19-7-2020 Angelus – Gerechtigheid verzacht door barmhartigheid
Kiezen voor God of de duivel

Geduldig zijn met slechte mensen, omdat de gerechtigheid moet verzacht worden door de barmhartigheid. Zo luidt de uitnodiging van paus Franciscus in zijn Angelustoespraak.
“Als Jezus eerder gekomen is om zondaars te zoeken dan rechtvaardigen, eerder zieken te genezen dan gezonde mensen, dan moeten wij er als leerling eerder op gericht zijn de slechten niet te elimineren, maar te redden. Vandaar het geduld”, zegt de paus.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

In het Evangelie van vandaag (Mt 13,24-43), ontmoeten wij Jezus die nog eens in parabels tot de menigte spreekt over het Rijk der Hemelen. Ik blijf staan bij de eerste, die over het onkruid, waardoor Jezus ons Gods geduld laat kennen en ons hart opent voor de hoop.

Jezus vertelt dat op het veld waar goed graan gezaaid werd, ook ‘onkruid’ groeit, een verzamelwoord voor al het slechte kruid dat een stuk grond teistert. (Tussen haakjes, we kunnen vandaag ook zeggen dat de grond geteisterd wordt door vele onkruidbestrijders en pesticiden, die niet alleen schadelijk zijn voor het onkruid, maar ook voor de grond en de gezondheid.) Dus, de dienaren gaan naar de meester om te weten van waar het onkruid komt en hij zegt hen: “Dat is het werk van een vijand” (v. 28). Want wij hebben goed graan gezaaid! Een vijand, een concurrent, is aan het werk geweest. De dienaren wilden het opschietend onkruid onmiddellijk uittrekken. Maar de meester is er tegen, want men riskeert met het onkruid ook het goede graan uit te trekken. Er moet gewacht worden tot het ogenblik van de oogst: dan pas worden ze gescheiden en zal het onkruid verbrand worden. Een manier van doen met gezond verstand.

In deze parabel kan men een kijk op de geschiedenis zien. Naast God – de eigenaar van het stuk grond – die altijd en alleen goed zaad zaait, is er een tegenstander, die onkruid zaait om de groei van het goede graan te beletten. De meester gaat openlijk te werk, bij zonlicht, en zijn doel is een goede oogst. De andere, de tegenstander, maakt integendeel gebruik van het donker van de nacht en gaat te werk uit jaloezie en vijandigheid, om alles te verpesten. De tegenstander over wie Jezus het heeft, draagt een naam: de duivel, reeds bij naam de tegenstander van God. Het is zijn bedoeling het heilswerk te ondermijnen, zodat het Rijk Gods verhinderd wordt door onrechtvaardige werklieden, ergernisgevende zaaiers. Het goede graan en het onkruid vertegenwoordigen namelijk niet alleen het abstracte goed en kwaad, maar ons, mensen, die God kunnen volgen of de duivel. Zo dikwijls, hebben wij gehoord dat vrede heerste in een familie, tot er onvrede kwam door jaloezie … er heerste vrede in een wijk, tot er verkeerde dingen gebeurden … En dan zeggen wij: iemand is daar onkruid komen zaaien, of die is onkruid komen zaaien door kwaad te spreken. Door het kwade te zaaien, vernietigt men. De duivel doet het wanneer wij bekoord worden om kwaad te spreken en anderen kapot te maken.

De bedoeling van de dienaren is het kwaad onmiddellijk, slechte mensen namelijk, uit te roeien. Maar de meester is wijzer, hij ziet verder: de dienaren moeten kunnen wachten, want vervolging en vijandigheid verdragen behoort tot de christelijke roeping. Zeker, het kwaad moet verworpen worden, maar met slechte mensen moet men geduld hebben. Dat is geen hypocriete verdraagzaamheid die dubbelzinnigheid verbergt, maar gerechtigheid verzacht door barmhartigheid. Als Jezus eerder gekomen is om zondaars te zoeken dan rechtvaardigen, eerder zieken te genezen dan gezonde mensen, dan moeten wij er als leerling eerder op gericht zijn de slechten niet te elimineren, maar te redden. Vandaar het geduld.

Het Evangelie van vandaag presenteert twee manieren om te handelen en de geschiedenis te bekijken: enerzijds de kijk van de meester, anderzijds de kijk van de dienaren die het probleem zien. De dienaren willen een veld zonder onkruid, de meester wil goed graan. De Heer nodigt ons uit Zijn kijk aan te nemen, die gefixeerd is op het goede graan en die het kan beschermen tegen onkruid. Het is niet de kijk die op jacht gaat naar de limieten en gebreken van de anderen, maar die eerder het goede weet te herkennen dat geruisloos groeit op het veld van de Kerk en de geschiedenis en die het laat rijpen. En dan zal het God zijn, en Hij alleen, die de goeden zal belonen en de bozen straffen. Moge de Maagd Maria ons helpen begrip op te brengen voor het geduld van God en het na te volgen, Hij die wil dat geen enkel van Zijn kinderen die Hij met de liefde van een Vader bemint, zou verloren gaan.

Terug naar overzicht