijzen (cf Mt 16,16-23). Maar Petrus is een beetje wijzer geworden, nu wordt hij niet terechtgewezen. Hij begrijpt niet wat Jezus zegt – “Mijn vlees eten en Mijn bloed drinken” (cf Joh 6,54-56) – hij begrijpt het niet, maar hij stelt vertrouwen in de Meester. Hij vertrouwt Hem. En hij doet zijn tweede belijdenis: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven” (v. 68).

Dat helpt ons door momenten van crisis te gaan. In mijn land is een gezegde: “Als ge te paard rijdt en een rivier oversteekt, verander niet van paard in ’t midden van ‘t water”. Wees in momenten van crisis vastberaden in de overtuiging van het geloof. Die ginder, zijn weggegaan, zij zijn van paard veranderd, zij hebben een andere meester gezocht die niet tegen de borst stoot. Op het moment van de crisis: volharding, stilte, blijven waar we zijn, vastberaden. Het is niet het ogenblik om te veranderen. Het is het moment van de trouw, trouw aan God, trouw aan dingen, aan genomen beslissingen. Het is ook het moment van bekering, omdat deze trouw ons een verandering ten goede zal ingeven, die ons niet van het goede verwijdert.

Momenten van vrede en momenten van crisis. Wij, christenen, wij moeten leren de twee te beheren. De twee. Sommige geestelijke leiders zeggen van crisismomenten: het is als door het vuur gaan, om sterk te worden. Moge de Heer ons de Heilige Geest zenden om in crisismomenten te kunnen weerstaan aan de bekoringen, om trouw te kunnen zijn aan het eerste woord, in de hoop daarna momenten van vrede te kennen. Denken wij aan onze crisismomenten: in de familie, in de wijk, op het werk, sociale crisis in de wereld, in het land … zoveel crisissen, zoveel. Moge de Heer ons de kracht geven om het geloof in crisismomenten niet te verkwanselen.

Terug naar overzicht