8-3-2020 Angelus – Goddelijke vriendschap die niets terug vraagt
Meditatie over de Gedaanteverandering

Wanneer Jezus roept, “gaat het om een gratuite keuze, onvoorwaardelijk, een vrij initiatief, goddelijke vriendschap die niets terug vraagt”, benadrukt paus Franciscus die het Angelusgebed voorgaat vanuit de bibliotheek van het Apostolisch Paleis in het Vaticaan, als voorzorgsmaatregel om samenkomsten op het Sint-Pietersplein te vermijden. Maar de paus heeft de dun bezaaide menigte – die op schermen kon volgen – kort vanuit het gewone venster begroet.
“Jezus kiest niet volgens onze criteria, maar volgens Zijn liefdesplan. De liefde van Jezus heeft geen maat: Hij is liefde en kiest volgens dit liefdesplan … Van Jezus getuigen, is een gave die wij niet verdiend hebben: wij voelen ons ongeschikt, maar mogen niet terugdeinzen met het excuus van onze onbekwaamheid.”
“In deze wereld, die getekend is door egoïsme en hebzucht, wordt Gods licht verduisterd door de zorgen van het dagelijks leven, stelt de paus nog eens vast. Wij zeggen dikwijls: ik heb geen tijd om te bidden, ik ben niet in staat in de parochie te helpen, op de vragen van anderen in te gaan … Maar wij mogen niet vergeten dat het doopsel ons tot getuigen gemaakt heeft, niet omwille van onze capaciteiten, maar door de gave van de Geest.”

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Het Angelusgebed is vandaag een beetje anders, met de paus “gekooid” in de bibliotheek, maar ik zie u, ik ben dicht bij u. En ik zou ook willen beginnen met de groep (op het Sint-Pietersplein) te bedanken die manifesteert en strijdt “voor de vergeten mensen van Idlib”. Dank u! Dank u voor wat u doet. Maar wij bidden het Angelus vandaag op deze manier, door de voorzorgsmaatregelen in acht te nemen, om ook een kleine toeloop van mensen te vermijden, waardoor het virus zou kunnen doorgegeven worden.

Het Evangelie van deze tweede zondag in de Vasten (Mt 17,1-9) presenteert ons het verhaal van de Transfiguratie van Jezus. Jezus neemt Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bestijgt een berg, symbool van Gods nabijheid, om hen ontvankelijk te maken voor een dieper begrip van het mysterie van Zijn Persoon, die zal moeten lijden, sterven en daarna verrijzen. Jezus was namelijk gaan spreken over het lijden, de dood en de verrijzenis die Hem te wachten staan, maar zij konden dat vooruitzicht niet aannemen. Daarom, eens aangekomen op de top van de berg, dompelt Jezus zich onder in gebed en verandert voor de drie leerlingen van gedaante: “zijn gelaat – zegt het Evangelie – begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht” (v. 2).

Door dit wonderbaar gebeuren van de Transfiguratie, worden de drie leerlingen geroepen om in Jezus, de Zoon van God te herkennen, die straalt van heerlijkheid. Zo leren zij hun Meester beter kennen en geven zij zich rekenschap dat Hij meer is dan het menselijk aspect; de goddelijke dimensie van Jezus, die van een andere wereld is, wordt voor hun ogen geopenbaard. En uit den hoge weerklinkt een stem die zegt: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde … luistert naar Hem” (v. 5). Het is de hemelse Vader die – laten wij het zo noemen – de “aanstelling” van Jezus bevestigt, wat plaatshad op de dag van Zijn doopsel in de Jordaan, en die de leerlingen uitnodigt naar Hem te luisteren en Hem te volgen.

Het dient benadrukt, dat Jezus in de groep van de Twaalf, Petrus, Jakobus en Johannes uitkiest om met Hem mee op de berg te gaan. Hij geeft hen het voorrecht de transfiguratie bij te wonen. Maar waarom de uitverkiezing van deze drie? Omdat zij heiliger zijn? Nee. Petrus zal Hem in het uur van de beproeving verloochenen; en de twee broers Jakobus en Johannes zullen vragen om de eerste plaats in Zijn koninkrijk te krijgen (cf Mt 20,20-23). Jezus kiest niet volgens onze criteria, maar volgens Zijn liefdesplan.

De liefde van Jezus heeft geen maat: Hij is liefde en kiest volgens Zijn liefdesplan. Het gaat om een gratuite keuze, onvoorwaardelijk, een vrij initiatief, goddelijke vriendschap die niets terug vraagt. En zoals Hij deze drie leerlingen kiest, zo roept Hij ook vandaag sommigen om bij Hem te blijven, om te kunnen getuigen. Van Jezus getuigen, is een gave die wij niet verdiend hebben: wij voelen ons ongeschikt, maar mogen niet terugdeinzen met het excuus van onze onbekwaamheid.

Wij zijn niet op de berg Tabor geweest, wij hebben het gelaat van Jezus niet met eigen ogen zien stralen als de zon. En toch werd het Woord van het heil ook aan ons toevertrouwd, het geloof werd ons gegeven en wij hebben op verschillende manieren de vreugde van de ontmoeting met Jezus ervaren. Ook tegen ons zegt Jezus: “Staat op en weest niet bang” (v. 7). In deze wereld, die getekend is door egoïsme en hebzucht, wordt Gods licht verduisterd door de zorgen van het dagelijks leven.

Wij zeggen dikwijls: ik heb geen tijd om te bidden, ik ben niet in staat in de parochie te helpen, op de vragen van anderen in te gaan … Maar wij mogen niet vergeten dat het doopsel ons tot getuigen gemaakt heeft, niet omwille van onze capaciteiten, maar door de gave van de Geest. Moge de Maagd Maria voor ons in deze gunstige tijd van de Vasten, deze volgzaamheid aan de Geest verkrijgen, die onmisbaar is om resoluut de weg van de bekering te gaan.

Terug naar overzicht