9-8-2020 Angelus – God wil altijd en alleen wat goed voor ons is
Een gebed om dikwijls te herhalen

“Jezus is de hand van de Vader die ons nooit loslaat; de sterke en trouwe hand van de Vader, die altijd en alleen wil wat goed voor ons is”, zegt paus Franciscus tijdens de Angelustoespraak van deze zondag.
Hij mediteert over het Evangelie van de dag en nodigt uit in ogenblikken van beproeving “aan Gods Hart, aan Jezus’ Hart te kloppen” en dit gebed te herhalen: “Heer, red mij!”. “Zelfs voor we Hem beginnen te zoeken, staat Hij naast ons”, verzekert hij. “Misschien roepen wij in het donker, ‘Heer! Heer!’, denkend dat Hij ver weg is, maar Hij zegt: ‘Ik ben hier!’. – ‘Ah, Hij was bij mij!’.”

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Het uittreksel uit het Evangelie van deze zondag (cf Mt 14,22-23) spreekt over Jezus die in de storm over het meer gaat. Hij had de menigte verzadigd met vijf broden en twee vissen – zoals wij verleden zondag zagen – en dwingt de leerlingen in de boot stappen en terug te keren naar de andere oever. Hij stuurt het volk weg en gaat de berg op, alleen, om te bidden. Hij dompelt zich onder in de gemeenschap met de Vader.

Tijdens de nachtelijke overtocht van het meer, wordt de boot van de leerlingen gehinderd door een onverwachte stormwind. Dat is niet ongewoon op het meer. Op een bepaald moment, zien zij iemand op het meer naar hen toekomen. Zij raken van streek en denken dat het een spook is en zij schreeuwen van angst. Jezus stelt hen gerust: “Weest gerust. Ik ben het. Vreest niet”. Dan zegt Petrus: “Heer, als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen”. Waarop Jezus antwoordt: “Kom!”. Petrus stapt uit de boot en doet enkele stappen; dan wordt hij bang door de wind en de golven en hij begint te zinken. “Heer, red mij!” , roept hij en Jezus grijpt zijn hand en zegt: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?”.

Dit verhaal is een uitnodiging om ons in elk moment van ons leven, met vertrouwen over te geven aan God, vooral in het uur van beproeving en verwarring. Wanneer we sterk twijfel en angst voelen, als we de indruk hebben ten onder te gaan, moeten we in de moeilijke momenten van het leven niet beschaamd zijn om zoals Petrus te roepen: “Heer, red mij!” (v. 30). Aan Gods Hart, aan Jezus’ Hart kloppen: “Heer, red mij!”. Een mooi gebed. We kunnen het dikwijls herhalen: “Heer, red mij!”. We moeten lang kijken naar het gebaar van Jezus, die onmiddellijk Zijn hand uitsteekt en die van Zijn vriend grijpt: Jezus is de hand van de Vader die ons nooit in de steek laat; de sterke en trouwe hand van de Vader, die altijd en alleen wil wat goed voor ons is. God is geen groot lawaai, is geen storm, geen vuur, geen aardbeving – zoals het verhaal van de profeet Elia ons vandaag in herinnering brengt. God is de zachte bries, het geluid van de stilte, dat zich niet opdringt maar vraagt gehoord te worden (cf 1 Kon 19,11-13). Geloof hebben, betekent te midden van de storm, zijn hart op God gericht houden, op Zijn liefde, op Zijn vaderlijke tederheid. Jezus wou dat aan Petrus en Zijn leerlingen leren, en ook aan ons vandaag. In duistere momenten, in momenten van droefheid, weet Hij goed dat ons geloof klein is – wij zijn allemaal kleingelovige mensen, wij allemaal, ik ook, iedereen – en dat onze weg beproefd kan zijn, tegengewerkt door tegenstrijdige krachten. Maar Hij is verrezen! Vergeten wij dat niet: Hij is de Heer die door de dood gegaan is om ons in veiligheid te brengen. Zelfs voor we Hem beginnen te zoeken, staat Hij naast ons. En wanneer Hij ons optilt als we gevallen zijn, doet Hij ons groeien in geloof. Misschien roepen ook wij in het donker: ‘Heer! Heer!’ , denkend dat Hij ver weg is, maar Hij zegt: ‘Ik ben hier!’. – ‘Ah, Hij was bij mij!’. Zo is de Heer.

De boot die ten prooi is aan de storm, is het beeld van de Kerk die in alle tijden aan tegengestelde winden, soms aan heel zware beproevingen, het hoofd biedt: denken we aan sommige lange en hardnekkige vervolgingen in de vorige eeuw maar ook vandaag op bepaalde plaatsen. Bij zo’n klippen kan zij bekoord worden te denken dat God haar verlaten heeft. Maar in feite is het juist in die momenten dat het getuigenis van het geloof, van de liefde en de hoop nog meer straalt. Dat is de aanwezigheid van de verrezen Christus in Zijn Kerk die de genade geeft van het getuigenis tot in het martelaarschap, zaad voor nieuwe christenen en voor vruchten van verzoening en vrede in heel de wereld.

Moge de voorspraak van Maria ons helpen volharden in geloof en broederliefde, wanneer het donker en de stormen van het leven ons vertrouwen in God aan het wankelen brengen.

Terug naar overzicht