11-5-2022 Geen geld als erfenis, maar wijsheid uitgezaaid in kleinkinderen!

In zijn negende catechese over de oude dag tijdens de algemene audiëntie van deze woensdag sprak de paus over de Bijbelse heldin Judith.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

Vandaag gaan we over Judit spreken, een bijbelse heldin. Het slot van het boek dat haar naam draagt – we hebben een gedeelte beluisterd – geeft een samenvatting van het leven van deze vrouw die Israël verdedigde tegen zijn vijanden. Judit is een jonge deugdzame joodse weduwe. Dankzij haar geloof, haar schoonheid en haar sluwheid redt zij de stad Betulia en het volk van Judea van de belegering door Holofernes. Holofernes was generaal van Nebukadnessar, koning van Assyrië een gewelddadige en misprijzende vijand van God. Door haar sluwe manier van handelen was zij in staat de vijandige alleenheerser die tegen haar land was, te onthoofden. Deze vrouw was moedig, maar had ook geloof.

Heldendom

Na het grote avontuur waarin zij de hoofdrol speelde, gaat Judit opnieuw in haar stad Betulia leven als bejaarde die 105 jaar oud wordt. De tijd van de oude dag was in haar leven gekomen zoals bij vele mensen: soms na een intens leven van arbeid, soms na een avontuurlijk bestaan, of een bestaan van grote inzet. Heldendom is niet slechts gebonden aan grote gebeurtenissen die voor het voetlicht komen, zoals in het geval van Judit die de dictator heeft gedood. Vaak echter bestaat heldendom in de volharding in de liefde besteed aan een moeilijk gezin en ten gunste van een bedreigde gemeenschap.

Pensioen

Judit werd meer dan honderd jaar. Een zeldzame gave. Vandaag is het niet ongewoon dat men na de pensioendatum nog vele jaren kan leven. Hoe deze beschikbare tijd verstaan en vruchtbaar maken? Ik ga vandaag met pensioen en met nog vele jaren te gaan. Wat kan ik in die tijd doen, hoe kan ik verder groeien – in leeftijd, dat gaat vanzelf –  maar hoe kan ik groeien in gezag, heiligheid, wijsheid?

Bezorgdheid

Voor velen valt het perspectief van het pensioen samen met een verdiende en gewenste rust, vrij van veeleisende en vermoeiende bezigheden. Het gebeurt echter ook dat het einde van de arbeid een bron van zorgen wordt en met een zekere bezorgdheid wordt verwacht. ‘Wat kan ik aanvangen nu mijn leven de inhoud verliest die het zolang heeft gevuld?’ Dát is de vraag. Dagelijks werk dat is ook een geheel van relaties, het genoegen een inkomen te verdienen om van te leven, de ervaring een rol te spelen, verdiende waardering te genieten, een volle tijd die verder reikt dan een eenvoudig werkrooster.

Kleinkinderen

Zeker, er is de vreugdevolle en vermoeiende inzet om de kleinkinderen bij te staan. Vandaag hebben grootouders een belangrijke rol in het gezin om de kleinkinderen te helpen opgroeien. Vandaag worden wel steeds minder kinderen geboren, maar de ouders zijn vaak ver weg, meer onderworpen aan verplaatsingen, door ongunstige toestanden van werk en huisvesting. Soms aarzelt men om aan de grootouders ruimte tot opvoeding toe te vertrouwen. Die wordt beperkt tot wat nodig is voor de verzorging. Iemand zei me, met een ironische glimlach: Vandaag, in de huidige socio-economische situatie hebben grootouders aan belang gewonnen omdat zij een pensioen hebben.

Er zijn nieuwe behoeften, ook in de sfeer van opvoeding en verwantschap, die erom vragen dat de gangbare band tussen de generaties wordt herzien.

Tederheid en broosheid

Maar we stellen ons de vraag: doen wij die inspanning tot ‘herziening’? Of ondergaan we eenvoudig traagheid ten gevolge van de materiële en economische omstandigheden? Het samenleven van de generaties duurt feitelijk steeds langer. Trachten we, allen samen, ervoor te zorgen dat het menselijker wordt, gevoelvoller, rechtvaardiger, onder de nieuwe voorwaarden van de moderne samenleving. Voor de grootouders bestaat een belangrijk deel van hun roeping in het ondersteunen van hun kinderen bij de opvoeding van de kleinkindjes. De kleintjes leren de kracht van de tederheid en de eerbied voor de broosheid. Onvervangbare lering die dankzij de grootouders makkelijker overgedragen en aanvaard wordt. De grootouders leren van hun kant dat tederheid en broosheid niet slechts tekenen van aftakeling zijn. Voor jongeren zijn het ervaringen die de toekomst menselijk maken.

Erfenis

Judit werd snel weduwe en zonder kinderen. Maar als bejaarde vrouw was ze bekwaam een seizoen van volheid en van rust te beleven, in het bewustzijn dat zij de haar door de Heer toevertrouwde zending ten volle had vervuld. Voor haar is het een tijd om de goede erfenis achter te laten van wijsheid, van tederheid, van gaven voor gezin en gemeenschap: een erfenis van het goede en niet slechts van goederen. Wanneer men aan erfenis denkt dan denkt men vaak aan goederen en niet aan het goede dat men als bejaarde heeft gedaan en dat gezaaid werd.

Dat ‘goede’ is de beste erfenis die we kunnen achterlaten.

Talenten en charisma’s

Precies op haar oude dag schonk Judit de vrijheid aan haar voorkeurdienster. Dat is het bewijs van een aandachtig en menselijk oog voor wie haar na is geweest. Deze dienster had haar vergezeld in dat avontuur om de alleenheerser te overwinnen door hem te onthoofden.

Als bejaarden verliest men wat zicht, maar de innerlijke blik wordt scherper: men ziet met het hart.

Men wordt bekwaam om zaken te zien die eerder ontgingen. Bejaarden kunnen kijken en kunnen zien… Zo is dat: de Heer vertrouwt zijn talenten niet slechts toe aan de jongeren en aan de sterken. Hij heeft er voor iedereen, op maat voor iedereen, ook voor bejaarden. Het leven van onze gemeenschappen moet kunnen genieten van de talenten en charisma’s van veel bejaarden die volgens de burgerlijke stand met pensioen zijn, maar een te herwaarderen rijkdom zijn. Dit vraagt, van de bejaarden zelf, een nieuwe aandacht, een edelmoedige beschikbaarheid. De oorspronkelijke mogelijkheden uit het actieve leven verliezen deels hun verplichtend karakter en worden vormen van schenking: onderwijzen, raad geven, bouwen, zorgen, luisteren… Bij voorkeur ten voordele van de meest benadeelden, die zich geen leerschool kunnen veroorloven of die aan hun eenzaamheid werden overgelaten.

Geen centen, maar wijsheid

Judit schonk haar dienster de vrijheid en overlaadde allen met aandacht. In haar jeugd had zij de waardering van de gemeenschap verworven door haar moed. Als bejaarde verdiende ze haar door de tederheid waarmee zij vrijheid en gevoelens verrijkte. Judit is geen gepensioneerde die zwaarmoedig haar leegte beleeft. Zij is een bewogen bejaarde die de tijd die God haar schenkt met geschenken vult. Ik beveel het volgende aan: neemt een dezer dagen in de Bijbel het boek Judit. Het is klein en leest vlot, niet meer dan tien bladzijden. Leest dat verhaal van een moedige vrouw dat op deze wijze eindigt, met tederheid, met edelmoedigheid, een bekwame hoogstaande vrouw.

Zo droom ik mij onze grootmoeders. Allen: moedig, wijs, geen centen als erfenis nalatend, maar de wijsheid uitgezaaid in kleinkinderen.

Terug naar overzicht