4-2-2020 God weent over Zijn kinderen die zich van Hem verwijderen

God weent “wanneer wij ons van Hem verwijderen … wanneer wij onszelf vernietigen door de zonde, gedesoriënteerd, verloren”. Jezus weent “omdat wij ons niet door Hem laten beminnen”.

In zijn homilie mediteert de paus over de tranen van koning David na de dood van zijn zoon: “Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Ach was ik maar in jouw plaats gestorven”. Men vroeg zich af, waarom hij weende! Zijn zoon was tegen hem, hij had hem verloochend, hij had zijn vaderschap afgezworen, hij had hem beledigd, hij had hem vervolgd! Vier dan eerder feest, want ge hebt gewonnen!

“De tranen van David zijn een historisch feit maar ook een profetie. Zij tonen ons Gods hart, wat de Heer met ons doet wanneer wij ons van Hem verwijderen, wat de Heer doet wanneer wij onszelf vernietigen door de zonde, gedesoriënteerd, verloren. De Heer is vader en verloochent Zijn vaderschap nooit: mijn zoon, mijn zoon!”

Biechten is “naar de Vader gaan die over mij weent”. “De Vaderliefde die God voor ons heeft, is zo groot dat Hij in onze plaats stief. Hij is mens geworden en is voor ons gestorven. Laat ons daaraan denken wanneer wij naar een kruisbeeld kijken: waarom ben ik niet in Uw plaats gestorven? En luisteren wij naar de stem van de Vader die ons door Zijn Zoon zegt: Mijn zoon, Mijn zoon! God verloochent Zijn kinderen niet, God onderhandelt niet over Zijn vaderschap”.

Het zal ons in de moeilijke momenten van het leven goed doen, besluit de paus, – en die hebben wij allemaal – momenten van zonde, van Godsverwijdering – die stem in ons hart te horen: Mijn zoon, Mijn dochter, wat doet ge? Pleeg geen zelfmoord, alstublieft. Ik ben voor jou gestorven.

Terug naar overzicht